Wie spreekt er eigenlijk nog Esperanto?

Beeld thinkstock

Vandaag houdt hoogleraar Frederico Gobbo voor het eerst in Nederland een oratie in het Esperanto. De taal moest vorige eeuw de nieuwe wereldtaal worden, maar inmiddels moeten zelfs de meest doorgewinterde Esperantofans het toegeven: bijna niemand spreekt de taal nog. Waarom lukte het maar niet om van het Esperanto een succes te maken?

Het leek zo'n mooi idee. Een wereldwijde taal die door elke spreker even makkelijk te leren was. In 1887 werd Esperanto bedacht zodat mensen uit alle landen met elkaar konden praten. De taal werd een mengelmoes van verschillende Europese talen en kreeg een makkelijke grammatica zodat het vlug te leren was.

Toch is Esperanto nooit echt populair geworden. Hoogleraar Gobbo schat dat er in Nederland nog ongeveer duizend mensen Esperanto spreken. Hoeveel dat er wereldwijd zijn, blijft onzeker. Omdat het Esperanto geen officiële taal is en het in geen enkel land een voertaal is, zijn er geen officiële documenten waarop staat wie de taal spreekt. Een heel grove schatting is dat er ongeveer honderdduizend tot twee miljoen sprekers wereldwijd zijn.

Engels als wereldtaal
Tot aan de jaren '40 zat het er misschien nog wel in dat Esperanto de wereldtaal zou worden, maar de Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten. "Als de Duitsers de oorlog hadden gewonnen, was Duits dé wereldtaal geweest. Maar omdat de Amerikanen en Engelsen Europa bevrijdden, bleef het Engels hier hangen en is dat uiteindelijk de verkeerstaal geworden," aldus Oscar Persson, die afstudeerde op de Esperantobeweging in Nederland en in 2008 een interview gaf aan Trouw. In het communistische Oostblok overleefde de taal nog wat langer. Het werd een soort tegenwicht tegen de 'veramerikanisering' van de rest van Europa.

Na jaren van verwoede pogingen om het Esperanto populairder te maken, is de taal steeds verder naar de achtergrond verdwenen. Esperanto werd nooit de wereldtaal die de hele wereld samen moest brengen en wereldvrede moest brengen. "Vroeger waren bepaalde mensen heel erg fanatiek om het Esperanto wereldwijd te verspreiden, maar ik geloof dat ze nu wel door hebben dat het nooit een groot succes wordt," aldus Persson.

Opgevouwen vlag
Het meest treffende beeld komt misschien nog wel uit de documentaire The Universal Language uit 2011. In een scène is te zien hoe een wat oudere, grijze man enigszins verslagen zijn groene Esperantovlag opvouwt. Het huilen staat hem nader dan het lachen: "De Engelse taal heeft gewonnen," moet hij met tegenzin toegeven.

Toch blijft het Esperanto ook een kleine groep fanatieke fans houden. Zo zijn er al 25 duizend boeken in het Esperanto geschreven en wordt er nog elk jaar het Esperanto-wereldcongress gehouden waarbij duizenden mensen aanwezig zijn.

Ook Gobbo zelf blijft in ieder geval in het Esperanto geloven. Volgens hem betekent het Engels helemaal niet het einde van Esperanto."Nog nooit eerder in de geschiedenis van de mens is er een gemeenschap rondom een taal opgezet vanuit het niets. Esperanto is een non-etnische taal, gebaseerd op een ethiek van broederschap en onderling begrip, het is een taal zonder grenzen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden