Wielersport loopt risico in oude gewoonten te vervallen

Niet veel ploegen zijn zeker van deelname aan grote ronden en klassiekers. Dat dwingt renners tot grotere inspanningen.

Vacansoleil is opvallend sterk vertegenwoordigd in de uitslagenlijsten dit prille wielerseizoen. Johnny Hoogerland greep tien dagen geleden naast de zege in de traditionele Franse openingskoers Grand Prix La Marseillaise. Waar de revelatie van vorig jaar op een haar na de sprint verloor, zegevierde de Sloveense sprinter Borut Bozic. Hij won een paar dagen later twee keer een massa-aankomst in de meerdaagse etappekoers de Ster van Bessèges. En eergisteren kaapte de relatief onbekende Wouter Mol van Vacansoleil na een lange ontsnapping de leiderstrui weg in de Ronde van Katar.

Berust die plotselinge dadendrang van de Nederlandse wielerformatie op geluk? Of is de ploeg van de Belg Hilaire van der Schueren met een flinke trainingsvoorsprong uit de winterperiode tevoorschijn gekomen? De verklaring is veel eenvoudiger. Er rust een geweldige druk op de schouders van de renners en staf om voor elke wielerkoers opnieuw deelname af te dwingen.

Vacansoleil is niet de enige ploeg die in deze spagaat zit. Ook de overige continentale ploegen vechten om startbewijzen. De Franse teams Cofidis, Saur en Bouygues bijvoorbeeld,of Cervelo met nieuwkomer Theo Bos en Heinrich Haussler en de Amerikaanse nieuwkomer BMC met wereldkampioen Cadel Evans en de vorige drager van de regenboogtrui, Alessandro Ballan. Al deze ploegen zijn momenteel voorin het peloton te vinden, naarstig op zoek naar startbewijzen.

Vacansoleil ontving vorige week een wildcard van de internationale wielerunie UCI. Samen met Skil-Shimano en nog veertien ander continentale teams mag de ploeg van Hoogerland uitkomen in koersen die op de zogenaamde UCI Wereldkalender staan, de serie Protour-wedstrijden én alle klassieke koersen. Mits uitgenodigd, want alleen de achttien Protour-ploegen zijn op voorhand verzekerd van deelname. Die opgetuigde ’wildcardstatus’ van de UCI voor Vacansoleil biedt daarom nauwelijks garanties.

Maar zelfs de achttien ploegen die de ’Champions League’ van het professionele wielrennen vormen, zijn nergens zeker van. Vooral niet wat deelname aan de Tour de France betreft. ASO, de machtige Franse organisatie die ook klassiekers als Luik-Bastenaken-Luik en Parijs-Roubaix onder haar hoede heeft, hanteert zo haar eigen toelatingseisen. Een Protour-status betekent in de ogen van de ASO nog lang geen Tourstart, maakte Tour-directeur Christian Prudhomme onlangs weer eens duidelijk. Zo mogen Cofidis en Bouygues al wel op een oor slapen, terwijl Protourploegen als Radioshack van zevenvoudig tourwinnaar Lance Armstrong en Team Sky (Wiggins) bungelen tussen hoop en vrees. Armstrongs ploeg, die in het verleden alles afstemde op de Tour, zal nu noodgedwongen een goed voorjaar moeten rijden. Het gevaar bestaat dat sommige renners opgesoupeerd zijn voordat de Tour begint.

Een ander, en misschien wel groter gevaar, is dat renners vanwege de toegenomen prestatiedruk weer hun toevlucht gaan zoeken tot prestatie verhogende middelen. Daarmee zouden alle resultaten van de afgelopen jaren om de wielersport schoon te krijgen, teniet worden gedaan. De vraag is of de UCI zich bewust is van het risico dat hier op de loer ligt. Het is een gunstige ontwikkeling dat steeds meer grote internationale sponsoren, ondanks een mondiale recessie, de weg naar de wielersport weten te vinden en nieuw ploegen optuigen. Maar als dat zou betekenen dat de wielersport vervalt in oude gewoonten, pleit dat eerder voor schaalverkleining dan voor schaalvergroting van de wielersport.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden