Wielrenners missen eenduidige status

HOOGEVEEN - Bij de alweer dertiende presentatie van de profwielerploeg TVM somde economisch directeur Arjan Bos van het sponsorende bedrijf de nationaliteiten op van de 21 renners die het dit seizoen in de voorjaarsklassiekers en de rondes van Frankrijk, Spanje en mogelijk Italië moeten maken: acht Nederlanders, vier Belgen, drie Denen, twee Zweden, twee Fransen en twee Russen.

Had UCI-voorzitter Hein Verbruggen in de zaal gezeten, dan had de in Lausanne residerende marketingadviseur hem ongetwijfeld op bestraffende wijze gecorrigeerd. In de visie van de wereldwielerbond had Bos (Nederlander) het volgende rijtje moeten opdreunen: vier Nederlanders, negen Belgen, drie Denen, twee Zweden, twee Fransen en één Italiaan. Of nog beter: vier Nederlanders, vijf Belgen, vier statenlozen, enzovoort. Sinds 1 januari hanteert de UCI het woonlandprincipe bij het afgeven van licenties. De afgelopen drie jaar mocht de renner nog kiezen tussen een werkvergunning van de bond uit het land van herkomst of het land van huisvesting. Verbruggen (Zwitser? Nederlander? Belg? want hij heeft nog een appartement in de regio Brussel) wil met het woonlandbeginsel voorkomen dat renners uit nieuwe Oost-Europese staten dakloos worden, omdat er in hun land geen nationale wielerbond is. Door de dopingaffaire rond Abdoesjaparov (dubbel positief in de Tour de France van afgelopen jaar) maakte de UCI ineens haast met de licentiekwestie. Zijn schorsing kon door geen enkele nationale bond worden overgenomen. Formeel was er in Oezbekistan ook geen instantie die het salaris van de inmiddels gestopte 'Abdoe' betaalde. De nationale bond fungeert immers als administratiekantoor. Vandaar dat het Verbruggen doelmatiger leek de renner te verzekeren (want daarvoor dient de licentie ook) in het land waar hij domicilie heeft gekozen.

Daarmee ging hij voorbij aan het gegeven dat topsporters om fiscale redenen emigreren - in België wonen zeker acht Nederlanders die voor TVM en Rabo fietsen - of zich meer in de buurt van hun werk vestigen: de in Italië verblijvende Scandinaviërs en Oost-Europeanen. “Van alle slechte oplossingen lijkt dit de minst slechte”, vindt Gerrie van Gerwen (Nederlander), coördinator beroepswielrennen in dit land. Daarover zijn de meningen op het hoofdkantoor van TVM verdeeld. Wie er tien mensen (nationaliteit niet relevant) over aanspreekt, krijgt ook tien verschillende interpretaties van de UCI-regel te horen. Wat is de status van de wielrenner, wanneer het om deelname aan nationale wedstrijden of uitzending van bondsploegen naar het buitenland gaat? Geldt dan het paspoort of de licentie? Voor deelname aan het WK is de nationaliteit doorslaggevend, ofschoon juristen dat bestrijden. In de nationale titelstrijd mogen alle coureurs starten die in het betreffende land wonen. Wat Voskamp, Knaven, Blijlevens, Hoffman, Dekker, Van Bon, Van der Poel en Koerts de vrijheid geeft in te schrijven voor het Belgisch kampioenschap, als dat parcours hen beter ligt dan het glooiende Limburgse landschap nabij Meerssen.

De KNWU heeft de UCI twee maanden geleden in een lange brief om opheldering gevraagd. Onduidelijk zijn de verzekeringstechnische, juridische en strafrechterlijke aspecten van het woonlandprincipe, model UCI. Zeker is dat de in België woonachtige Nederlandse wielrenner een hogere verzekeringspremie dient te betalen. De werkgevers (lees: ploegen) bij wie de aanslag binnenkomt, zijn vrij dat surplus voor hun rekening te nemen, maar Jan Raas, manager van de Raboploeg, heeft al laten weten die 7000 gulden op zijn renners te zullen verhalen.

Bij monde van advocaat Verbiest reageerde de UCI met een schrijven, waarin de jurist van Verbruggen bekende dat hij niet in de gelegenheid was zijn cliënt te raadplegen en daarom volstond met een persoonlijke mening over de kwestie. Dat verleidde de KNWU er toe het verzet voorlopig te staken en de net over de zuidgrens wonende Nederlanders te adviseren een Belgische licentie aan te vragen. Op advies van de wielrennersvakbond VVBW heeft, buiten Van der Poel, niemand dat tot op heden gedaan. Maar de tijd dringt, nu de trainingskampen en eerste wedstrijden voor de deur staan. De VVBW heeft een oorspronkelijk plan, een kort geding aan te spannen tegen de KNWU, laten varen. “We zouden kansloos zijn”, geeft secretaris mr. Gerrit Vixseboxse toe. Het aanhangig maken van de kwestie bij het Europese Hof in Straatsburg leidt pas over drie jaar tot een uitspraak. VVBW-voorzitter Henk Vos tracht nu, via zijn partijgenoot en Europarlementariër Van Velzen (PvdA), bij Europees commissaris Van Miert (Belg, in alle gevallen) een oplossing te forceren. Voskamp (?) en Knaven (?) zitten er voorlopig mee. “Vorig jaar wilden we in België een licentie aanvragen. Toen mocht het niet, omdat het te duur was. Nu moeten we, maar willen we niet.”

Volgens KNWU-voorzitter Joop Atsma kon hij na de vage brief van de UCI moeilijk anders dan Blijlevens cs adviseren bij de BWB in Brussel een licentie af te halen. “Formeel weten we trouwens niet waar ze wonen. Het enige dat ons rest om die renners op het NK te krijgen is die wedstrijd als selectiecriterium voor het WK te hanteren.” Uit het feit dat de Scandinaviërs van TVM adressen in Denemarken en Zweden opgaven, leidt Atsma af dat er met verschillende maten wordt gemeten. Zij zeggen slechts zeven maanden per jaar in België te verblijven. Atsma: “Wij zijn geen sociaal controleur wanneer een renner twee adressen opgeeft. Wij willen wel een licentie verstrekken, maar een renner van ons is niet gebaat met een startverbod in België wanneer wij tegen de regels in handelen.” De Australische oud-coureur Phil Anderson zou dat probleem in zijn tijd heel eenvoudig hebben opgelost. Vixseboxse: “Die woonde nergens langer dan vijftig dagen per jaar. Die zwierf over de hele wereld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden