Wie was die man in die werkkamer?

De aanwezige afwezigheid van zijn grootvader vormde Paul Scheffer

ELIAS VAN DER PLICHT

Alsof de tijd was bevroren, zo ervoer Paul Scheffer als kind de werkkamer van zijn grootvader. Uit eerbied voor haar in 1942 gestorven echtgenoot had oma alles gelaten zoals het was: de propvolle boekenkast, een gesigneerde foto van Thomas Mann boven de schrijftafel, een spreuk van Goethe aan de wand. In dit schrijvershol bracht cultuurpessimist Herman Wolf zijn avonden door. Hij schreef er een dozijn boeken en tientallen artikelen.

Wie was die man?, wilde Scheffer weten, "want het werd me duidelijk dat zijn aanwezige afwezigheid me zeer heeft gevormd." Het zette hem aan tot het schrijven van een biografie over zijn opa: 'Alles doet mee aan de werkelijkheid. Herman Wolf 1893-1942'.

Scheffer - journalist, publicist en wetenschapper - begon in 2009 met het boek. Aan de Universiteit van Amsterdam bezette de opiniemaker toen nog de Wibautleerstoel. Zijn opdracht was zich bezig te houden met het thema 'de stad als drager van grensoverschrijdende cultuur'. Dat onderzoek leidde tot de bestseller 'Het land van aankomst'. Daarna richtte hij zich op zijn grootvader, "een stedeling die bij uitstek een grensoverschrijdende cultuur met zich meedroeg."

Herman Wolf groeide op in een welgestelde familie van geassimileerde joden, die in 1899 vanuit Keulen naar Amsterdam verhuisde. Interesse voor de zakenwereld van zijn vader had hij niet. Liever onderhield hij zich met de letteren. Op jonge leeftijd schreef hij al studies over Duitse literatuur en filosofische vraagstukken. Zo vroeg hij zich af hoe uitzonderlijke scheppingen op het gebied van kunst en wetenschap kunnen ontstaan, een onderwerp waarop hij promoveerde. Ook kreeg hij belangstelling voor oosterse filosofie, het boeddhisme en parapsychologie.

Altijd was de humanistische Wolf op zoek naar synthese. Een overkoepelende wereldbeschouwing had hij niet: de dichter in hem behoedde Wolf voor de systematiek van de denker, zo verwoordt Scheffer het mooi. Wolfs aard en denken waren doordrenkt van pessimisme. De gebeurtenissen in zijn geboorteland versterkten dat in de jaren dertig alleen maar.

In tijdschrift De Stem beklaagde hij zich over de tragiek van de humanist, die zijn overtuiging niet met concrete vormen en symbolen kan verduidelijken. "Anderen, die zich beroepen op het Bloed, het Ras, het Volk, de Kerk, de Partij, vinden miljoenen aanhangers, en hém beticht men van slapheid en halfheid, omdat hij slechts in 'vage begrippen' en 'zwevende termen' vermag te spreken (...)."

Volgens Scheffer zijn het deze zienswijzen die het werk van Wolf ook voor onze tijd boeiend maakt. Hij worstelde met dezelfde vragen als zo velen vandaag de dag.

Van de pen alleen viel niet te leven. Overdag werkte Wolf als leraar, maar "in zijn hoofd hoort hij nog de stemmen van de avond ervoor." Stemmen van Goethe, Schopenhauer, Nietzsche, die hem inspireerden en van auteurs als Thomas Mann, Stefan Zweig, Hermann Hesse, met wie hij correspondeerde.

Met een studie over zijn opa begeeft Scheffer zich op gevaarlijk terrein. Kan hij wel voldoende afstand bewaren? Wie met die bril op leest, zou kunnen aanvoeren dat de auteur wel erg onder de indruk is van de contacten die zijn grootvader had met Duitse dichters en denkers. Toch laat Scheffer zich ook kritisch uit over zijn opa. Bij een brief van Wolf aan Thomas Mann, waarin hij diens net verschenen 'De toverberg' bekritiseert, wijst Scheffer op de ondiplomatieke toon van zijn grootvaders schrijven en de tegenstrijdigheden in zijn kritiek.

Twijfels zijn wel op zijn plaats bij het wat vreemd aandoende slothoofdstuk. Daar strijden de opiniemaker en de biograaf om voorrang en lezen we hoe Scheffer aankijkt tegen de manier waarop de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht. Waarom dat relevant is in een biografie van iemand die het naoorlogse Nederland niet heeft meegemaakt, blijft onduidelijk. Eigenaardig is eveneens dat de blik plotsklaps pagina's lang gericht is op de oorlogsgeschiedenis van de Joodse familie van Wolfs stiefmoeder. Scheffers merkwaardige rechtvaardiging: wat hen overkwam, stond ook Wolf te wachten als hij niet in mei 1942 zou zijn gestorven aan een hersentumor.

Het zijn kleine smetjes op een geslaagd portret, dat het verlangen oproept eens een kijkje te mogen nemen in die bevroren werkkamer.

Paul Scheffer: Alles doet mee aan de werkelijkheid. Herman Wolf 1893-1942. De Bezige Bij, Amsterdam; 304 blz. euro 24,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden