'Wielrennen draait om de verhalen, niet om de uitslagen'

Benjo Maso (1944), socioloog en wielerliefhebber

HINKE HAMER

"Tijdens een afdaling in de Tour de France van 1952 kon renner Henk Faanhof kiezen: óf hij klapte tegen een auto, óf hij liet zich vallen, bezijden de weg. Hij deed het laatste. Vier journalisten die samen in een volgauto zaten en het ongeval hadden gezien, schreven een stukje voor de krant. Faanhof viel diep, schreef de eerste. Wel vijf meter, noteerde de volgende. Tien meter, beweerde de derde en volgens de vierde journalist was de renner vijfentwintig meter diep de afgrond in gedoken.

Feit is dat niemand anders het zag gebeuren, en dat is het allerleukste aan wielrennen. Voetbalwedstrijden zijn eenvoudig te registreren, met tweeëntwintig spelers op één veld. Van een tien uur durende wielerwedstrijd met meer dan honderd deelnemers is het onmogelijk om elk moment vast te leggen. Over fietsen zijn dus eindeloos veel verhalen te vertellen. Meer dan welke sport ook, doet wielrennen een beroep op de verbeelding. Publiek volgt de sport voor de verhalen, niet voor de uitslagen.

Het duurde even voor het wielrennen in Nederland op gang kwam. In de aanloop naar de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam, sloegen Kamerleden elkaar met bijbelcitaten om de oren. Sport was voor heidenen en wielrennen was al helemáál niet christelijk: het gebeurde immers op openbare wegen en die blote mannenbenen zouden maar zondige gedachten bij kuise meisjes opwekken.

Maar dan neemt Nederland in 1936 voor het eerst deel aan de Ronde van Frankrijk en wint Theo Middelkamp een bergetappe. Eindelijk doen wij ook mee op wielergebied. In 1951 schiet Wim van Est met gele trui en al het ravijn in ('Zeventig meter viel ik diep, m'n hart stond stil, maar m'n Pontiac liep') en kent de verbeeldingskracht van publiek en journalisten geen grenzen meer. Journalist Jan Liber die Van Est in Het Vrije Volk zeventig meter omlaag liet duikelen, gaf later toe dat het misschien maar een meter of veertig was.

Dezelfde Liber schreef over Wout Wagtmans dat hij de etappe in de Giro d'Italia van 1954 alleen maar kon winnen omdat hij wist dat er een brief van zijn meisje op hem lag te wachten. Wagtmans wilde de brief zo snel mogelijk lezen. Allemaal onzin! Het zou trouwens dom zijn geweest van de renner als het echt zo gelopen was, want de bloemen, de kus van de ronde-miss en de ereronde die hij moest fietsen, kostten hem meer tijd dan wanneer hij de etappe rustig had uitgereden.

In kranteberichten over de etappe van Sestrières naar Monaco in 1952, waarin de Nederlander Jan Nolten de Fransman Jean Dotto verslaat, gaat het over Dotto's gelaatsuitdrukkingen en over zijn pedaaltred die maar steeds langzamer werd. Maar journalisten konden Dotto's pedaaltred of gezichtsuitdrukking helemaal niet zien! De verslagen waren volledig uit duimen gezogen.

Wielrennen is een minimaatschappij, compleet met vijanden, vrienden, loyaliteit en concurrentie. In mijn boek gaat het over ontsnappingen, inzinkingen en de strijd - al dan niet verzonnen. Tijdens een Touretappe in 1954 liet de Franse renner Dominique Forlini zich terugzakken in het peloton. Hij deed niet meer mee, vernamen we van het journaille, maar waarom niet? Had de man zich laten betalen voor de belofte dat hij zou stoppen met trappen? Of had hij zijn etenszakje gemist, waardoor hij geeuwhonger kreeg? We weten het niet.

Hoewel tegenwoordig meer camera's dan vroeger op de renners gericht staan en onze verbeelding is ingeperkt, is er altijd nieuwe stof voor fantasie. Voor veel mythen over het wielrennen geldt dat we nooit het ware verhaal zullen achterhalen, en dat is fantastisch."

Benjo Maso: Nederland heeft de gele trui. Over wielrennen in de Lage Landen. Verschijnt 25 juni bij Atlas Contact; 448 blz. euro 24,99

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden