Wie werkt, moet langer wachten op Nederlandse les

Nederland wil sinds kort werk maken van de integratie van allochtonen. In Amsterdam alleen al volgden vorig jaar 7000 allochtonen een cursus Nederlands. Het inburgeren loopt alleen nog verre van gesmeerd. Veel cursisten blijken aan het eind van een lestraject van 600 uur nog lang niet uitgeleerd en er zijn wachtlijsten. En wie een baan heeft, moet nog wat langer wachten.

Elke kandidaat voor Nederlandse les in Amsterdam moet eerst naar de Centrale Intake van het regionale opleidingencentrum (roc) in de Elisabeth Wolfstraat in Oud-West. Sinds een paar jaar kent het roc twee soorten buitenlanders: nieuwkomers en oudkomers. Nieuwkomers volgen uiterlijk vier maanden na ontvangst van hun verblijfsvergunning een verplichte inburgeringscursus. Dat moet volgens de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) die er sinds 1998 is. Nieuwkomers krijgen nu het kabinet haast wil maken met het integratiebeleid voorrang boven oudkomers: de allochtonen die al langer in Nederland verblijven.

En dus heb je pech als je van 'vóór 1998' bent: dan belandt je naam in de meeste gevallen op een wachtlijst. In heel Nederland telt deze nu ongeveer 10000 oudkomers, heeft het onderzoeksbureau Regioplan becijferd.

De Egyptische Gahan (30) was 17 toen ze in Nederland kwam wonen. Ze wordt geholpen door een baliemedewerkster die vraagt of ze de papieren van de sociale dienst mee heeft genomen. Dat is van belang, want het inburgeringswezen onderscheidt ook nog twee soorten oudkomers. Een oudkomer zonder baan gaat voor een oudkomer met baan. Gahan heeft de papieren niet.

Gahan, donkerbruin leren jack en lichtbruine hoofddoek van velours, zal er morgen weer zijn. In de kantine, waar Abba's The winner takes it all uit de luidspreker schalt, vertelt zij hoe ze in Nederland terecht kwam. Haar vader wilde dat ze trouwde met een zestien jaar oudere man die in Nederland woonde, en een paar jaar later zat ze met drie kinderen op een flat in Amsterdam-Noord. Gahan spreekt net genoeg Nederlands voor een redelijk gesprek. Maar voor een leuke baan moet het veel beter, weet ze. Haar man verbood haar om Nederlandse les te nemen. Als eigenaar van een Arabische videotheek heeft hij geen Nederlands nodig, dus waarom zijn vrouw dan wel?

Wat Gahan van de taal weet, heeft zij van haar kinderen. ,,Arabische mannen zijn verschrikkelijk'', zegt ze, in haar koffie turend. Gahan wil scheiden. ze heeft genoeg van het thuisblijven, met een rondje over de markt als enige uitje. ,,Elk mens moet kunnen doen wat hij wil. Ik wil nu kapster worden. Eerst goed leren, dan een diploma.''

Gahan weet niet hoe lang het nog duurt voor haar nieuwe leven begint. Ze heeft nu een uitkering, dus zijn de vooruitzichten beter dan vorig jaar, toen ze nog in een bedrijfskantine werkte. Maar ook nu Gahan overdag alle tijd heeft, zit een dagcursus er waarschijnlijk niet in. Die zijn gereserveerd voor de nieuwkomers. Ze zal een oppas moeten zoeken voor de kinderen die overdag gewoon op school zitten. Gahan zucht diep. Ze begrijpt niet dat motivatie er niet toe doet bij de toewijzing van cursusplaatsen. ,,Het is niet eerlijk. Ik wil dit graag, maar voor anderen is het een straf, dat is niet goed.''

Ibrahim, uit Turkije, heeft meer geluk. Misschien is er in december al een plek voor hem. Zijn zwager, die het woord doet, spreekt vloeiend Amsterdams. ,,Hij ken alleen het woord kaas, want daar houdt ie van'', lacht hij tegen intaker Maike Gilliot. Gilliot voert met Hakki het onderwijskundig gesprek, de tweede ronde van de intake. Gilliot stelt het niveau van de toekomstige cursist vast .

Ibrahim is een onduidelijk geval. Hij is hoog opgeleid, maar spreekt geen woord Nederlands. Toch woont hij alweer vijf jaar in Amsterdam. Tenminste officieel. Want Ibrahim heeft de laatste jaren aan een Turkse üniversitesi economie gestudeerd. Zo'n opleiding is voor een Turk in Turkije heel duur en kennelijk kon Ibrahim dit probleem met een Nederlandse uitkering oplossen. Volgens zijn zwager was hij ,,dan weer hier, dan weer daar''.

Ibrahims zwager meldt ook zijn vrouw aan die zes jaar geleden overkwam. Ze volgde al een keer eerder Nederlandse les maar dat was niet genoeg. Na elke vraag van intaker Maike Gilliot kijkt zijn vrouw hem vragend aan.

Met dit type cliënten heeft Gilliot vaak te maken: mannen die hun vrouw liever thuis houden. Het is dat ze moeten van de sociale dienst, anders zouden ze niet komen. ,,Voor vrouwen is een cursus vaak een bevrijding, lekker met vriendinnen naar het buurthuis. Hun mannen vinden dat hun vrouw er voor hen is, niet voor Nederland. Vaak vraag ik aan mannen, als de opvang van kinderen ondanks hun werkloosheid een probleem is: 'Maar dat kind is toch ook van u?'''

Dat werklozen sneller een plek krijgen dan oudkomers die wel werk hebben en bovendien zoals Gahan zelf naar het roc stappen, vindt Gilliot 'scheef'. ,,Zij moeten er maar op hopen dat er in een groep een plek vrijkomt doordat iemand uitvalt. Het is het onvermijdelijke gevolg van het doelgroepenbeleid, erkent intake-coördinator Anke Nust. ,,Dat we tegenwoordig nieuwkomers helpen is heel mooi, Maar we blijven nu wel steeds zitten met mensen die niet tot een doelgroep gerekend kunnen worden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden