'Wie vaak naar de kerk gaat, leeft langer'

Francis Galton, neef van Darwin, had ongelijk. Bidden maakt wél gezond. Tenminste, in Amerika. Maar wat moeten wij daar in ongelovig Nederland mee, vroegen werkers in de gezondheidszorg zich gisteren in Amersfoort af.

Neef Galton was de eerste die honderddertig jaar geleden wetenschappelijk onderzocht of religie helpt. Omdat er voor koningen veel wordt gebeden, vergeleek hij hun leeftijden met die van gewone burgers. Maar ze stierven gemiddeld juist vroeger dan de gewone sterveling die voor hen bad. Dus vergeleek hij de leeftijden van priesters en dominees. Worden deze kampioen-bidders misschien wél ouder dan de rest van de bevolking? Ook daarvoor vond hij geen bewijs.

Sinds Galton -hij stierf zelf in 1911- zijn er zestienhonderd wetenschappelijke studies verricht om het effect van religie op gezondheid te meten. Het laatste decennium was er een ware explosie aan vooral Amerikaans onderzoek. Professor Harold Koenig uit North Carolina zette alle onderzoeken op een rij en beoordeelde hun waarde in een vuistdik standaardwerk.

Zijn conclusie: Mensen die ten minste één keer per week naar de kerk gaan zijn optimistischer, ze hebben een stevig sociaal vangnet en een meer verantwoorde levensstijl. Daardoor zijn ze gezonder en leven ze langer. Bijna negentig procent van alle kankerpatiënten sterft uiteindelijk aan deze ziekte, maar van de trouwe kerkgangers is dat slechts de helft. Onder degenen die bovendien drie keer per week bidden of bijbellezen sterft maar dertien procent. De hoogleraar geeft soortgelijke cijfers voor hartinfarct en zelfmoord.

,,Ga je maar weinig naar de kerk, dan heb je een veel grotere kans op problemen'', stelt Koenig. Hij was uitgenodigd door de christelijke hogeschool in Ede en is gewend voor een Amerikaans en dus gelovig publiek te praten. Want 95 procent van de Amerikanen gelooft vast in God, bijna de helft zit één keer per week in de kerk.

Religie is geen ondubbelzinnig medicijn voor elke klacht. Weliswaar tonen 60 van de 93 studies dat depressieve mensen met een geloof sneller herstellen, maar 33 studies zien dit verband niet. Koening: ,,Religie werkt vaak niet voor mensen die minder religieus zijn. Als die ziek worden gaan ze protesteren en met God redetwisten.'' Andersom is het geloof sommigen zo streng dat ze er depressief van worden.

Voor de meerderheid van de Nederlanders die niet meer zo gelovig en kerks is als de gemiddelde Amerikaan heeft Koenig geen opbeurende boodschap. ,,Positief denken kan helpen, maar je daarin trainen is extreem moeilijk. Juist religie geeft die unieke combinatie van positieve emoties, doctrines die je gezond houden en sociale steun.'' Het bedrijven van de christelijke naastenliefde kan ook voor ongelovigen positieve effecten hebben, zegt Koenig. ,,Als je zieken bijstaat, produceren de hersenen een drug met een eufore werking.''

De Nederlandse deskundigen die op Koenig reageren, hebben het liever niet over religie maar over 'spiritualiteit'. Dit is helaas nog een vaag begrip, zegt de een na de ander, maar dat heeft ook een groot voordeel: wie in het geseculariseerde Nederland niet meer religieus is, kan zo toch 'spiritueel' worden genoemd.

,,Iedereen is spiritueel, alleen is niet iedereen zich daarvan bewust'', stelt gezondheidswetenschapper Lucas Tiesinga van de Rijksuniversiteit Groningen. ,,Spiritualiteit is iets alledaags, en gaat ons allemaal aan, ook in de beroepspraktijk,'' zegt hij. Maar hoe precies dat iedereen aangaat, kan Tiesinga niet verwoorden. ,,We zitten nog in de brainstorm fase'' luidt zijn conclusie.

,,Maar als spiritualiteit ook iets is wat je kunt voorschrijven'', vraagt professor J. Bouwer van de theologische universiteit in Kampen zich af, ,,mag de medicus dan ook niet een huwelijk voorschrijven aan een ongetrouwde patiënt omdat onderzoek aantoont dat getrouwde mensen gezonder zijn? Trouwens, wie zegt mij dat het verband tussen kerkbezoek en gezondheid niet vooral een zaak is van het placebo-effect?''

Van Koenigs Amerikaanse advies om patiënten aan te bieden samen te bidden, moeten de Nederlandse deskundigen gruwen. Maar wat dan? ,,Praten'', zegt gezondheidspsycholoog Paul Falger, van de Universiteit van Maastricht. Falger doet onderzoek naar spiritualiteit bij mensen die een hartinfarct kregen. ,,Een hartinfarct is een acute confrontatie met de eindigheid van het bestaan. Terwijl tijdens de opname de nadruk ligt op de techniek, zit de patiënt in een ernstige existentiële crisis. Al het technische gedoe rond zijn bed weerhoudt hem ervan zijn nood aan de orde te stellen. Maar spiritualiteit zou wel een centrale plaats in de latere hartrevalidatie moeten krijgen'', meent Falger. ,,Bijvoorbeeld door te praten over het feit dat het eigenlijk volkomen toeval is dat je er nog bent.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden