Wie te aardig is, begraaft zichzelf

Regelmatig hoor ik dat ik aardig ben. Daar maak ik me wel eens zorgen over. Want wie zijn minder leuke kanten verdringt kan op den duur verdwijnen, bedekt onder een laagje aardig. Dan stem ik bijvoorbeeld morgen op de VVD, niet omdat ik me in hun programma herken, maar omdat die het met al dat gesjoemel zo moeilijk heeft. Of ik kies voor de PvdA omdat die in de peilingen zo zielig staat. Maar waar blijf ik zelf?

Neem de aardige psychiater Dick Diver, hoofdpersoon van Scott Fitzgeralds roman 'Tender is the Night' (Teer is de nacht). Getrouwd met een van zijn patiënten, gaat hij met haar om als een vaderlijke arts waardoor ze langzaam opkikkert.

Als ze echter een meer gelijkwaardige relatie wil, kan hij daar niet mee omgaan. Hij kan zijn vriendelijke, adviserende rol niet loslaten want dan zou hij de onaardige kanten van zijn persoonlijkheid onder ogen moeten zien.

Wat je verdringt, gaat je leven beheersen. Vooral na de dood van zijn vader, flapt Diver er opeens lelijke dingen uit, heeft een vreugdeloze affaire met een jonge actrice, raakt aan de drank, zijn huwelijk loopt stuk en hij eindigt als een obscure arts die rusteloos van het ene plaatsje naar het andere verhuist.

Zoals wel vaker bij hulpverleners, heeft Dick Diver een hoop inzicht in anderen maar niet in zichzelf. De in het boek genoemde psycholoog Jung zegt dat we onze onaardige, donkere kant (de 'schaduw') onder ogen dienen te zien om te worden wie we kunnen zijn. Dat lukt Diver niet.

Aan het eind van de roman zit hij in de zee boven op een rots 'maar hij duikt niet'. Hij maakt zijn naam niet waar (Diver betekent 'duiker'), want hij durft niet in zijn verdrongen angsten en agressies te springen om die in zijn bestaan te integreren.

In feite is zijn leven de dorre vrucht van een conventioneel christendom. Zijn vader en 'morele gids' was een goeiige predikant. In de kerk voldeed de jonge Dick vooral aan de verwachtingen van anderen, ten koste van zichzelf.

Op die manier, schrijft Fitzgerald in een sleutelzin - een variant op het credo - werd hij 'in die blijmoedige kerk Gekruisigd, Gestorven en Begraven'.

Wie te aardig is, begraaft zichzelf. En anderen delf je niet op. Diver kan het precies uitleggen: 'Goede manieren gaan ervan uit dat iedereen zo teer ('tender') is dat ze met handschoentjes aangepakt moeten worden. Maar als je almaar de gevoelens van mensen spaart en hun ijdelheid streelt, kun je op den duur niet meer zien wat in hen werkelijk waard is om gerespecteerd te worden'.

Vandaar de titel van het boek: 'Teer is de (verdrongen) nacht', want niet bestand tegen confrontaties zodat je glimlachend conflicten vermijdt. (De Nederlandse vertaling 'Teder is de nacht' slaat de plank mis.)

Het gevolg is dat mensen elkaar nooit echt leren kennen, ja een vreemde blijven voor zichzelf. Soms kunnen ze agressief uitvallen tegen iemand die hun donkere kant oproept.

Echt geloof is lang niet altijd aardig. Het koninkrijk van God is geen koninkrijk van goeiigheid. Jezus hekelde huichelaars en werd als een oproerkraaier veroordeeld.

En de eerste monniken zochten in de woestijn bewust de duistere demonen (Jungs 'schaduw') op. Hun confrontatie daarmee verrijkte hun leven. De demonen werden engelen.

En ik, ben ik al minder aardig geworden? Laatst zei een vriendin: 'Jij kunt met een vriendelijk gezicht de vreselijkste dingen zeggen'. Ik ga vooruit.

Ben benieuwd op welke partij ik morgen ga stemmen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden