Wie weet wat waar is in ontastbare werkelijkheid?

Waarheid: het ware, getrouwheid aan de werkelijkheid, ware geloofsovertuiging, iets wat waar is. De Dikke Van Dale komt er nog wel uit met deze vier definities. Maar wat is waarheid in de wetenschap als we niet wéten wat het ware is en niet kunnen zien hoe de werkelijkheid oogt?

Uit de interviews met de kwantumfysici Veltman en 't Hooft ter gelegenheid van hun Nobelprijs bleek weer eens dat het doorgronden van de 'aard der dingen' een heidens karwei is -de in theorie bestaande, maar nog niet gevonden 'Higgs-deeltjes' vliegen je om de oren. In zekere zin is het ook ondankbaar werk, omdat maar een handvol ingewijden er iets van begrijpt.

Daar komt nog bij dat het volgens sommige filosofische stromingen lang niet zeker is of moderne fysici daadwerkelijk bezig zijn de werkelijkheid te ontsluieren, dat wil zeggen, de werkelijkheid zoals die ís. Het gaat immers grotendeels over onwaarneembare deeltjes, en processen waartoe we geen directe toegang hebben. De werkelijkheid kan dus altijd anders in elkaar zitten dan we denken. 'Dé waarheid' in zijn objectieve of mens-onafhankelijke vorm, zullen we volgens deze filosofen nooit kennen.

Andere filosofen (en ook veel fysici) menen echter dat de moderne natuurkunde wel degelijk de objectieve werkelijkheid beschrijft, en dat het bij elektronen en quarks om mens-onafhankelijke 'essenties' gaat. Deze twee visies op 'waarheid' staan lijnrecht tegenover elkaar en de aanhangers vliegen elkaar regelmatig in de haren.

,,Beide partijen schieten nogal eens door in uitersten'', zegt de Utrechtse wetenschapsfilosoof prof.dr. Dennis Dieks, gespecialiseerd in de filosofie van de natuurkunde. ,,Zo zijn er de 'harde' anti-essentialisten die iedere vorm van objectieve werkelijkheid van de hand wijzen. Die kunnen we toch niet kennen, dus is het ook niet de moeite waard het erover te hebben. Een begrip als 'waarheid' komt in hun vocabulaire niet voor. Aan de andere kant staan de 'harde' realisten, zoals de fysici die er zeker van zijn dat de objectieve werkelijkheid al vrijwel geheel wórdt beschreven door de moderne natuurkunde, die de waarheid dicht is genaderd. Deze twee extremen botsen uiteraard.''

Tot de 'harde kern' van de anti-essentialisten behoren postmoderne wetenschapsfilosofen als Bruno Latour. Zij zien wetenschappelijke theorieën als een menselijke, sociale constructie. Heeft hij daar nu een punt, of is het pure onzin?

,,Laat ik het idee van wetenschap als sociale constructie illustreren aan de hand van een voorbeeld. In de zestiende en zeventiende eeuw speelde de vraag of de aarde om de zon draait, of de zon om de aarde, het Copernicaanse stelsel versus het Ptolemaeïsche, met in dit stadium van de discussie alleen waarnemingsfeiten die slaan op de beweging van de planeten geobserveerd vanaf de aarde. Wat blijkt dan? De waarnemingsfeiten konden op dat moment geen onderscheid maken tussen het ene of het andere stelsel -beide stelsels voorspelden dezelfde bewegingen. Toch maakten de geleerden keuzes, die blijkbaar niet op de empirische feiten waren gebaseerd. Dergelijke situaties spelen ook in de twintigste-eeuwse fysica. Uiteindelijk wordt er voor een bepaalde theorie gekozen, en ontstaat er consensus in de wetenschappelijke wereld. Het ligt voor de hand dat zo'n consensus een sociale component bevat. In wezen komt wat veel sociaal-constructivisten zeggen hierop neer.''

Niet echt schokkend. Vanwaar dan die opwinding die zo af en toe ontstaat?

,,Omdat het idee van wetenschap als sociale constructie met zich meebrengt dat je de natuur niet kunt opvatten als de enige bron van wetenschappelijke theorieën. Hoe de natuur eruitziet wordt volgens deze opvattingen eerder gedicteerd door wetenschappelijk theorieën dan dat andersom de vorm van de theorie door de natuur wordt gedicteerd. Dit perspectief kent overigens een aantal 'verpakkingen': zo zegt de Amerikaanse filosoof Richard Rorty dat onderzoek het telkens opnieuw ordenen van opvattingen is en níet het onthullen van de ware aard van de objecten. Zo'n opvatting maakt op haar beurt weer deel uit van een heel netwerk van opvattingen. Een theorie is volgens deze zienswijze dan een positie in zo'n netwerk. Ook bij Latour speelt het netwerk een rol, maar hij spitst het wat meer toe op het sociale domein. Hoe dan ook: het zijn opvattingen die fysici soms tot razernij kunnen brengen. Want de fysicus gaat ervan uit dat de natuur objectief op een bepaalde manier in elkaar zit; daar doe je objectief onderzoek naar en dan wint de theorie die de werkelijkheid het dichtst benadert. Die opvatting staat haaks op die van de postmoderne wetenschapskritiek.''

Hebben fysici niet ook het idee dat postmoderne filosofen zoiets als een eenduidige uitkomst van een experiment uitsluiten, of beweren dat een vliegtuig in de lucht blijft op grond van een sociale conventie?

,,Gezien de felheid van de reacties heb ik inderdaad de indruk dat in ieder geval een aantal wetenschappers het idee heeft dat zulke dingen worden beweerd. Zelf ben ik dat nooit tegengekomen. Neem dat vliegtuig: niemand die serieus betwist dat zo'n machine in de lucht blijft los van sociale conventies; het gaat erom of de verklaring hoe dan dat vliegtuig in de lucht blijft hangen, de enig mogelijke theorie is die de natuur objectief weergeeft.''

Wat denkt u zelf?

,,Ik denk niet dat dit laatste per se het geval hoeft te zijn. Natuurlijk zijn er goede gronden om de ene theorie beter te vinden dan de andere. Maar in laatste instantie gaat het vaak om wetenschappelijke intuïtie. Zo wordt soms een theorie aannemelijk gevonden vanwege de fraaiheid en eenvoud ervan.

Maar die argumenten zijn in feite oncontroleerbaar, want je kunt niet aantonen dat fraaie theorieën uit het verleden vaker waar waren dan lelijke. Je hebt immers tot die waarheid, voorzover zich die uitstrekt tot het terrein van het onwaarneembare, geen toegang. Die voorkeur voor de eenvoud berust dus meer op geloof of psychologie dan op wetenschappelijke argumentatie; het idee van schoonheid en eenvoud is kennelijk aantrekkelijk voor de wetenschappelijke gemeenschap.''

Maar bestaat die objectieve werkelijkheid nu of niet?

,,Het gezond-verstand-standpunt in de natuurwetenschap luidt dat die objectieve werkelijkheid er moet zijn. Dat de natuur onafhankelijk van ons is opgedeeld in entiteiten; dat in de natuur zelf verankerd ligt wat bijvoorbeeld een elektron is. Men stelt zich, met andere woorden, op een essentialistisch standpunt. Zelf zit ik een beetje in tussen deze opvatting en het idee dat we ons eigen beeld van de werkelijkheid scheppen. Ik denk dat er een werkelijkheid is die losstaat van onze opvattingen erover. Maar ik betwijfel of we die ooit zullen kennen. Ik ben er daardoor ook niet van overtuigd of elektronen en quarks werkelijk bestaande entiteiten zijn. Het kúnnen gedachteconstructies zijn, dat valt eenvoudig niet uit te sluiten. Mijn standpunt sluit enigszins aan bij dat van het nominalisme, dat zegt dat wíj de wereld indelen in zich onderscheidende objecten, die we dan bij een soort indelen, als ze volgens onze criteria voldoende op elkaar lijken. Klassen van objecten, zoals elektronen en quarks, corresponderen dan met een gelijksoortigheid die ons motiveert om er één etiket op te plakken. Maar dit betekent nog niet dat het gaat om objecten die door de natuur zélf in een klasse zijn ondergebracht, omdat ze dezelfde essentie bezitten. Overigens betekent dit weer niet dat de huidige theorieën sowieso niet met de werkelijkheid corresponderen; ze kunnen ook wél precies juist zijn. Maar dat is dan in zekere zin een toevalstreffer -ook dit zullen we nooit weten.''

Dit standpunt is niet in directe tegenspraak met het postmoderne.

,,Dat klopt. In feite zijn al deze standpunten over 'de ware aard' of 'de waarheid' te herleiden tot de discussies over Kants 'Ding an sich'. Volgens Kant kon dat geen object van wetenschappelijk onderzoek zijn. Het was een hersenspinsel waarover filosofen konden delibereren. Kant meende dat in ons zelf verankerd ligt hoe we tegen de natuur aankijken; we gebruiken van nature allemaal dezelfde ordenende categorieën. Postmoderne filosofen gaan hier een eind in mee, maar zien de categorieën als veranderlijk en gedeeltelijk sociaal bepaald.''

Enige tijd terug hebben de natuurkundigen Bricmont en Sokal in hun boek 'Intellectual Impostures' stevig de vloer aangeveegd met het postmodernisme.

,,Nou ja, een beetje gelijk hebben ze daar wel in. Die postmodernen kletsen soms ook enorm. Oók Latour die ooit een artikel heeft geschreven over de relativiteitstheorie van Einstein, waaruit bovenal bleek dat hij van de relativiteitstheorie niets snapte. Hij gaf aan de theorie zelfs een seksuele duiding (waarnemers die met meetstokjes in de weer zijn); het raakte kant noch wal. Het is begrijpelijk dat dan het beeld ontstaat dat de hele postmoderne filosofie wetenschapsvijandig is. Aan de andere kant wordt de soep minder heet gegeten dan hij wordt opgediend. Ik was kort geleden op een congres in Amerika waar ook postmoderne wetenschapsfilosofen spraken, maar ik heb daar alleen heel gematigde en onschuldige uitspraken gehoord.''

Gaat de ultieme vraag naar waarheid eigenlijk niet over het wetenschappelijk/materialistische standpunt versus het religieuze - een van beide moet immers waar zijn?

,,Ik denk niet dat je het wel of niet bestaan van God uit de natuurkunde kunt afleiden. De fysica gaat over de empirische werkelijkheid, niet over wat daar achter zou kunnen zitten. Voor mijn gevoel gaan geloof en wetenschap in eerste benadering over verschillende dingen. Het is een beetje het 'waardoor' versus het 'waarom'. Galilei maakte al het grapje 'de bijbel vertelt je niet hoe de hemel gaat, maar hoe je naar de hemel gaat'.''

't Hooft noemt zich niettemin nadrukkelijk atheïst, en ziet de reguliere theologieën als 'hopeloos verouderde' opvattingen.

,,Het ligt wel voor de hand dat als je voortdurend bezig bent met uitpluizen hoe de natuur in elkaar zit, God steeds meer uit het zicht verdwijnt. Dat zie je ook bij de evolutiebiologie. Daarbij is het bovendien zo dat als je naar de geschiedenis van de afgelopen paar honderd jaar kijkt, de wetenschap enorm is opgerukt, en traditionele religieuze opvattingen steeds meer in het defensief zijn gedrongen. Al valt het bestaan van God niet rechtstreeks uit de natuurkunde af te leiden, er is wel een spanning tussen traditioneel geloof en natuurwetenschap.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden