Wie regeert, is al snel voor meer zelf doen

De klassieke verzorgingsstaat verdwijnt, meldt de Troonrede. Hoe denken de verschillende politieke partijen daarover? Arbeidseconoom Ronald Dekker vindt het in elk geval onzin: de verzorgingsstaat is nog springlevend, zegt hij.

De liberale premier Mark Rutte verdedigt met verve dat iedereen in de samenleving mee moet doen om er voor zichzelf en voor de omgeving wat van te maken. Daarmee lijkt de 'participatiesamenleving' misschien een VVD-gedachte. Dat is het niet; ook andere partijen doen of deden een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers. En wie regeert, is er enthousiaster over dan wie in de oppositie zit.

Nederland verandert van een klassieke verzorgingsstaat in een participatiesamenleving, zei koning Willem-Alexander in de Troonrede. Rutte legde in interviews nog eens uit wat hij daar zelf onder verstaat: dat wat mensen zelf kunnen organiseren, moeten ze zelf doen. Dus niet bij de overheid aankloppen voor een aardige oude dag, voor verzorging bij ziekte, maar bij de mensen om je heen of zelf aanpakken. Dat zorgt voor gemeenschapszin, en voor een bezield verband, aldus de premier.

Hij zegt er eerlijk bij dat dit beroep op de inzet van mensen zelf ook is ingegeven doordat de overheid geen geld meer heeft om de burger 'van de wieg tot het graf' te verzorgen. Ideologische wensen en financiële zorgen leiden zo tot een pleidooi voor een samenleving waarin de overheid wel een 'schild is voor de zwakken', maar niet het adres waar zorg en welzijn automatisch wordt geregeld.

Die visie sluit naadloos aan bij de gedachten die hierover leven binnen de christen-democratie. Reeds eind jaren tachtig kwam CDA'er Elco Brinkman, nu senator en toen minister van welzijn, met zijn concept van de zorgzame samenleving. Niet de overheid moest voor de burgers zorgen, de mensen moesten voor elkaar zorgen. Op het wetenschappelijk bureau van het CDA werkte beleidsmedewerker Jan Peter Balkenende het model verder uit tot een visie die hij ook in zijn premierschap uitdroeg.

Dat ging toen onder de noemer van de eigen verantwoordelijkheid, maar dat is in feite een ander woord voor hetzelfde idee van voor jezelf zorgen als dat kan. Het CDA heeft daarbij wel meer oog voor de gemeenschap waarin mensen leven. De partij noemt zich graag 'partij van de samenleving'. Een werkgroep onder leiding van Doekle Terpstra komt binnenkort met voorstellen hoe de partij dat weer meer kan zijn, partij van de samenleving.

De PvdA heeft als oppositiepartij altijd gezegd dat die eigen verantwoordelijkheid van CDA en VVD een mooi woord is voor bezuinigen. Maar ook voor de PvdA is de klassieke verzorgingsstaat passé. Reeds in 1991 zei de toenmalige PvdA-premier Wim Kok dat de samenleving in een overgangsfase zat, van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Dat was middenin de WAO-crisis, toen het kabinet van PvdA en CDA onder leiding van CDA-premier Lubbers sneed in de uitkeringen voor de arbeidsongeschikten. Ook in het huidige PvdA-denken ligt het accent op, bijvoorbeeld, het activeren van werklozen en het aanspreken van familie en vrienden voor zorg. De minister van sociale zaken, Asscher, en de staatssecretaris voor zorg, Van Rijn, zijn beiden van de PvdA, net zoals trouwens de minister van binnenlandse zaken, Plasterk, die een nota schreef over doe-democratie (zie kader).

Net zoals de PvdA toen ze in de oppositie zat, is het CDA nu vanuit de oppositie bang dat de participatiesamenleving vooral een bezuinigingsoperatie is. Voor de SP staat dat wel vast. De verzorgingsstaat is volgens de socialisten niet achterhaald, maar keihard nodig. In tijden van economische crisis moet er niet minder, maar meer zekerheid komen, vindt de SP.

Op de rechterflank verzet de PVV zich tegen het inkrimpen van de verzorgingsstaat. Als Nederland ophoudt met ontwikkelingssamenwerking is er voldoende geld om ingrepen tegen te houden, vindt de partij van Geert Wilders.

Samenredzaamheid
Participatiesamenleving, is dat hetzelfde als doe-democratie, en komt dat weer overeen met vitale samenleving, eigen kracht, actief burgerschap, samenredzaamheid? In zijn nota over doe-democratie schrijft minister van binnenlandse zaken Ronald Plasterk dat al die termen met elkaar verband houden en dat spraakverwarring 'niet denkbeeldig' is. Zelf kiest hij in zijn nota voor doe-democratie. De bedenker van die term, de Tilburgse bestuurskundige Ted van de Wijdeven, noemt participatiesamenleving het breedste begrip. Werk, zorg, leefbaarheid, lokale democratie, milieu, alles kan eronder vallen. Doe-democratie gaat meer over meedoen in het publieke domein, aan maatschappelijke initiatieven van burgers zelf. Maar die kunnen ook weer betrekking hebben op werk en zorg. De grens is moeilijk te trekken en ook de definitie van doe-democratie kan naar believen worden opgerekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden