Wielerwereld verzwelgt in machteloosheid

AUTUN - Het stond gisteren als een verzuchting in de huiskrant L'Equipe: 'Over twee dagen, Parijs!' Iedereen is blij dat over 200 kilometer en een fikse verplaatsing de Tour de France van 1998 is afgelopen. Het sportieve traject althans. Wat volgt is een geheel andere Ronde van Frankrijk. Die langs de paleizen van justitie.

JOHAN WOLDENDORP

Bij de evaluatie van de bijna afgesloten 85ste editie kan niet worden volstaan met de simpele constatering dat die gruwelijk is verpest door een dopingschandaal, waarvan de omvang op dit moment nog niet valt te bepalen. “Op 2 augustus komen we aan in Parijs, op 3 augustus moeten we ons hoofd erover buigen hoe we de volgende keer een herhaling kunnen voorkomen”, vertelde Jean-Claude Killy, de hoogste baas van de Tour de France, op de Zwitserse televisie.

Het is niet alleen het instituut Tour, dat zo ernstig ziek bleek te zijn dat ze met loeiende sirenes naar de intensive care van het dichtstbijzijnde ziekenhuis moest worden overgebracht. Het wielrennen in zijn totaliteit verkeert in een diepe crisis. Nu komt duidelijk naar boven, wat critici altijd al hadden vermoed. Het kwaad van de doping is dieper geworteld dan de nauwst betrokkenen ooit wilden geloven.

Nu stukje bij beetje duidelijk wordt hoe omvangrijk en wurgend het netwerk rond Festina is, veranderen ploegleiders en renners ook van toon. Tot voor kort vonden ze het not done over doping te praten en te schrijven. Dat leidde de aandacht maar af van datgene waar het om schijnt te gaan: de sport. Ruim een week geleden werd om die reden zelfs nog een heuse rennersstaking georganiseerd. Nu zegt bijvoorbeeld Adri van Houwelingen, assistent-ploegleider van de Rabobank: “De vorm keur ik af, maar ik ben blij dat de Franse justitie het dopingprobleem hard aanpakt. We zijn er allen bij gebaat dat er schoon schip wordt gemaakt.”

Op zoek naar een oplossing begint KNWU-voorzitter (en Tweede-Kamerlid voor het CDA) Joop Atsma in eigen land. Hij vindt dat er onder de sportbonden een eenvormiger en stringenter anti-dopingbeleid moet komen, voor een belangrijk deel gefinancierd door het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport. “De wielersport wordt altijd als voorbeeld gesteld waar het om een harde aanpak van de dopingproblematiek gaat. Als nationale sportorganisatie vragen wij ons echter af of we in Nederland wel genoeg aan dopingbestrijding doen. Er moet meer geld beschikbaar worden gesteld en er dienen goede richtlijnen te komen. Ik zou de subsidies aan sportbonden willen koppelen aan hun begrotingen. Bonden hebben primair een taak op het terrein van preventie en voorlichting. De controle en analyse moet geschieden door een onafhankelijk instituut.”

De sport kan de kosten onmogelijk zelf ophoesten. “Dat is de reden dat we niet alle stoffen kunnen traceren”, zegt Atsma. “Ik vind dat de controles verfijnder moeten plaatsvinden. Maar dat kost heel veel geld, waarvoor we ook bij de overheid, de wetenschap en de sponsors moeten aankloppen. Doping tref je aan in alle takken van sport. Er komt ook doping voor in andere circuits dan wij bevroeden. Ik denk aan sportscholen. In het illegale circuit gaat zeker 200 miljoen om. Als je dat ook constateert, dan is het tevens een probleem dat de volksgezondheid in zijn algemeenheid aangaat. De derde stap is dat wij alles op alles moeten zetten om een door het IOC geaccrediteerd laboratorium terug te krijgen (het instituut in Utrecht werd dat keurmerk enkele jaren geleden ontnomen - red). Dan kunnen we besparen op de kosten van de analyses, die nu immers in het buitenland worden uitgevoerd. Er is in dit land voldoende knowhow aanwezig om een volwaardig laboratorium te kunnen equiperen.”

Naast een gerichter subsidiebeleid - geen stoelen, maar doelen financieren, een weg die VWS enkele jaren geleden al is ingeslagen - pleit Joop Atsma ook voor meer uniformiteit in het treffen van sancties. “Bij overtreding moet iedereen op dezelfde wijze worden bestraft. Het kan niet zo zijn dat een wielrenner een paar maanden wordt geschorst en dat een voetballer ervan afkomt met een paar tientjes boete. Die paar tientjes moeten niet de norm worden, dat is duidelijk. Wanneer je een actief beleid voert om doping uit te bannen, moet je mensen die zich op een of andere manier bezig houden met doping geduide middelen, hard aanpakken.”

De wielerwereld verzwelgt echter in machteloosheid. Waar is Hein Verbruggen? luidt de meest gestelde vraag in de Tourkaravaan. De Nederlandse voorzitter van de internationale wielrenunie UCI was een paar dagen in de ronde, probeerde daar en kort ervoor op het congres in Havana enkele noodverbandjes te leggen, maar viert momenteel in Maleisië zijn dertigjarige huwelijksfeest. Zijn afwezigheid - om die privé-reden - zet kwaad bloed. Luc Leblanc, die eergisteren demonstratief zijn rugnummer inleverde, eist zijn aftreden, omdat “de man die hier het hardst nodig is, ontbreekt”. Laurent Jalabert liet zich in dezelfde zin uit. Ook Joop Atsma vindt dat zijn landgenoot momenteel in Frankrijk hoort te zijn. “Het is bij de UCI erg stil. Daar waar de wielersport in zijn voegen kraakt, moeten de verantwoordelijken van de UCI ter plaatse zijn.” De voorzitter van de KNWU meldt zich vandaag op het terrein van de ramp. “Niet omdat ik de illusie heb iets te kunnen doen. Wel uit oogpunt van solidariteit.”

Bij zijn bliksembezoek aan de Tour de France, een kleine twee weken geleden, prees Verbruggen de politie voor het krachtdadige optreden (let wel: de aanpak van het probleem, niet de vorm, die toen nog niet het brandpunt van discussies was). “De politie doet wat de UCI niet kan: criminelen oppakken.” Daarmee legt de internationale bond zichzelf een motie van wantrouwen op, en dat verklaart ook waarom de Franse overheid doet wat particuliere organisaties nalaten. Atsma: “Je mag inderdaad de conclusie trekken dat Frankrijk bonden en organisatoren laat zien hoe je een groot probleem aan kunt pakken.”

Atsma vindt het onbegrijpelijk dat er zomaar gerommeld kan worden met zogeheten medicijnen. Dat er verborgen boekhoudingen bij apothekers en ploegartsen bestaan. “Als kamerlid heb ik veel contact met boeren. Ik vraag me af waarom apothekers geen logboek bijhouden, zodat ze onmiddellijk kunnen nagaan waar de middelen blijven die ze verkopen. Een boer moet een mineralenboek bijhouden. Alle kunstmest die hij afneemt en er uitgaat, dient hij te registreren in zijn pc. Als een boer dat kan doen, mag dat voor een apotheker ook geen onoverkomelijk probleem zijn.”

De weg die de UCI al een tijdlang bewandelt, wordt stilaan een pad bezaaid met valkuilen, gecamoufleerd prikkeldraad overdwars en landmijnen. De renners, ploegleiders en -artsen lachen Verbruggen uit. In praktisch alle gevallen kunnen ze de buitenwereld wijsmaken dat de controles negatief zijn en dat ze dus geen dope gebruiken. Jalabert noemde in een Franse krant de aanstaande winnaar van de Tour de France “de koning van de doping”. Enige hypocrisie is de nummer een van de wereld waarschijnlijk niet vreemd. Zijn ploegarts Terrados (Once) zit verstrikt in het Festina-wurgnet. Verbruggen onderkent de problemen: “Op het moment dat je de producten niet kunt ontdekken, weet je dat er een illegaal circuit bestaat. Maar ik ben wel geschrokken van de mate en de schaal waarop Epo gebruikt wordt. Het spul is verboden, maar omdat je het niet kunt opsporen, kun je tot 49 knoeien (de bovengrens van de hematocriete waarde is op 50 bepaald - red).”

Verbruggen wil de verantwoordelijkheid op dat terrein bij de ploegartsen leggen. Op het UCI-congres in Havana werd een ethische code aangenomen. Vanaf 1 januari moeten ploegen artsen en soigneurs fulltime in dienst nemen. En de doktoren controleren de renners op stoffen die (nog) niet in laboratoria kunnen worden opgespoord. Hij haastte zich erbij te vertellen dat de artsen weer door UCI-artsen op de vingers worden gekeken. Types als Rijckaert (Festina) en Terrados, ze zullen je huisarts maar zijn.

Er is nog een andere partij die baat heeft bij een forse sanering van de wielersport: de sponsors. Zij zijn in wezen de enige geldschieters. Zonder hen is er geen professioneel wielrennen, zo eenvoudig is het. Hun inbreng is op jaarbasis 500 miljoen gulden. Festina heeft na het opstappen van de ploeg nog nooit zoveel horloges verkocht, maar op langere termijn werkt het dopingschandaal tegen dat bedrijf. De standpunten van de twee grote Nederlandse sponsors zijn duidelijk: een renner die op doping wordt betrapt, wacht ontslag op staande voet. Zit het kwaad in de hele ploeg geworteld, dan trekt de geldschieter zich stante pede terug. Frank van der Meijden, voorlichter van de Rabobank, zegt dat zijn bedrijf zich bewust is van het afbreukrisico. “Na alles wat zich in deze Tour heeft afgespeeld, zijn commerciële belangen niet aan de orde. Onze ploegleiders weten dat ze zelf mogen bepalen of ze de Tour afmaken of niet. Mensen zijn nu bang om opgepakt te worden. Bij ons zijn onschuldige voedingssupplementen door het toilet gespoeld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden