Wielrennen heeft mooie maar broze toekomst

Beeld Patrick Post / Sportstation

Robert Gesink, Lars Boom en Johnny Hoogerland geven het Nederlandse wielrennen in de nazomer een gezonde blos op de wangen. Vormt het drietal de voorbode van een succesrijke toekomst?

Een sprinter die hijgend en puffend door Frankrijk zeulde, vormde vanuit Nederlands perspectief het hoogtepunt van de Tour de France. Bij gebrek aan beter richtten alle camera’s zich op Kenny van Hummel, tot een schuiver een einde maakte aan de deelname van de laagst geklasseerde renner in het peloton. De bodem leek bereikt.

Terwijl Van Hummel zich ontpopte tot clown, maalde een groot talent stilletjes over bergtoppen in Zwitserland. Een mogelijke glansrol in de Tour eindigde in de vijfde etappe. Zijn pols brak bij een val. Doorgaan was geen optie. Gelaten legde hij zich neer bij het onvermijdelijke. In plaats van schitteren op de flanken van de Mont Ventoux restte een terugreis naar de Achterhoek.

Een etmaal na zijn ongeval stond zijn besluit vast. Zijn benepen stem van 24 uur eerder klonk weer helder en vast. Robert Gesink (23) wilde in de Ronde van Spanje het seizoen in stijl afmaken. Een gipsen manchet hoefde de voorbereiding daarop niet in de weg te staan. Met de pijn, voor zo ver aanwezig, kon hij best leven. Maar trainen op de wegen rond zijn geboortedorp wilde hij niet.

In zangerig Limburgs vertelt Louis Delahaije over een telefoongesprek met zijn pupil. „Robert was nog niet thuis of hij gaf aan de Vuelta te willen rijden”, zegt de trainer van de Rabobankploeg. „Drie dagen na zijn val wilde hij per se gaan fietsen. En niet in de Achterhoek. Hem afremmen lukte niet. Toen zei ik: kom dan maar naar Sankt Moritz. Daar zit ik nu toch.”

Het verhaal van Delahaije vormt een klein deel van een hoofdstuk, dat geschreven is met gouden letters. In Spanje haalde Gesink zijn gelijk. Tot gisteren hoefde hij alleen publiekslieveling Alejandro Valverde voor zich te dulden. Een gapende wond op zijn knie kostte hem het zicht op een podiumplaats. Ondanks dit misfortuin, na weer een smak, is zijn doorbraak als ronderenner daarmee een feit. Nederland beschikt weer over een topper.

In zijn kielzog klopt Lars Boom aan de poort. De Vlijmenaar (23) won met groot machtsvertoon de vijftiende etappe. Kenners zagen in zijn optreden een bevestiging. Met Boom krijgt het vaderlandse wielrennen een specialist voor eendaagse wedstrijden als de Ronde van Vlaanderen of Luik-Bastenaken-Luik.

Aansprekende resultaten van Johnny Hoogerland (26, van de ploeg Vacansoleil), dertiende in het algemeen klassement van de Ronde van Spanje, en Kai Reus (24) in Groot-Brittannië vergroten de euforie. Aangevuld met talenten als Martijn Maaskant (26) en Sebastian Langeveld (24), die zich al eerder toonden, lijkt de wielersport plotseling over vele troeven te beschikken. Is er sprake van een nieuw tijdperk?

Voormalig bondscoach Egon van Kessel tempert het enthousiasme. Hij wijst op de WK-selectie van slechts zes man. Een gebrek aan kwaliteit in de breedte kostte Nederland drie startbewijzen voor het evenement in het Zwitserse Mendrisio, dat volgende week begint. Uitzonderlijke talenten als Gesink en Boom dienen volgens hem slechts als doekje voor het bloeden.

„Je moet voorzichtig zijn”, merkt hij op. „Als Gesink en Boom wegvallen is het aanbod erg mager.” Van Kessel herhaalt de zin tweemaal. De opkomst van het talentrijke duo verdoezelt problemen die de groei van de wielersport in Nederland in de weg staan. Rabobank speelt daarin volgens hem een cruciale rol.

Wijzend op zelf verricht onderzoek noemt de vorig jaar ontslagen coach de resultaten van het beleid van de sponsor. Sinds de bank in 1996 haar intrede deed in het wielrennen kwam slechts een handvol toptalenten aan de oppervlakte. Veel te weinig én onnodig, vindt Van Kessel. Hij voelt zich na jarenlang vruchteloos debatteren een roepende in de woestijn.

„Alle talenten zitten nu in één ploeg”, begint hij. „Ik pleit al jaren voor een opsplitsing. Niet alle jonge renners met potentie moeten bij Rabobank terechtkomen. Voor de beloften is nu geen competitie. Een beter alternatief zou zijn om vier kleinere opleidingsploegjes op te richten. Minder professioneel geleid. Helaas kon ik ze niet overtuigen.”

De luxe waarin coureurs zich baden is Van Kessel een doorn in het oog. Een jonge renner moet leven als een amateur, niet als een vedette. Het zou ten koste gaan van zijn intrinsieke motivatie om eenmaal bij de profs de ontwikkeling te voltooien. „Is het wel goed om coureurs op die leeftijd zo te faciliteren”, stelt hij retorisch.

„Een wielrenner bereikt zijn top rond zijn 25ste. Later dan een zwemmer of een turner. Tot die tijd moet hij hongerig blijven. De drive, de competitiedrang moet optimaal zijn. Hoe behoudt je die motivatie als je je bij de profs nergens meer over verbaast? Bekijk het zo: een jongen uit de Bronx in New York zal harder vechten om te slagen dan een leeftijdgenoot in Beverly Hills.”

Hiermee denkt Van Kessel een verklaring te hebben gevonden voor de in zijn ogen grote uitval van talenten. „Leid ze low profile op. Laat ze naar school gaan. En Gesink en Boom? Robert kwam pas heel laat bij Rabobank. En Lars heeft een andere weg bewandeld. Door zich eerst volledig te richten op het veldrijden werkte hij een ander traject af. Echt, we staan er niet goed voor.”

De huidige bondscoach Leo van Vliet deelt zijn mening. „De opleidingsploeg van Rabobank is te professioneel”, zegt hij. „Nergens in de wereld vindt je iets vergelijkbaars. Onderscheid met een profploeg is er niet. Alleen trappen de professionals vijf kilometer per uur harder. Ik zou net als Egon liever een open structuur zien met minder weelde.”

Van Vliet, die vroeger fietste voor de befaamde Raleigh-ploeg van Peter Post, gelooft meer in oude waarden. Het succes van de Nederlanders in de Vuelta komt niet door uitgekiend beleid maar door eenvoudige ambitie. De intrede van Skil-Shimano en Vacansoleil speelt daarin een sleutelrol. „Nu jutten ze mekaar op”, stelt hij. „Die jongens triggeren elkaar. Daar geloof ik heilig in.”

Met een vers voorbeeld verduidelijkt Van Vliet deze zienswijze. „Ik vertelde Boom, dat hij op de WK na de tijdrit naar huis mocht. Zegt Lars: ’En de wegwedstrijd dan? Die wil ik ook rijden. Dan haalt hij alles uit de kast om mij te overtuigen. Ik hou ervan om de boel op te schudden, zoals die twee nieuwe Nederlandse ploegen ook doen. Niemand wil voor elkaar onderdoen.”

De nabije toekomst baart Van Vliet geen zorgen. Met de nieuwe lichting krijgt Oranje zijn A-status op de WK snel terug. Zeker als Nederlanders niet louter hoeven te knechten voor buitenlandse sterren. Wel zet hij, net als zijn voorganger, vraagtekens bij de uitval van talenten. „Maar met Boom en Gesink krijgen we wat we allemaal willen. Daar wordt ik heel vrolijk van.”

Docent Bewegingswetenschappen Jacques van Rossum aan de Vrije Universiteit heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het vroegtijdig afhaken van talenten. Met de opmerkingen van Van Vliet en Van Kessel kan hij weinig. Wellicht raken ze een kern van waarheid, maar zonder cijfermateriaal kan hij slechts gissen naar een oorzaak.

Internationaal gezien haalt gemiddeld slechts 15 procent van een groep talenten de eindstreep. Nederland wijkt daarin niet af. „En uitval is betrekkelijk”, zegt hij. „Via een omweg kunnen afvallers later alsnog hun belofte inlossen.”

De klustering van talent, zoals Rabobank doet, ziet hij niet als een mogelijke oorzaak. Sterker nog, studies tonen aan dat op die manier de beste resultaten worden geboekt. En een versoberd klimaat leidt niet automatisch tot een grotere intrinsieke motivatie. Af en toe fietsen in noodweer om geen mooi-weer-renners te kweken kan geen kwaad, maar verder dragen goede faciliteiten juist bij aan hun ontwikkeling.

Uit ervaring weet Van Rossum hoe in andere duursporten soms onvoorzichtig met talent wordt omgesprongen. Sporters branden zichzelf ongemerkt op, door een gebrek aan controle. In een machocultuur als de wielerwereld zou dit best tot extra uitval kunnen leiden. Slechts één pasklare oplossing wil hij geven. Een deugdelijke administratie van het ledenbestand door wielerbond KNWU en exitgesprekken bij een voortijds vertrek kunnen eventuele lekken opsporen. „Ik weet niet of dat gebeurt.”

Ex-coureur Thorwald Veneberg, bondscoach van de junioren, kan hier een gemakkelijk antwoord op geven. Sinds kort hebben exitgesprekken plaats. Mocht er sprake zijn van overkill in de training, dan wordt dat over enige tijd duidelijk. Een uitgebreid talent-volgsysteem moet voor verdere informatie zorgen. „We weten niet hoe een topper als Theo Bos uitgroeide tot de klasbak die hij werd. Doodzonde. Nu doen we het anders.”

Veneberg vindt de kritiek van Van Kessel en Van Vliet onterecht. Van een ’enorme uitval’ merkt hij niets. De enige pijnpunten ziet hij in het voortraject en in de eindfase. Waar clubs in de regio moeite hebben om leden vast te houden en deugdelijk op te leiden, kan aan de top van de keten de begeleiding van neo-profs beter. Renners worden soms te veel aan hun lot overgelaten.

„De stap van belofte naar Protourploeg is groot”, legt hij uit. De komst van Skil en Vacansoleil is daarom goed. Met een tussenstap kunnen renners toegroeien naar de top, zonder direct te verzuipen. Maar een grootschalig verlies van talent constateer ik niet. Vergeet niet dat de vijver waaruit we moeten vissen klein is. En het vermeende gebrek aan competitie is onzin. De beloften van Rabobank rijden een profprogramma.”

Delahaije van Rabobank haalt zijn schouders op over de geluiden uit het veld. „In alle redelijkheid, tien Michael Boogerds duiken niet ineens op. Als we twee à drie toppers afleveren, zoals nu, mag je in je handen knijpen. Talent dient zich slechts af en toe aan. En als wij dat opspeuren, zo goed mogelijk begeleiden en naar de wereldtop brengen, kan je niet anders dan heel tevreden te zijn. Aan Gesink en Boom gaan we jarenlang plezier beleven. Ik durf niet te zeggen waar hun grens ligt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden