Wie was de boosdoener?

Al een eeuw lang is het een indringende vraag: wie of wat veroorzaakte de Eerste Wereldoorlog?

Zet honderd historici uit alle hoeken van deze aardbol bij elkaar, leg ze de vraag voor wie schuld heeft aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en het antwoord zal hoogstwaarschijnlijk unaniem zijn: het nazi-Duitsland van Adolf Hitler. Leg dezelfde geschiedkundigen de vraag voor wie schuld heeft aan de Eerste Wereldoorlog, en de kans is groot dat je honderd verschillende antwoorden krijgt. Zo ingewikkeld is het verhaal over wie of wat de Grote Oorlog tussen 1914 en 1918 heeft veroorzaakt. Het beeld dat het Duitse keizerrijk van Wilhelm II het alleen op zijn kerfstok heeft, zoals in artikel 231 van het Verdrag van Versailles van 1919 staat, is al decennialang achterhaald.

Het ligt veel genuanceerder en gecompliceerder, zegt historicus Samuël Kruizinga, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. "Laten we vooropstellen dat niemand in 1914 een wereldoorlog wilde, of een grote Europese oorlog, daar was geen enkel land op uit."

Door een keten van gebeurtenissen kwam het daar vanaf de zomer van 1914 wel van. Waar veel historici tegenwoordig naar kijken is de rol van Servië bij de moord op Frans Ferdinand, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, op 28 juni in Sarajevo. De man die de kogels afvuurde, de Servische nationalist Gavrilo Princip, had banden met een terroristische organisatie, de Zwarte Hand. Kruizinga: "Wat we inmiddels met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weten, is dat de Servische regering officieel betrokken was bij die Zwarte Hand. Dat is natuurlijk wat anders dan te zeggen dat de regering opdracht heeft gegeven om Frans Ferdinand te vermoorden, maar ze was wel degelijk geïnteresseerd in het destabiliseren van het Oostenrijk-Hongaars regime op de Balkan." Deels was dat uit woede over de annexatie van Bosnië door de Oostenrijkers, zes jaar eerder, maar wat bij de regering in Belgrado ook meespeelde was het idee: hoe zwakker Oostenrijk, hoe groter de kans op een groot-Servië, met Kroatië, Montenegro en Bosnië; dat was het ideaal.

Het antwoord van Wenen op de moordaanslag liet vrij lang op zich wachten, precies een maand. In die dertig dagen verliepen de goodwill en sympathie die Oostenrijk-Hongarije in de publieke opinie en de Europese pers genoot. Kruizinga: "De meest aannemelijke verklaring is dat het land, voornamelijk een agrarische samenleving, met militair optreden wilde wachten tot de oogsten binnen waren. De soldaten die gemobiliseerd moesten worden, werkten in de maand juli immers nog op het land."

Op 28 juli vielen de Oostenrijkse troepen Servië binnen. De Serven moest mores geleerd worden voor die laffe moord op de troonopvolger. De inval was bovendien bedoeld om het pan-Slavisch nationalisme, de grootste destabiliserende kracht op de Balkan, een zware slag toe te brengen.

Apocalyptische toekomstvisie
Maar in de hoofden van keizer Frans Jozef I van Oostenrijk-Hongarije en de politieke en militaire kopstukken van zijn land speelde nog meer mee, zegt Kruizinga: "Er was in het land sprake van een soort apocalyptische toekomstvisie. Het keizerrijk bleef achter bij andere Europese landen, het vertoonde al scheuren, volgens sommigen dreigde het zelfs uit elkaar te vallen. Hoe kun je dat voorkomen, of op z'n minst uitstellen? Door een vlucht naar voren, een militaire actie. Het is een bekende wetmatigheid uit de krijgsgeschiedenis: kies je eigen slagveld uit en het moment waarop je de wapens oppakt, dan heb je heel wat gewonnen."

De inval in Servië leidde tot een kettingreactie, het gevolg van geheime en publieke bondgenootschappen. Servië had de steun van Rusland, Oostenrijk-Hongarije kon bogen op een 'blanco cheque' van Duitsland dat zijn zuiderburen altijd te hulp zou schieten. En de Duitsers waren weer als de dood voor de Russen. Kruizinga: "Een deel van de politieke elite in Duitsland was verschrikkelijk bang voor Rusland, dat land had zo'n ongekend potentieel, qua inwoners, grondstoffen en militaire kracht. Er was een vrij invloedrijke gedachte dat een oorlog tussen de twee landen, of tussen de Germaanse en Slavische volkeren zoals het destijds heette, in feite onvermijdelijk was. Ook in Duitsland leefde bij sommigen een apocalyptisch toekomstbeeld. Oorlog zou er toch wel komen, dan maar liever eerder dan later."

Duitsland beging echter 'een kolossale misrekening', zegt de historicus. Het besloot eerst Frankrijk aan te vallen (bondgenoot van Rusland). Dat land van president Raymond Poincaré zou snel verslagen zijn, was de verwachting. Daarna zouden de Duitse troepen en materieel naar het oostfront verhuizen. Dat kon makkelijk, want het zou zeker veertig dagen duren voordat Rusland zijn leger gemobiliseerd had. Dat bleek een ernstige vergissing.

Bovendien werd zo Groot-Brittannië bij het conflict betrokken. Het Duitse leger viel begin augustus 1914 België binnen, op weg naar Frankrijk. Londen voelde zich verplicht Brussel te hulp te schieten: de Britten verklaarden op 4 augustus Duitsland de oorlog. Minister van buitenlandse zaken Sir Edward Grey sprak de historische woorden: "Overal in Europa gaan de lichten uit, wij zullen het niet meer meemaken dat ze weer ontstoken worden."

Belangrijke overweging voor Groot-Brittannië was dat voorkomen moest worden dat Duitsland de hegemonie in Europa zou krijgen. Maar er zijn nogal wat historici die het besluit om de oorlog in te stappen onverstandig vinden. De geschiedkundige Niall Ferguson noemt het zelfs een van de grootste Britse blunders uit de twintigste eeuw. Het land won weliswaar de Eerste Wereldoorlog (net als de Tweede), maar verloor uiteindelijk zijn 'empire'.

Had in die begindagen van augustus, toen de ene oorlogsverklaring de andere opvolgde, een wereldoorlog nog kunnen worden voorkomen? Ja, zegt Kruizinga volmondig: "Elk van de landen had mogelijkheden om te zeggen: we stoppen er nu mee. Dat dat niet is gebeurd, heeft deels te maken met de verwachting over de aard van de oorlog. Die zou kort en beperkt zijn. Er waren genoeg mensen die zo'n oorlog acceptabel vonden, men nam de risico's op de koop toe. Dat is denk ik ook de ware tragiek van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog: waren er op een paar kopposities maar een paar mensen geweest met een bredere blik die hadden gezegd: stop. Maar die waren er helaas niet. Zo kreeg de weg naar oorlog een zekere onvermijdelijkheid. Europa kende ook voldoende conflicten die nooit écht waren opgelost, er waren twee grote oorlogen op de Balkan uitgevochten - dit was eigenlijk de derde Balkanoorlog, en die liep uit de hand."

De schuldvraag
Bij de schuldvraag moet je volgens Kruizinga niet alleen kijken naar de rol van de afzonderlijke landen. "Historici moeten dieper graven: wat was de sfeer in 1914, wat ging er in de hoofden van generaals en politici om, wat was hun mindset, wat waren de verwachtingen? Ik heb al die apocalyptische toekomstvisies genoemd. Van belang is ook te kijken naar het racistische, darwinistische wereldbeeld in die tijd. Daarin was een confrontatie tussen volkeren en tussen rassen een reëel en in zekere zin zelfs onvermijdelijk toekomstbeeld."

Opkomend nationalisme speelde ook mee: "Naties moesten groeien om te overleven, zo was de gedachte." Of het imperialisme, waar communisten in Rusland graag een nummer van maakten: "In hun ogen was de oorlog de overtreffende trap van kapitalisme." De wapenwedloop was een cruciale factor: "Die bestond zeker tussen Duitsland en Groot-Brittannië."

In vrijwel alle landen die bij de Eerste Wereldoorlog waren betrokken, woedt anno 2014 een debat over de schuldvraag, het ontstaan van de oorlog, het resultaat. Overal in Europa lopen de meningen sterk uiteen. Een Verdrag van Versailles met een eenduidige conclusie zou nu, een kleine eeuw later, niet meer geschreven kunnen worden. Kruizinga: "Het zou de langste en ingewikkeldste conferentie in de geschiedenis van de mensheid worden."

Keizers, premiers en ministers faalden
De Amerikaanse president John F. Kennedy was sterk onder de indruk van het boek 'The Guns of August' van de Amerikaanse journaliste Barbara Tuchman. Volgens hem liet de schrijfster daarin duidelijk zien dat de Eerste Wereldoorlog mede ontstaan is door politiek falen. Keizers, presidenten, premiers en ministers gaven in 1914 onvoldoende tegenwicht aan krachten, vooral te vinden in de top van de diverse legers, die uit waren op oorlog. Tijdens de beruchte Cubacrisis in oktober 1962 gaf Kennedy naar verluidt zijn staf opdracht het boek van Tuchman te lezen.

In die maand kwam het bijna tot een nucleair treffen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Dat land was bezig kernwapens te plaatsen op Cuba, bij wijze van spreken onder de rook van de VS. Kennedy stelde zich ferm op tegenover Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov en wist uiteindelijk een akkoord met hem te bereiken. Historici willen nogal eens een vergelijking trekken tussen het begin van de Eerste Wereldoorlog en de Cubacrisis. Strekking: als er in 1914 in Europa figuren als de Kennedy's aan de macht waren geweest, was er geen wereldwijd conflict ontstaan. Hadden daarentegen de VS en de Sovjet-Unie in 1962 leiders gehad van het kaliber Wilhelm II en tsaar Nicolaas II, dan had deze wereld niet meer bestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden