Wie stopt de jihad op internet?

Beeld Martien ter Veen

Niet alleen in de fysieke wereld is de strijd tegen IS in volle gang. Ook online vechten hackers, bedrijven en overheden tegen de organisatie. Maar van enige coördinatie lijkt geen sprake.

Het was een oorlogsverklaring. De hackers die zich scharen onder de naam 'Anonymous' richtten zich in een onlinefilmpje na de aanslagen in Parijs direct tot Islamitische Staat. De boodschap: Anonymous gaat wereldwijd achter jullie aan. We gaan jullie vinden en we laten jullie niet ontsnappen.

Hoewel Parijs voor Anonymous aanleiding was om de digitale strijd tegen IS te intensiveren, is die eigenlijk al veel langer bezig. Al sinds de video van de onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley door IS vorig jaar online werd gezet, zijn hackers bezig de organisatie online te 'trollen'. Dat wil zeggen dat websites uit de lucht worden gehaald, twitteraccounts gelieerd aan IS openbaar gemaakt en, zo bleek deze week, sympathisanten bestookt worden met de videoclip van 'Never Gonna Give You Up', de Rick Astley-klassieker uit 1987. Een beproefde grap onder hackers.

Verandering
Wat Anonymous verder vooral aantoont is dat IS zeer actief is online, ook op de bekende kanalen als Twitter, Tumblr en YouTube. Dat werd eerder al in meerdere onderzoeken vastgesteld, ook door de AIVD. Zo gebruikt de terreurgroep sociale media om propaganda te verspreiden en sympathisanten te werven.

Het gebruik van de geijkte internetkanalen heeft de communicatie van de groep 'wezenlijk veranderd', schrijft de AIVD in zijn laatste jaarverslag. Niet alleen wordt informatie via sociale media 'razendsnel verspreid', ook maakt het de beleving van de jihad 'directer en persoonlijker'. Zo vertellen strijders die naar Syrië en Irak zijn vertrokken aan de thuisblijvers uitgebreid over hun leven bij Islamitische Staat.

Maar het internet wordt niet alleen als propagandamiddel ingezet door IS. De organisatie is er inmiddels ook van doordrongen dat de westerse wereld via cyberaanvallen aardig te ontregelen is. Verstoor het betalingsverkeer, de elektriciteit of het communicatiesysteem van het vliegverkeer, en de maatschappelijke gevolgen zijn direct merkbaar; zo afhankelijk zijn samenlevingen van internet geworden.

Cyberdefensie
Vorige week maakte de Britse minister van financiën bekend dat die dreiging van IS in de richting van de zogenoemde vitale infrastructuren in Groot-Brittannië aanleiding geeft om het budget voor cybersecurity flink te verhogen. Engeland gaat dat geld inzetten om de cyberdefensie, die IS-hackers moet tegenhouden, te verstevigen.

Beeld anp

Ook het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) in Den Haag constateerde in het laatste rapport over de online-veiligheid in Nederland dat 'de potentie op digitaal gebied' van terroristen toeneemt. Zo roepen ze online herhaaldelijk op tot het voeren van een 'cyberjihad' tegen het Westen. Ook plaatsen IS-aanhangers informatie en video's online om elkaar digitale vaardigheden bij te brengen.

Concrete digitale dreigingen voor Nederland zijn er op dit moment echter nog niet, constateert het NCSC. Daarvoor lijken de terroristen nog niet capabel genoeg te zijn. Hooguit lukte het ze tot nu toe om kleine aanvallen uit te voeren, bijvoorbeeld via DDoS, waarbij grote hoeveelheden informatie in één keer op een systeem wordt afgevuurd, waardoor het overbelast raakt. Maar dat IS dat kan, baart nog niet veel zorgen, aangezien er weinig kennis en mankracht voor nodig is, aldus het NCSC.

Virussen
Albert Benschop, internetsocioloog aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van het boek 'Cyberoorlog - slagveld internet', is minder optimistisch. Hij vraagt zich af of het beeld klopt dat IS op digitaal vlak niet capabel genoeg is. "We kunnen ervan uitgaan dat zich ook mensen bij de organisatie hebben aangesloten met hoogwaardige digitale kennis en vaardigheden. Maar daarnaast is het digitale wapentuig ook steeds makkelijker te verkrijgen. Informatie over nog onbekende kwetsbaarheden in software is online te koop, net als virussen om op die programma's in te breken. Men kan ook nog mensen inhuren die bepaalde aanvallen kunnen uitvoeren."

Benschop gaat er niet vanuit dat IS direct een heleboel slachtoffers kan maken via digitale aanvallen op de westerse wereld. Natuurlijk zijn er dodelijk scenario's: dijken - tegenwoordig ook vaak met internet verbonden - openzetten, of de besturing van een vliegtuig van een afstand overnemen. Maar dat is erg ingewikkeld. Veel eenvoudiger is het om de samenleving te ontwrichten, of bang te maken door bijvoorbeeld te laten zien dat je het telefoonverkeer kunt verstoren, of een tv-station kunt overnemen.

Het is moeilijk om je daartegen te wapenen, aldus Benschop. Een stevige verhoging van het budget voor cybersecurity, zoals de Engelsen doen, en het vergroten van de mankracht om cyberdreigingen tegen te gaan, is nodig. "Maar dan nog geldt in een cyberoorlog: de vijand hoeft maar één fout of één zwakheid in een systeem te vinden en hij is binnen. Wil je je daartegen verdedigen dan moet je overal tegelijk zijn en loop je bijna altijd een stap achter."

Duizenden profielen
Datzelfde geldt eigenlijk voor de massale aanwezigheid van IS op sociale media en andere online-platformen. Bedrijven als Twitter doen er veel aan om zo snel mogelijk propagandakanalen van de terreurorganisatie offline te halen. Zo hebben ze inmiddels Arabisch-sprekende mensen in dienst die in staat zijn de uitingen op bepaalde kanalen te toetsen aan de gedragsregels van de site.

Maar dan nog is er eigenlijk geen beginnen aan. IS-aanhangers beheren samen duizenden profielen. Toen de Amerikaanse denktank Brookings daar een jaar geleden onderzoek naar deed, zou het alleen al gaan om 46.000 twitteraccounts - iets wat ze zelf de meest conservatieve schatting noemde. Bedrijven kunnen onmogelijk alle profielen scannen op zoek naar illegaal materiaal of IS-propaganda. Een systeem dat zich baseert op het idee dat veel ogen meer zien dan één is op zichzelf een stuk haalbaarder. Dus zijn sociale media afhankelijk van andere gebruikers die verdachte accounts melden.

Maar dan nog: blokkeer je één account, dan is een nieuw profiel binnen een aantal minuten gewoon weer aangemaakt. Onder een andere naam, of met een minimaal verschil in de nickname. En zo ontstaat een kat-en-muisspel dat eigenlijk niet te winnen is.

Kritiek
De vraag is of de hulp van online-activisten als Anonymous het verschil gaat maken. Als je de oorlogsverklaring aan IS mag geloven, nemen de activisten het voornemen om de terroristische organisatie online monddood te maken uiterst serieus. Eerder zette de groep waarvan onbekend is hoeveel hackers zich precies als aanhanger zien, ook een succesvolle campagne op tegen de Scientology Kerk, toen bleek dat die had geprobeerd gênante filmpjes van aanhanger Tom Cruise offline te halen.

Sinds de aanslagen in Parijs op 13 november heeft Anonymous al een bulk aan sociale media-accounts ontmaskerd en openbaar gemaakt als IS-gerelateerd. Ondertussen neemt de kritiek daarop echter ook toe. De hacktivisten zouden zich ook al een aantal keer vergist hebben. "Het lijkt erop dat alles wat er een beetje fundamentalistisch uitziet op hun lijst terecht kan komen", zegt Albert Benschop. "Dat terwijl het hebben van die denkbeelden nog niet betekent dat je ook IS steunt." Anonymous speelt met andere woorden voor eigen rechter en gaat daarmee ironisch genoeg soms in tegen alles waar zij voor staat: voor vrijheid van meningsuiting en tegen censuur.

Versleuteling
Bovendien kan het nog een ander effect hebben, denkt Benschop. Het kan zijn dat Anonymous een website uit de lucht haalt die door de veiligheidsdiensten juist gebruikt wordt om deze groep te observeren. Door het trollen van IS-kanalen op de geijkte sociale media, kunnen de jihadisten hun toevlucht zoeken in diensten die gebruikmaken van steeds betere versleuteling, waardoor het nog moeilijker wordt om onderzoek naar de groep te doen.

In ieder geval lijkt er op dit moment vooral weinig afstemming te zijn tussen partijen die een poging doen om IS online te bestrijden. Volgens Benschop is dat de grote zwakte van de huidige online-anti-IS-strategie. "Het wordt tijd dat ook online al die goedbedoelde acties effectiever worden gecoördineerd. 'De helft van de jihad is media', zei een van de Nederlandse Syrië-gangers. Dus ook op deze helft moet IS professioneel worden bestreden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden