Wie schrijft die nieuwe dichtregel die beklijft?

'Dansen op de bodem van de nacht' van Menno Wigman is dit jaar de 'Nachtregel', het motto van de 32ste Nacht van de Poëzie, die vanavond begint. En het is een fraaie regel (zie onder). Maar of hij de geschiedenis in zal gaan als een klassieker, een dichtregel die zich in het collectieve geheugen nestelt, een eigentijdse 'Denkend aan Holland', dat is allerminst een gelopen koers. De vraag is of de moderne Nederlandse poëzie überhaupt nog regels voortbrengt die hele volksstammen zo kunnen opdreunen. Hendrik Marsmans 'Herinnering aan Holland' stamt uit 1936.

"Ja", zegt dichter Alexis de Roode, "Die regel van Marsman is vooroorlogs, maar iedereen kent hem sinds de jaren zestig of zeventig, vermoed ik zo, omdat hij in het onderwijs naar voren is gehaald. Ik betwijfel of iedereen die regel in de jaren dertig al kende. Toen citeerden de mensen vermoedelijk Kloos of Alice Nahon, of een nu vergeten dichter." Die ene dichtregel van nu, stelt De Roode, is pas bij iedereen bekend 'als hij in alle schoolboeken staat'.

Misschien dat Remco Campert daarom met de volgende regel komt, van Lucebert: 'schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand'. "Die kwam als eerste bij me op", zegt Campert. Dat Lucebert ook al weer sinds 1994 niet meer onder ons is, zegt de 85-jarige niets: "Lucebert is toch moderne poëzie?"

Voor een regel die nu een klassieker zou kunnen zijn, moet je kijken naar een regel uit de jaren zestig, zeventig of tachtig, denkt Alexis de Roode. Maar wil die een vergelijkbare status bereiken als 'Denkend aan Holland', dan moet-ie wel een duwtje hebben: "Zo'n regel moet eindeloos herhaald worden in de media en schoolboeken, voor hij breed beklijft." De Roode denkt zelf aan regels van Gerard Reve: "'Voor wie ik liefheb, wil ik heten' of 'Cortomo, nix aan de handa.'"

Janita Monna, poëzierecensente van deze krant, ziet K. Michel wel als een soort nieuwe Marsman: "Zijn werk staat vol 'vuistregels', daar zitten wat mij betreft ook wel een paar toekomstige klassiekers tussen. Hier, deze komen uit het gedicht dat ook 'Vuistregels' heet:

stop met graven als je in de put zit

wees bereid au&ja te zeggen

Met de terugkeer naar TivoliVredenburg is de Nacht van de Poëzie vanavond terug in de opgefriste zaal van architect Herman Hertzberger, waar Leo Vroman (1915-2014) ooit over dichtte: 'Nooit zal ik de achthoekigheid bereiken, waar jullie mij vanavond mee bekijken.' Misschien is dié regel een kandidaat voor de eeuwigheid.

Jeunesse dorée

Ik zag de grootste geesten van mijn generatie

bloeden voor een opstand die niet kwam.

Ik zag ze dromen tussen boekomslagen en

ontwaken in de hel van tweeëntwintig steden,

heilloos als het uitgehakte hart van Rotterdam.

Ik zag ze zweren bij een nieuwe dronkenschap

en dansen op de bodem van de nacht.

Ik zag ze huilen om de ossen in de trams

en bidden tussen twee maal honderd watt.

Ik zag ze lijden aan een ongevraagd talent

en spreken met gejaagde stem: -

was alles al gezegd, nog niet door hen.

Ze waren laat. Aan geen belofte werd voldaan.

De steden blonken zwart als kaviaar.

Menno Wigman

Vanavond begint de Nacht van de Poëzie. Een goede reden om eens na te gaan of er een moderne dichtregel bestaat die beklijft. Is er een eigentijds 'Denkend aan Holland'?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden