wielrennen / Boogerd en het sprookje van de fiets

Een afscheid in stijl werd hem niet gegund. Niettemin is hij morgen op de Cauberg het middelpunt van een feestje. Michael Boogerd (35) zwaait af. Een portret van een romanticus op de fiets.

Op de zevende dag fietste vanuit het schemerdonker en zware regen van Aix-les-Bains een schriele jongeman met een indrukwekkende rij tanden de huiskamers binnen. Het was in de Tour van 1996. Twee dagen eerder had Jeroen Blijlevens ook voor dagsucces gezorgd, maar het beeld van die blije Hagenaar van 24 jaar bleef hangen. Alle jaren die zouden volgen, liet hij niemand in de wielersport onberoerd. Michael Boogerd bleef altijd voer voor discussie.

Voormalig sprinter Jean-Paul van Poppel onderscheidde ooit twee soorten mensen in zijn sport: de wielrenners en de winnaars. Hij schaarde zichzelf onder de laatste categorie. Sinds hij gestopt is, raakte Van Poppel amper nog een fiets aan. Boogerd behoorde tot de eerste categorie. De Hagenaar wilde altijd liever gezien worden als een groot sportman dan als een groot winnaar. Wielrennen was voor hem meer sport dan spel. Bijna naïef beoefende hij een hard vak in een wereld van list en bedrog. Hij genoot het meest van complimenten van grote collega’s, ook zaten die hem zo vaak dwars.

De codes en de mores van het peloton waren heilig voor hem. Met zeer gemengde gevoelens sloeg hij alle dopingperikelen gade. De jacht maakte meer kapot dan hem lief was. Nooit heeft hij mannen als Vandenbroucke, Vinokoerov, Di Luca of Hamilton veroordeeld – ook al werden ze betrapt op verboden middelen. Ook deze zomer verweet hij Michael Rasmussen helemaal niets. Boogerd weigerde om de hypocriet uit te hangen.

Hij noemt zichzelf een romanticus. Hij wilde blijven geloven in het oude sprookje van de fiets. In grote koersen moesten grote mannen de ongeschreven wetten respecteren vond hij. Het moest gaan zoals het al 100 jaar ging. Hij kon slecht tegen de moderne renner die maar één of twee keer per seizoen piekte. Zelf stond hij er in het voorjaar, in de Tour, in de najaarsklassiekers en op het WK. zoals vroeger iedereen.

Dat hij zo vaak prominent was in finales maakte hem bij het publiek bekend en geliefd, maar ook omstreden. Vaak kon en wilde hij zijn ’superbenen’ niet verbergen. Zijn omkijken was vermaard. Zijn achterdocht is wel eens toegeschreven aan zijn jeugd in Den Haag. Een stadsjongen weet dat het gevaar aan alle kanten loert.

Zijn angst om te falen was zijn zwakte, maar ook zijn kracht. De eeuwige onzekerheid dreef hem in trainingen tot het uiterste. Als er zes uur training op het programma stond, kon de stromende regen geen reden zijn om maar thuis te blijven. In die ijver was hij een voorbeeld voor velen. Hij kon zich ergeren aan jongere collega’s die minder bereid waren alles in hun leven op te offeren aan de sport.

Lang proefde hij een gebrek aan waardering van vooral de media. Hij kon het niet begrijpen dat hij kritiek kreeg als hij zich de beste man in koers had getoond. Hij vond het niet terecht als een verliezer omschreven te worden, omdat er in de wielersport zo veel meer is tussen winnen en verliezen. Toch blijft het een feit: op cruciale momenten in de Gold Race of Luik-Bastenaken-Luik kon hij vaak niet de koelbloedigheid opbrengen die winnaars typeert. Hij koerste meer met het hart dan het hoofd. Vandaar ook dat hij de ’oortjes’, waarmee renners tactisch aan de leidband liggen van de ploegleiders, verfoeide.

Hij heeft aardig wat gewonnen. Die erfenis laat zich niet vergelijken met die van grootheden als Raas, Janssen, Kuiper, Zoetemelk en Knetemann. Die fietsten in een periode waarin de sport veel minder mondiaal was. Boogerd had als renner twee beperkingen die hem altijd parten speelden. Hij had geen explosieve versnelling en zijn tijdrit was niet van excellente klasse. Hij was de koning van de regelmaat. Hij grossierde in ereplaatsen, in de Tour, in Luik, in de Gold Race, in Lombardije, op het WK. Zijn meest heroïsche zege boekte hij op La Plagne in 2002.

Zíjn Amstel Gold Race won hij slechts één keer. De manier waarop hij dat deed in 1999 is in paradoxale zin karakteristiek. Op die dag zat teammanager Jan Raas bij hoge uitzondering in de volgauto in koers. De geslepen vos Raas verordonneerde Boogerd in de finale om alleen maar in het wiel van Lance Armstrong te blijven. Alleen zo zou hij hem in de sprint kunnen kloppen. Boogerd vond het verschrikkelijk. Hij koerste tegen zijn natuur. Maar hij won wel.

De meest spraakmakende en boeiende Nederlandse renner van het laatste decennium had graag in stijl afscheid genomen. In zijn geliefde Ronde van Lombardije had hij willen laten zien dat hij tot de laatste dag tot de top behoorde. Het werd hem door een ongelukkige val niet gegund. Hij stopt op tijd. De sleet begon langzaam vat te krijgen op zijn geteisterde lichaam en geest. De achterkant van het peloton was geen plaats voor hem. Boogerd is daar zelden geweest. Hij wilde bij de grote jongens horen. Dat is hem gelukt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden