Wie stopt de mediabonzen?

Een fusie tussen Nederlands grootste programmaproducent en impresario, Nederlands enige commerciële omroep en Nederlands enige commerciële advertentiewerver en een van Nederlands grootste uitgeverijen. De op handen zijnde Veronica/VNU/RTL/Endemol-deal heeft al veel stof doen opwaaien. Wordt het niet eens tijd dat er een Europese regelgeving komt die al te grote machtsconcentraties binnen de media kan voorkomen? Want in Nederland vinden we Endemol heel wat, maar in de rest van Europa zijn nog veel grotere 'Endemollen' bezig om een netwerk van macht om zich heen te spinnen. Komende woensdag zendt de Duitse zender West 3 om 23.45 uur 'Kirch Royale' uit, een documentaire over Leo Kirch.

“In geen enkel beschaafd land zou worden toegestaan dat één commerciële onderneming in de praktijk de hele commerciële televisie beheerst. Als er niet wordt ingegrepen, dan gaat het daar naar toe”, reageerde Van Dam vorige week nog in een interview met het Utrechts Nieuwsblad. 'Italiaanse toestanden' zouden er ontstaan. Gedeeltelijk heeft Van Dam gelijk. Als het gaat om het vormen van machtsconcentraties binnen de media zijn we in Nederland nooit verder gekomen dan de persfusie-regeling, die zich alleen beperkt tot de gedrukte media. En zelfs daar verschuilt de overheid zich nog achter een vorm van zelfregulering, met andere woorden: laat de branche het onderling maar uitvechten.

Op het gebied van de omroep moeten we het doen met de Mediawet, waarin staat dat een uitgever die méér dan 25 procent van de dagbladenmarkt in handen heeft niet meer dan 50 procent mag bezitten in een commerciële zender. Over fusies tussen commerciële omroepbedrijven onderling of tussen een grote programmaleverancier en een omroep wordt met geen woord gerept.

In de Verenigde Staten, waar de commerciële televisie zo ongeveer is uitgevonden, werd het gevaar van al te grote machtsconcentraties binnen de media al vroeg onderkend. Daar mag een eigenaar in de regel nooit meer dan één lokaal station binnen een bepaalde regio bezitten. Nationwide is een maximum van twaalf lokale zenders toegestaan, mits deze gezamenlijk niet meer dan 25 procent van de Amerikaanse kijkersmarkt beslaan. Bovendien mag een mediabedrijf binnen een bepaald gebied niet beschikken over zowel een lokale krant als een radio- of tv-station (de zogenaamde cross-ownership-regeling). Dit om te voorkomen dat mediatycoons zoals Hearst, General Electric of Murdoch de totale informatievoorziening binnen een bepaald gebied in handen zouden krijgen.

In Europa is de controle over media-ownership binnen de omroep tot voor kort nooit zo'n hot issue geweest. Gedeeltelijk vanwege het feit dat in de meeste Europese landen de televisie jarenlang in handen was van een van overheidswege ingesteld publiek monopolie. Pas sinds de opkomst van de Berlusconi's, de Maxwells, de Bertelsmannen en de Kirchs groeit het besef dat er dingen aan het veranderen zijn. Deze mediagiganten zijn vaak niet meer onder één noemer te vangen, omdat zij hun tentakels uitslaan over een groot aantal (media-)activiteiten in meerdere landen. Door hun supra-nationale structuur zijn zij in feite ongrijpbaar geworden.

“Het onhandige is, dat de nationale wetgeving op dit gebied in Europa van land tot land verschilt”, zegt Runar Voldt, onderzoeker aan het European Institute for the Media te Düsseldorf. “Als iets in het ene land niet mag, wijkt men gewoon uit naar het andere.” Voldt deed, in opdracht van de Europese Commissie, onderzoek naar de wijze waarop grote mediabedrijven invloed uitoefenen op de Europese mediamarkt. Uit het onderzoek kwam een bonte lappendeken aan regelgeving tevoorschijn. Zo is het in Duitsland toegestaan om maximaal vier landelijke zenders te bezitten (waarvan niet meer dan één publieke zender), zolang men in alle vier een minderheids-aandeel heeft. In Italië zijn, na een uitspraak van het Constitutionele Hof, slechts twee binnenlandse zenders toegestaan. De Franse wet stelt een maximum van één 'aardse' zender naast twee satelliet-zenders, terwijl Groot-Brittannië een bezit van maximaal twee zenders van het particuliere ITV toestaat, mits het aandelenpakket per zender niet boven de 20 procent uitkomt.

“Duitsland is zich pas serieus met het probleem gaan bezighouden toen de Kirch-zaak, in de media beter bekend als de 'Bertelsmann-zaak', begon op te spelen”, zegt Voldt. Dr. Leo Kirch, een soort Duitse super-Joop van den Ende, is in eigen land al jaren gevreesd vanwege de grote invloed die hij binnen zijn eigen bedrijfstak zou hebben. In de top-tien van grootste internationale mediabedrijven staat Kirch, die een low profile hanteert en sinds 1987 geen interviews meer geeft, in de hoogste regionen. Duitse media-onderzoekers vermoeden dat zo'n 70 procent van het Duitse programma-aanbod direct of indirect van Kirch afkomstig is. Voldt: “Het is niet altijd gemakkelijk om dat te bewijzen. Ook als zijn naam niet op de aftiteling voorkomt heeft hij er indirect toch vaak mee te maken gehad.” Daarnaast is Kirch mede-eigenaar van de commerciële zenders SAT-1 en het Duitse DSF-sportkanaal, bezit hij muziekuitgeverijen, bioscooptheaters, filmstudio's en aandelen in Zwitserse, Spaanse en Italiaanse televisiezenders. Sinds kort heeft Kirch, die zich een persoonlijke vriend van Helmut Kohl mag noemen, ook een meerderheid verworven in Europa's grootste krantenconcern Bild-Verlag.

Bij de oprichting van twee nieuwe commerciële zenders in Duitsland, PRO-7 en Kabelkanaal, plaatste de mediagigant, om de Duitse regelgeving te omzeilen, zijn zoon Thomas Kirch aan het hoofd. Elke band tussen de bedrijven wordt door de familie Kirch ontkend, maar in feite heeft de Kirch Gruppe hiermee vier van de zeven Duitse commerciële zenders in handen.

Samen met de Deutsche Telekom en het uitgeversconcern Bertelsmann (het op één na grootste mediabedrijf in de wereld) wilde Kirch vorig jaar de joint-venture Media Service oprichten, een bedrijf dat via de kabel een keur aan mogelijkheden zou aanbieden voor telebanking, video-on-demand, interactieve tv en betaal-tv. Het Duitse Kartellamt legde de voorgenomen constructie voor aan de Europese Commissie. Die oordeelde dat de samenwerking inderdaad zou leiden tot een dominante machtspositie en verbood de joint-venture. In praktijk zouden de drie mediagiganten de Duitstalige markt voor betaal-tv voor nieuwkomers volledig hebben afgesloten.

Ook Nederland is eigenlijk pas sinds kort serieus bezig met de vraag of er een speciale regelgeving moet komen om machtsconcentraties binnen de media tegen te gaan. In juni '94 bracht de Mediaraad een advies hierover uit aan de ministers van WVC, verkeer en waterstaat en economische zaken. De raad pleitte daarin voor een integratie van wetgeving op dit gebied. Koos Kalkman, algemeen secretaris van de Mediaraad, schreef eind '94 in de Volkskrant: “De overheid is in feite niet voorbereid op de ontwikkelingen die op het gebied van de commerciële omroep op haar afkomen. Dit geldt zowel voor mediawetgeving als voor de algemene mededingingswetgeving.” Met de megadeal tussen Endemol, Veronica, VNU en RTL voorzag Kalkman “een verschraling van de nieuwsvoorziening en een krachtige greep op de programmarechten en de reclametarieven”. Kalkman: “Vergeet trouwens ook de rol van VNU niet. Iedereen heeft het steeds maar over de samenwerking tussen Endemol, Veronica en RTL, maar als je kijkt naar aandelenpakketten, dan is VNU pas echt een grote Europese mediagigant, met belangen in zowel de uitgeverswereld als de commerciële tv.”

Eenzelfde geluid liet producent Harry de Winter horen in een interview met NRC/Handelsblad: “Zakelijk gezien heb ik het grootste respect voor Endemol, die zich in een perfecte positie heeft gemanoeuvreerd zodat iedereen van ze afhankelijk is. Nu dreigt een gigantische prijzenoorlog. Dat is bedreigend voor de pluriformiteit, want wie het meeste geld heeft koopt de de schrijvers, de presentatoren en de formules.”

Volgens Voldt gaat het een beetje te ver om een directe vergelijking te maken tussen Kirch en Endemol. “Een bedrijf als Endemol komt, wat betreft omzet en marktaandeel, bij lange na niet in de buurt van Kirch.” Toch is er wel degelijk een vergelijking te maken. “Op het moment dat iemand binnen een bepaalde markt de enige aanbieder is, gaat zijn macht spelen.” In het algemeen, vindt Voldt, wordt de rol van programmaleverancier te veel onderschat. “Je kunt als mediagigant wel nieuwe zenders willen opzetten, maar zonder een goede programmering red je het niet. Het is de sleutel tot succes.” Wat de situatie in Nederland in feite nog bedenkelijker maakt, is dat er met de samenwerking tussen Veronica, VNU, RTL en Endemol nog maar één commerciële aanbieder overblijft. Voldt: “In Duitsland hebben we nog altijd vier of vijf commerciële zenders, die met elkaar moeten concurreren. In Nederland heeft straks één aanbieder vier commerciële zenders in handen.”

De netwerken van de mediabonzen VERVOLG VAN PAGINA 1

Ook in Europees verband is het besef doorgedrongen dat de markt meer en meer in handen dreigt te vallen van een aantal grote en machtige bespelers. In 1993 besteedde de Europese Commissie aandacht aan de kwestie in het zogeheten Groenboek 'Pluralisme en Mediaconcentratie in de Interne Markt'. Vooral het Europese Parlement toonde zich een groot voorstander van een 'Europese oplossing'. Het pleitte voor een harmonisering van wetgeving en een 'Europese Mediaraad', die als toezichthoudend orgaan zou moeten optreden omdat “de nationale mediarechtelijke instrumenten alleen niet meer voldoende zijn om de diversiteit van meningen en pluralisme in Europa te waarborgen”. De lidstaten zelf houden zich tot nog toe erg op de vlakte. Voldt: “Daaraan zie je hoe gevoelig het onderwerp ligt. Van alle landen was Duitsland het enige dat schriftelijk reageerde op het Groenboek. Hun antwoord kwam er in het kort op neer dat ze de boel liever zelf, binnen de eigen nationale wetgeving, willen regelen.”

Volgens Gerard Schuijt, hoogleraar post-, telecommunicatie- en omroeprecht aan de Rijks Universiteit Leiden, biedt de Nederlandse algemene wetgeving voldoende ruimte om machtsconcentraties binnen de media aan te pakken. Schuijt: “Ik zeg niet dat ik me geen zorgen maak over de situatie zoals die zich nu voordoet bij de omroepen, maar het is de vraag of we hiervoor een hele nieuwe wetgeving in het leven moeten roepen. Laten we eerst maar eens afwachten of we het niet met onze eigen Wet Economische Mededinging kunnen afdoen. Aan de hand daarvan zal minister Weijers moeten bepalen of er in het geval van Endemol/Veronica/RTL/VNU sprake is van een machtspositie en zo die er al is, of er vervolgens ook misbruik van wordt gemaakt.”

Maar volgens Kalkman biedt die wet niet echt veel soelaas. Hij noemt met name de mogelijkheid tot sanctie 'erg zwak' en bovendien “hangt het er helemaal vanaf hoe de samenwerking er op papier uit gaat zien. Als er sprake is van een heel nieuw bedrijf, een echte fusie, is de Wet Economische Mededinging niet eens toepasbaar.” Kalkman heeft meer vertrouwen in het oordeel van de Europese Commissie, hoewel ook daar beperkingen gelden. “Als de omzet van het nieuwe bedrijf onder de 5 miljard Ecu blijft (zo'n 12 miljard gulden, red.), is het maar helemaal de vraag of de commissie de fusie in behandeling neemt.”

“De Europese Commissie verkeert eigenlijk voortdurend in een dilemma”, zegt Voldt. “Aan de ene kant voelt ze zich, op aandrang van het Europese Parlement, verplicht om iets te doen. Aan de andere kant beseft ze maar al te goed dat Europa die grote en machtige mediabedrijven ook hard nodig heeft om een gezonde Europese audiovisuele industrie van de grond te krijgen. Je kunt je dus afvragen in hoeverre de commissie deze ontwikkeling kan tegenhouden.”

“De meeste mediabedrijven die in de jaren '80 en '90 groot zijn geworden door commerciële-tv, zijn inmiddels een tweede fase ingegaan. Ze leggen zich nu toe op een strategische herstructurering. Via fusies en overnamen maken ze zich op voor de toekomst, waarbij ze hun activiteiten uitbreiden naar nieuwe terreinen. Dit brengt een vervlechting van nieuwe markten met zich mee, zoals die met de elektronica-markt of de telecommunicatie-markt. Men zoekt samenwerking met bedrijven als Philips, of de nationale telecombedrijven, die vaak over een veel grotere financiële backing beschikken dan de mediabedrijven zelf. En vergeleken bij die bedrijven is de nieuwe Endemol/Veronica/VNU/RTL-groep maar een hele kleine jongen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden