Wiedergutmachung voor Zwitser taboe

ZÃœRICH - Het is druk op de Zürichberg. Op de plek die tijdens de oorlog vol zat met nazi's en hun sympathisanten zitten de Zürichers in de voorjaarszon te genieten van het mooie uitzicht op de stad en het meer in de diepte.

RENSKE HEDDEMA

Voor het Grand Hotel Dolder, dat in de oorlog domicilie bood aan menig gefortuneerd Duitser, is geen bankje onbezet. Oude stadsbewoners weten te vertellen dat de bovenverdieping van het hotel in zijn geheel was afgehuurd door een vogelhoudende Duitser die er zijn parkieten vrij liet rondfladderen. De ongetwijfeld veiligste volière van het toenmalige Europa ligt er nog steeds sprookjesachtig bij. Maar het lijkt wel of de Zwitserse vlag iets minder fier van het torentjesdak wappert. De niet aflatende discussie over de financiële transacties in de oorlog laat de Zwitsers niet ongemoeid.

Inmiddels is het debat over het oorlogsverleden van Zwitserland een tweede fase ingegaan. Geen medium dat er niet over bericht, geen verjaarspartij zonder felle discussies. De regering, die aanvankelijk uitermate klungelig reageerde, neemt nu haar verantwoordelijkheid.

Er is haast geboden, en dat realiseert de Bundesrat zich. Afgelopen week sprak de Zwitserse regering uitgebreid met Joodse organisaties over de vormgeving van het 'Shoa-fonds', waarin de drie grote banken al 100 miljoen Zwitserse frank stortten. Dit maal was er ook een vertegenwoordiger van de staat Israël aanwezig, op uitdrukkelijk verzoek van de Zwitserse regering, om zo het draagvlak voor de verdeling van het fonds te verstevigen. Van de zestien wereldwijd opererende Joodse koepelorganisaties hebben zich er tien gemeld als verdelende instantie, en de vraag wie er wat krijgt is al zo moeilijk.

Duidelijk is echter dat de Zwitserse regering de regie over het fonds zelf niet uit handen wil geven en dat de World Jewish Restitution Organization (van het Joods Wereldcongres) een overkoepelende rol zal gaan spelen bij de verdeling.

Terwijl de meeste Joodse organisaties positief reageren op de laatste ontwikkelingen in Zwitserland, blijft de New Yorkse senator d'Amato het land geselen. Hij verklaarde afgelopen donderdag dat hij niet onder de indruk is van het fonds. Minister van buitenlandse zaken Cotti nam meteen openlijk stelling tegen D'Amato en riep het Joods WereldCongres op de polemische uitspraken van de senator voortaan te verhinderen.

De Zwitserse minister ziet namelijk de tegenstromingen in eigen land ontstaan. De openlijke golf van antisemitisme die in januari optrad na de eerste beschuldigingen, is nu overgegaan in een (genuanceerd) verweer. Velen merken op dat de gewone Zwitsers bereid waren om hun landsgrenzen tot het uiterste te verdedigen. Het waren de hoge heren in Bern en de Nationale Bank die met de Duitsers dealden, zo oordeelt de man in de straat.

De regering doet er goed aan te luisteren naar deze gevoelens van nationale trots. De mogelijke gevolgen zijn immers bekend: een referendum dreigt. Daarom gaf Cotti ook een schot voor de boeg over een eventuele bijdrage van de Zwitserse belastingbetaler aan het fonds. Die kan, alleen al op grond van de wettelijke bepalingen, slechts nihil zijn, aldus Cotti.

De politiek nog maar net correcte Schweizerische Volkspartei heeft zich inmiddels tot spreekbuis opgeworpen van Zwitsers die genoeg hebben van het beklaagdenbankje. Afgelopen zaterdag riep de populistische SVP leider Blocher voor een bomvolle zaal dat Zwitserland geen enkele blaam treft over zijn gedrag in de oorlog. Blocher, in een karikatuur afgebeeld als kloon van Jean Marie le Pen, zei het een “verraad aan ons volk” te vinden, als industrie, banken of regering nu geld zouden betalen voor het economisch beleid tijdens de oorlog. Zelfs een excuus is misplaatst, zo vindt Blocher. Zondag won de SVP de verkiezingen in de kantons Aargau en Solothurn (tussen Basel en Zürich) op overtuigende wijze. In Aargau bedroeg de winst maar liefst 33 procent.

Het einde van de polemiek is daarmee nog niet in zicht. Aan de andere kant van het spectrum hebben zich naast het Manifest van kunstenaars en intellectuelen andere actiegroepen gevormd. In Basel is een fonds gesticht “voor menselijkheid en gerechtigheid”, dat overlevenden van de Holocaust, vooral in Oost-Europa, financieel wil ondersteunen. Het is een particulier initiatief uit universitaire kringen. In Bern is tijdens een stille omgang op de Bundesplatz door een oecumenisch actiecomité 100 000 frank ingezameld onder christenen. Gymnasiasten in de stad verzamelden eenzelfde bedrag.

In een televisie-interview werd minister-president Anton Koller - sinds 1 januari voor een jaar benoemd - onlangs expliciet aan de tand gevoeld over zijn rol als 'Landesvater' en christen. Of hij zich niet geroepen voelde het volk te confronteren met hun verregaand materialisme tot nu toe? Koller (CVP) wees op de goede kant van de Zwitsers, die tenslotte niet voor niets ook een humanitaire traditie hebben.

Vandaag zal Koller waarschijnlijk met de namen komen van het bestuur van het fonds, dat voornamelijk uit Zwitsers zal bestaan. Dat het fonds niet alleen ten goede zal komen aan Joodse vluchtelingen, maar bijvoorbeeld ook aan zigeuners, is al officieus bekend. Natuurlijk is de vraag naar de criteria interessant. Dat er een relatie zal bestaan tussen een traceerbare materiële schade en de hoogte van de vergoeding, lijkt onwaarschijnlijk. Het idee dat het fonds op welke wijze dan ook, een 'Wiedergutmachung' zou zijn, wordt immers steevast verworpen.

Blijft over de vraag of de Zwitserse burger de komende jaren “zur Kasse” zal worden 'gebeten' om financieel bij te dragen aan het fonds. Dat kan pas als het parlement overgaat tot wetgeving. Dat laatste hangt weer af van de uitkomst van de historische commissie onder leiding van professor Bergier. Op hem en zijn zevenhoofdige commissie rust een zwaar mandaat. De rustige, pijprokende wetenschapper is door de Bundesrat opgeroepen met “feiten en slechts met feiten te komen”. Een eis waartegen de gewetensvolle historicus zich vriendelijk, doch beslist, verzet. Bergier, die ook vandaag voor het eerst bijeenkomt met zijn bindend aan de Bundesrat adviserende commissie: “Je vraagt een bakker toch ook niet om een pond meel op tafel te gooien, maar om een brood. Feiten moeten gerangschikt worden en geordend. Het zout van de interpretatie zorgt voor helderheid. Dat kan de Bundesrat van mij, als historicus, verwachten. Geen feiten, ook niet de waarheid, maar helderheid.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden