Wielrennen Ronde van Frankrijk / In het peloton wordt niet gelachen om een ’derde bal’

Rabosprinter Oscar Freire rijdt de Tour met een blessure aan het zitvlak, dé beroepskwaal onder wielrenners. Een remedie is er nog niet.

Voor de start en na de finish moest Oscar Freire ook gisteren opheldering geven over zijn achterwerk. De Spaanse sprinter van de Rabobank heeft last van een onderhuidse zwelling, precies op de plek waar hij het zadel raakt. Dat is pijnlijk. Eigenlijk had hij vorige week het liefst even rust genomen, maar de Tour is van het grootste belang. Dan maar pijn.

„Het zitvlakprobleem is de meest voorkomende kwaal onder wielrenners”, zegt Jean-Paul van Mantgem, teamarts van de Rabobank. Ondanks alle verbeteringen in het zadel, het zeemleer, de zalfjes en poeders blijft de kwaal bestaan. Renners in de Tour zitten in drie weken gemiddeld negentig uur op het zadel. Van Mantgem: „Het is onvoorstelbaar dat niet elke renner er last van heeft. De huid is daar erg dun en krijgt uren traumatische druk te verwerken.”

Dat kan een furunkel veroorzaken, in wielertaal een steenpuist, knelbult of derde bal: een ophoping van vocht met afgestorven cellen in of onder de huid. Dat kan leiden tot operaties. Freire moest drie jaar geleden onder het mes. Jan Raas moest ooit de Tour verlaten met een steenpuist.

Raboploegleider Erik Dekker noemt het ’een beroepsziekte’. Hij reed zelf de Ronde van Nederland in 2000 met een ’derde bal’. Een zwelling ter grootte van een ei onder de balzak. Hij verzweeg het voor de concurrentie en won. „Ik had vier dagen zó’n pijn. Maar ik had geen keuze.”

Het is onder renners niet iets om over te lachen. Oud-renners vertellen er wél graag smeuïg over. Rob Harmeling reed zijn eerste Tour in 1991. „Mijn jongensdroom was uitgekomen, maar in de eerste week kreeg ik last van een derde bal. De dokter zei dat het te pijnlijk was om de Tour uit te rijden. Ik zei: dat maak ik zelf wel uit.” Harmeling liet zich dagelijks behandelen. „Een arts kwam bij me, met een laserpistool. Ik moest als bij een verloskundige met mijn benen wijd gaan liggen. Mijn ploeggenoten noemden hem Pistolen Paultje.”

Helpen deed het niet. Harmeling probeerde het later op advies van de vrouw van de sponsor, met rode wijnazijn. „Ik ging dan in zo’n bakje hangen, maar de zwelling ging niet weg. Ik heb daarna nog een week in een wasmiddel gehangen. Ondertussen kwam ik dagenlang op achterstand binnen. In de derde week is dat ei toen geknapt. Maar ik stond wel laatste in het klassement.”

Heel lang werd maar wat aangerommeld. Hennie Kuiper herinnert zich dat Joop Zoetemelk een biefstuk in zijn broek liet naaien. „Dat zat lekker zacht.” Maar het was vanwege de bacteriën vragen om ontstekingen. Later haalden renners, volgens Harmeling, ’emmers vol uierzalf’ bij de boer. Ook dat had bijwerkingen. Kuiper: „Elke renner kent de pijn van een ruw of open zitvlak. Vroeger stond de verzorger al klaar met een handdoek en een fles spiritus om het te ontsmetten.”

Inmiddels zijn het materiaal en de vorm van het zadel beter toegesneden op de specifieke eigenschappen van de renner. Voor de zeem in de broeken geldt hetzelfde. Ook de zalfjes zijn verbeterd. Harmeling brengt nu zelf desinfecterende crème met broekenvet op de markt. „Het is niet op te lossen. Wat je er ook aan doet, na vijf of zes uur koers, dag na dag, met het zweet, krijg je problemen”, meent Erik Dekker. Michael Boogerd had maar één keer in zijn loopbaan last van zijn zitvlak. „Ik heb nooit zalf in mijn broek gesmeerd. Misschien is dat het geheim.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden