Wielrenners maken geen schwalbes

Contador maakt zich op om met een gebroken scheenbeen verder te fietsenBeeld AFP

De meeste sporten hebben scheidsrechters. Het idee daarachter was waarschijnlijk ooit dat de aanwezigheid van zo'n scheidsrechter ervoor zorgt dat er eerlijk gespeeld wordt.

Op het WK voetbal hebben we weer kunnen aanschouwen dat het praktische effect van zo'n scheidsrechter vaak het tegenovergestelde is: er ontstaan overtredingen die helemaal geen overtreding zijn. Er hoeft maar een lichte streling van de hiel plaats te vinden, het vermoeden van een aanraking, of de Robbens en de Suárezen van deze wereld duiken met veel wiekende ledematen en een nauwgezet ingestudeerde grimas gezicht naar de grond. Daar blijven ze dan soms minutenlang liggen.

Een wielerkoers heeft geen scheidsrechter. En dus vinden er ook geen schwalbes plaats in het wielrennen. Word je aan de kant gekwakt door een collega-coureur, dan zit er niets anders op dan te proberen je evenwicht te bewaren, en je positie weer te heroveren. Een schorsing vindt hooguit na de wedstrijd plaats, in heel extreme gevallen.

Niet mekkeren
Waar voetballers zich dus dienen te bekwamen in de kunst van het aanstellen, geldt voor wielrenners het andere uiterste: die dienen zich te bekwamen in de kunst van het verbijten. Wie valt, springt allereerst weer op zijn fiets, en neemt daarna, al rijdend, de schade op.

Ook in de eerste week van deze Tour zagen we weer dat dat verbijten soms extreme vormen aanneemt. Alberto Contador kwam afgelopen maandag ten val, maar vervolgde de wedstrijd aanvankelijk toch, om er pas zo'n twintig kilometer verderop definitief de brui aan te geven. Onderzoek in het ziekenhuis wees naderhand uit dat de Spanjaard al die tijd met een gebroken scheenbeen had doorgefietst.

Het zijn zulke sterke verhalen die het wielrennen zijn heroïek verlenen. Tyler Hamilton brak in de eerste etappe van de Tour van 2003 zijn sleutelbeen, maar gaf niet op, won nog een etappe, en eindigde uiteindelijk als vierde in het eindklassement. En wat te denken van onze eigen 'Zeeuwse leeuw', Johnny Hoogerland, die door een auto het prikkeldraad in gekatapulteerd werd, en toch weer op de fiets klom?

Legendarische etappe
Vandaag eindigt de etappe in Saint-Étienne. In 1985 was de etappe naar Saint-Étienne een waar slagveld. De Colombiaanse klimmer Luis Herrera kwam zegevierend over de finish, met een heftig bloedend gezicht: hij was in de laatste afdaling gevallen.

Johnny Hoogerland maakt zich los uit het prikkeldraadBeeld AFP

"Ik merkte het bloed helemaal niet op", zou hij later zeggen. "Ik zocht mijn fiets, die na de val tien meter verderop lag."

Die avond zou hij in het ziekenhuis nog de latere eindwinnaar Bernard Hinault tegenkomen. In de laatste kilometer smakte die tegen het asfalt, waarbij hij zijn neus brak. Ook bij hem gutste het bloed in stromen van zijn gezicht terwijl hij het laatste deel van het parcours vervolmaakte.

Hij werd er diezelfde avond nog over geïnterviewd door de Franse tv, maar wuifde de ernst van zijn verwondingen gelijk weg. Zit daar aan de zijkant van je hoofd niet ook nog een wond, wilde de interviewer weten, wijzend op een rode plek tussen zijn haren. "Oh, c'est rien", glimlachte Hinault. "Rien du tout".


Luis Herrera staat met gehavend gezicht op het podium, na zijn val en overwinning in de etappe naar Saint ÉtienneBeeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden