Column

Wie zijn de vijanden van de democratie?

"Op dit moment bekijken de ministers Asscher (integratie) en Opstelten (veiligheid en justitie - foto) of een verbod van antidemocratische partijen mogelijk is."Beeld anp

Moet je een partij verbieden die de democratie misbruikt om de democratie om zeep te helpen? Natuurlijk, want we kennen de geschiedenis van de Weimar-republiek (1919-1933), waarin de NSDAP, de partij van de nationaal-socialisten, deze weg volgde. Bovendien, de grondwet waarin de beginselen van de democratische rechtsstaat zijn vastgelegd, is volgens een gevleugeld woord van een Amerikaanse rechter 'geen zelfmoordpact'.

Of toch geen verbod, want met het verbieden van een overtuiging tast de democratie haar eigen wezen aan. Dit wezen brengt mee zelfs tegenstanders van het stelsel ruimte te geven. Omwille van zichzelf moet de democratie haar kwetsbaarheid accepteren, het is 'geen systeem voor bange mensen', zoals de liberale minister van justitie Carel Polak in 1968 zei.

De uiterste consequentie van deze benadering is dat aan het eind van de weg het democratische besluit wordt genomen de democratie af te schaffen. Is het vanwege de onherroepelijkheid van dat besluit dan toch niet verstandiger bij voorbaat zo'n antidemocratische partij te verbieden?

Weerbaarheid
De vraag is politiek actueel. Op dit moment bekijken de ministers Asscher (integratie) en Opstelten (veiligheid en justitie) of zo'n verbod mogelijk is. Dit gebeurt op aandrang van het CDA, dat meent dat de democratie haar weerbaarheid moet vergroten door geen plaats te bieden aan groeperingen die haar willen afschaffen. Het CDA-Kamerlid Pieter Heerma kreeg vorige maand in het integratiedebat met minister Asscher steun voor deze opvatting van VVD, PVV en SGP. De ChristenUnie neigde daartoe. Tot een Kameruitspraak kwam het niet, omdat de minister uit eigen beweging een onderzoek beloofde. Het resultaat wordt deze maand verwacht.

De ministers kunnen hun voordeel doen met de exercitie die de staatsrechtsgeleerde George van den Bergh (1890-1966) verrichtte naar de vraag hoe de democratie met niet-democratische partijen moet omgaan. De uitkomsten vatte hij in 1936 samen in een rede, waarvan de rechtsfilosofen Bastiaan Rijpkema en Paul Cliteur het stof hebben afgeklopt. Zij hebben de rede, die Van den Bergh hield bij zijn intrede als hoogleraar aan de Amsterdamse universiteit, opgenomen in een boek onder de titel 'Wat te doen met antidemocratische partijen?'

Het meest waardevolle van de rede is in mijn ogen dat Van den Bergh een belangrijke toetssteen leverde voor de vraag wanneer een partij als democratievijandig moet worden aangemerkt. Hij leidde die toetssteen af uit wat naar zijn overtuiging de onaantastbare beginselen van de democratie zijn: de geestelijke vrijheid en de gelijkheid voor de wet van iedereen. Aanvaarding van die beginselen moest volgens hem de voorwaarde zijn om tot de vreedzame strijd te worden toegelaten. 'Partijen die deze pijlers van onze staat aantasten, zijn zijn vijanden'.

'Ongunst der tijden'
Voor Van den Bergh, die gemeenteraadslid in Amsterdam en Kamerlid voor de SDAP was, was het een kwestie van opportuniteit of je deze partijen, behalve bestrijden, moest verbieden. Lettend op 'de ongunst der tijden' wilde hij in elk geval wel de mogelijkheid hebben 'de aantasting van ons cultuurbezit en onze rechtsstaat niet willoos te gedogen'. Een partijverbod dus, maar alleen in uiterste noodzaak.

In de geestelijke vrijheid en gelijkheid voor de wet zag Van den Bergh het diepste wezen van de democratie uitgedrukt: de eerbied voor de persoonlijkheid van ieder mens. Met noties als deze biedt zijn rede tegenwicht aan het kale meerderheidsdenken dat in deze tijd opgang maakt. De democratie is meer dan een systeem waarbij minimaal de helft plus één beslist - laat staan een systeem waarbij een kabinet via de 'kolonelsroute' van een bestuursmaatregel zelfs die minimale meerderheid denkt te kunnen omzeilen.

Beperking vrijheid moslims
Heerma beval het boek over Van den Bergh aan als 'zeer lezenswaardig', maar de vraag is of hij in diens oratie veel steun vindt voor zijn visie op een weerbare democratie. De sociaal-democraat waarschuwde ernstig voor het lichtvaardig inzetten van een partijverbod, maar de kring van antidemocratische partijen trok hij ruimer dan het CDA-Kamerlid, dat vooral (niet-bestaande) partijen op het oog heeft die de sharia willen invoeren.

Met Van den Bergh in de hand kom je eerder uit bij de PVV, die de geestelijke vrijheid van moslims wil beperken en niet schroomt daartoe de gelijkheid voor de wet voor deze bevolkingsgroep terzijde te schuiven. Ziet Heerma dat nabije gevaar niet of wil hij het niet zien?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden