Panama Papers

‘Wie pakte Al Capone? De belastinginspecteur!’

Directeur belastingzaken bij de Oeso Pascal Saint-Amans
Foto: Philip Provily Pascal Saint Amans
Beeld ?

"Het is een verschil van dag en nacht", stelt de Fransman Pascal Saint-Amans. Als directeur belastingzaken bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) is hij verantwoordelijk voor het tegengaan van belastingontwijking en –ontduiking. 

Als een van de belangrijkste experts ter wereld kan hij uitstekend de gevolgen inschatten van het onderzoek naar de Panama Papers waarover begin april vorig jaar honderden media, waaronder Trouw en Het Financieele Dagblad, publiceerden.

De serie verhalen over belastingontduiking, fraude en corruptie was gebaseerd op de administratie van het juridisch advieskantoor Mossack Fonseca in Panama. Volgens Saint-Amans hebben ze de onderhandelingen over maatregelen tegen belastingontwijking in een stroomversnelling gebracht.

Er lagen al afspraken op tafel, bijvoorbeeld over de cruciale uitwisseling van gegevens tussen belastingdiensten, iets dat in 2014 werd aangekondigd en dat eind 2016 is ingegaan. De publicaties over de Panama Papers dwongen de meeste landen die eerst niet wilden meewerken zich er alsnog bij aan te sluiten, nog voordat de afspraken van kracht werden.

Dwarsliggers

“Toen de Panama Papers uitkwamen hadden we al veel vooruitgang geboekt, zo’n honderd landen hadden beloofd zich aan de internationale afspraken te houden. Maar dat was niet genoeg. Er waren nog een paar belangrijke obstakels, waaronder de Panamese autoriteiten. Zij hielden hun poot stijf, wilden niet eens met ons praten, schandelijk was dat”, stelt de Oeso-functionaris.

“Totdat de Panama Papers uitkwamen en het grote publiek hoorde van deze massale belastingontduiking en fraude. De impact bij het publiek was enorm, waardoor ook de laatste dwarsliggers overstag gingen.”

Twee weken nadat de eerste artikelen over de Panama Papers waren gepubliceerd sprak de G20, de groep van grootste economieën ter wereld, zich hard uit tegen Panama. Als jullie niet snel wat veranderen komen jullie op een zwarte lijst, zo was de boodschap. Saint-Amans: “Dat was genoeg om Panama van koers te doen veranderen. Ineens wilde de overheid met me praten. Binnen vier maanden hadden ze al verdragen met andere landen gesloten over de uitwisseling van informatie, een belangrijke stap in de bestrijding van belastingontduiking. Ze zijn daarnaast de overheidsdiensten aan het aanpassen, ze zijn mensen aan het trainen, ze vragen ons om advies. Het is echt een verschil van dag en nacht.”

Rugdekking

En Panama is zeker niet het enige land dat sindsdien van strategie veranderde, haast Saint-Amans zich te zeggen. Bahrein, Libanon, Vanuatu en de Verenigde Arabische Emiraten volgden. Jarenlang waren deze landen door Panama uit de wind gehouden. “Dankzij de botte opstelling van Panama konden deze landen stilzwijgend weigeren mee te werken aan een internationale aanpak van belastingontduiking.

“Maar toen de rugdekking van Panama wegviel gingen deze achterblijvers om. De Panama Papers hebben mogelijk gemaakt dat iedereen zich gaat aanpassen aan de internationale normen. De Bahamas zijn eigenlijk nog de enigen die echt achterblijven”, zegt Saint-Amans, die met zijn afdeling de plannen van de G20 omtrent transparantie en belastingen coördineert.

Volgens de Franse Oeso-directeur zijn er nu wereldwijd 136 landen die informatie met elkaar uitwisselen. “Meer hebben we niet nodig. Mensen gaan hun geld niet in Congo verstoppen, dus het is niet erg als dat land niet meedoet. Je kan binnenkort simpelweg nergens meer heen. Als we nu een nieuw belastingparadijs zien opkomen dan nodigen we dat land uit om mee te doen. Nu vrijwel alle belangrijke landen aan boord zijn is het onhoudbaar geworden om niet mee te doen. Dat de G20 dreigt met een zwarte lijst van belastingparadijzen is genoeg om landen te dwingen informatie uit te wisselen.”

Uitwisseling van informatie tussen belastingdiensten is de belangrijkste troef in de strategie van de Oeso, bijvoorbeeld over wie de eigenaar is van een bedrijf. Tot voor kort was de kans minimaal dat de fiscus een bedrijf in Panama van een Nederlandse belastingplichtige in het vizier zou krijgen. De fiscus deed er soms jaren over om informatie te krijgen over een onderneming in Panama, waana dan soms bleek dat het bedrijf al weer verplaatst was naar een ander belastingparadijs, of dat het eigendom was van een entiteit op de Britse Maagdeneilanden.

In dit internationale kat- en muisspel hadden belastingdiensten vaak het nakijken. Maar sinds eind vorig jaar is de uitwisseling van gegevens op gang gekomen, in sommige gevallen al automatisch. Als dit goed werkt kan bijvoorbeeld de Nederlandse fiscus in één oogopslag zien welke Nederlanders hun geld in hebben geparkeerd op, pakweg, Bermuda, de Britse Maagdeneilanden of de Kaaimaneilanden.

Schimmige belastingadviseur

Loopt het opzetten van structuren met offshore vennootschappen nu op zijn einde? Volgens Saint-Amans niet: “Er zijn natuurlijk legitieme redenen om in een land als Panama te zitten. De Wereldbank bedient bijvoorbeeld heel Latijns-Amerika vanuit Panama, vanwege de aantrekkelijke wetgeving en juridische zekerheid.” En belastingontduiking (door bijvoorbeeld gewone particulieren, red.) blijft mogelijk. “Maar je moet je nu echt in het criminele circuit gaan begeven om dat voor elkaar te krijgen. Je moet een schimmige belastingadviseur vinden die je wil helpen. Dat gaat voor veel mensen een stap te ver”, zegt de Oeso-directeur.

Belastingdiensten hebben wereldwijd succes met opsporen van zwart spaargeld en andere verborgen vermogens. Saint-Amans: “Sinds 2008, toen we begonnen met onze internationale aanpak, hebben wereldwijd al meer dan 500.000 mensen hun bezittingen in belastingparadijzen opgegeven bij de fiscus. Hierdoor is de afgelopen jaren al meer dan 80 miljard euro aan extra belasting opgehaald. De eerste jaren ging het mondjesmaat. Maar vanaf 2014, toen we de automatische informatieuitwisseling tussen belastingdiensten aankondigden, is het bedrag razendsnel toegenomen. In Brazilië is omgerekend al 14 miljard euro extra opgehaald, in Frankrijk meer dan 8 miljard euro. Belastingbetalers zien dat er actie wordt ondernomen tegen ontduikers. Dat is niet alleen belangrijk voor de belastingopbrengsten, maar ook voor bestrijding van criminaliteit. Want wie pakte Al Capone, de bekendste Amerikaanse crimineel uit de vorige eeuw? De belastinginspecteur!”, stelt Saint-Amans opgewekt.

Transparantie

Door zijn functie bij de Oeso is Saint-Amans ook op de hoogte met de rol die Nederland speelt in internationale structuren van bedrijven. Hij is momenteel goed te spreken over hoe Nederland zich opstelt in de internationale onderhandelingen. “Ik ben wel eens kritisch op Nederland geweest”, zegt Saint-Amans. “Maar het is belangrijk om hier een duidelijk onderscheid te maken. Op het gebied van transparantie (openbaar maken en delen van gegevens, red.) heeft Nederland altijd voorop gelopen. Ik was kritisch op de rol die Nederland speelt bij belastingontwijking door multinationals. Maar inmiddels werkt Nederland actief mee aan de aanpak van agressieve belastingontwijking. Dat wordt in Nederland inmiddels breed gedragen, het overstijgt zelfs de politieke verschillen.”

Overigens bleek uit interne documenten van het ministerie van financiën deze week, enkele dagen nadat dit interview werd afgenomen, dat er nog steeds wel weerstand is om omstreden constructies die lopen via Nederland daadwerkelijk aan te pakken.

Desondanks is Saint-Amans positief. Maar kan hij de komende jaren achterover leunen? Zit zijn werk erop? “Zeker niet. Ik ben optimistisch, maar niet na­ief. Voor de komende jaren is één woord van belang: implementatie. De politieke steun is nu sterk, landen hebben hun belastingwetten aangepast. Naast belastingdiensten gaan ook banken informatie uitwisselen. Maar nu moeten we gaan kijken wat er in de praktijk met de goede intenties gebeurt. Gaan landen daadwerkelijk informatie uitwisselen over de personen die achter een bedrijf schuilgaan? Is die informatie van goede kwaliteit? Dat moeten we de komende jaren gaan onderzoeken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden