Wie redt het laatste korhoen?

Het aantal korhoenderen op de Sallandse Heuvelrug neemt almaar af. Er worden wel kuikens geboren, maar die sterven na een week de hongerdood. Moeten we gaan bijvoeren?

Op het bruine ANWB-bord dat de Sallandse Heuvelrug aankondigt, pronkt een dik korhoen, dat op een tak trots het gebied overziet. De 'kroon op de heide', wordt hij hier genoemd. Toch is het de vraag of de toeristenbond over een paar jaar deze borden niet moet uitgraven. Het gaat slecht met de hoenders: in 2010 waren er nog maar zeven hanen en naar schatting vijftien hennen. Dit jaar resten slechts vier hanen, en een stuk of tien hennen. Als dat zo doorgaat, sterft het hoen voor Nederland binnen enkele jaren uit.

Het korhoen is al lange tijd het zorgenkindje van de Europese fauna. Alleen in Noord-Scandinavië en Rusland scharrelen er nog miljoenen rond, maar in Midden-Europa wordt hij zeldzaam. Op de Lüneburger Heide ten zuiden van Hamburg lopen er nog een stel. De Belgische Hoge Venen herbergen er een paar, in Groot-Brittannië en Zweden doen ze hun best, maar overal gaan de populatiegrafieken naar beneden.

"In 1976 kregen we de eerste signalen dat het korhoen het in Nederland moeilijk had", zegt bioloog Paul ten Den die zich sinds die tijd met deze vogels bezighoudt. "We deden onderzoek naar de reden van de terugloop, maar tot nu toe zijn we niet achter de oorzaak van de sterfte. We hebben veel over de biotoop waarin het dier leeft geleerd, maar laat ik het zo zeggen: het korhoen heeft niet echt willen meewerken." Zijn collega Freek Niewold vat die zoektocht naar de sterfte als volgt samen: "Hoe minder korhoenders, hoe meer experts er op dit gebied zijn bijgekomen, en iedereen denkt er het zijne van."

De experts hebben de afgelopen jaren vooral oorzaken kunnen uitsluiten. Zo konden ze vaststellen dat volwassen dieren goed tussen de heidestruiken kunnen overleven. Ze hebben genoeg ruimte, ze worden niet door mensen of andere invloeden van buitenaf verstoord. Het zijn vooral de kuikens die het moeilijk hebben. In 2010 signaleerden onderzoekers nesten met gezamenlijk 45 eieren op de Sallandse Heuvelrug, waarvan er 44 uitkwamen. Geen van de kuikens heeft het overleefd.

"In een goed jaar groeit de populatie met vijftig procent aan jonge kuikens", zegt Ten Den. In de jaren tachtig en negentig hebben we zulke jaren ook nog gehad. Maar de laatste tien jaar gaat de populatie al golvend naar beneden. En die heeft nu zo'n laag niveau, dat het de vraag is of ze na een nieuw dal nog zal kunnen herstellen, of voorgoed uitsterft."

Om meer te weten te komen over de kuikensterfte hebben Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer aan de provincie Overijssel toestemming gevraagd enkele kuikens en hennen van een zender te voorzien. Zo kunnen hun bewegingen worden geregistreerd, en de dode dieren in het veld teruggevonden en meegebracht voor onderzoek. Maar de provincie weigerde aanvankelijk. Pas toen het ministerie van landbouw zich ermee ging bemoeien, kwam er alsnog een vergunning. Maar eigenlijk te laat in het seizoen. "Afgelopen voorjaar hebben we slechts twee kuikens kunnen uitrusten met een zendertje op de rug, terwijl een korhen een zender om de nek kreeg", zegt Ten Den. "De kuikens waren binnen een week na de zendering overleden. Geheel volgens verwachting overigens, want we wisten al dat ze snel nadat ze uit het ei kwamen zouden sterven. Dat kwam dus niet door de zender. Maar de zender heeft er wel voor gezorgd dat de kadavers te vinden waren. Die hebben we naar het lab kunnen sturen, en ook kuikenkakjes die we bij de vindplaats hebben aangetroffen."

Er loopt nu nog één gezenderde korhoen-hen door het gebied, die Ten Den met een antenne in de hand kan uitpeilen. De bioloog loopt over het kronkelpad dwars over de heide, staat af en toe stil als hij denkt dat de meter uitslaat, maar hervat dan weer zijn trage gang. "Ik heb hem, of liever haar", fluistert Ten Den net iets harder dan zoëven. En hij tuurt over het heideveld. "Ze moet binnen een straal van 50 tot 100 meter in het heideveld verborgen zitten." Dichterbij komen kan niet, dat zou de hen alleen maar verstoren.

De tweede dode kuikens en de gezenderde hen leveren te weinig gegevens om wetenschappelijke conclusies te trekken, vertelt Freek Niewold. "Maar we weten nu wel dat de twee kuikens niet door predatoren zijn gedood, maar door voedselgebrek. De eerste weken leven ze van rupsen en insecten, en in die periode is het misgegaan. Misschien zouden we volgend jaar een gebied met nesten met gaas moeten afzetten en de kuikens bijvoeren, om eens te kijken wat er dan gebeurt."

Waarschijnlijker is dat de sterfte te wijten is aan een combinatie van factoren, zegt Niewold. De rol van predatie moet je niet uitsluiten. De beheerder in dit gebied schiet de kraaien, omdat die nesten plunderen. Maar door de afwezigheid van kraaien hebben haviken weer vrij spel. Die kunnen ongehinderd jacht op de kuikens maken. En vergeet de veranderingen in het landschap niet. Het korhoen is een standvogel die voorkwam op het boerenland. De hei op de Sallandse Heuvelrug is volstrekt afgesneden van dat boerenland. Dat zal ongetwijfeld effecten hebben."

De wetenschap heeft tijd nodig, maar de redding van het hoen heeft ronduit haast. "De komende jaren zijn beslissend", zegt ten Den. "Zodra we voldoende informatie hebben voor een mogelijke redding, moet we heel snel maatregelen nemen. Maar het kan zijn dat de kennis komt nadat het laatste korhoen gestorven is."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden