Wie overbrugt het gat tussen flex en vast?

Beeld Idris van Heffen

Links wil vooral flexcontracten duurder maken, terwijl rechts knaagt aan de rechten van vaste werknemers: een probleem in wording.

Ze werken vaak naast elkaar: mensen met een tijdelijk contract of een zelfstandig ondernemer (zzp) en iemand in vaste dienst. De flexkrachten zijn goedkoper en hebben minder sociale rechten. Nederland is in Europa kampioen flexibilisering, stelde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid twee weken geleden vast. Politici menen dat er iets moet gebeuren aan deze kloof tussen flex en vast. Maar wat? Het wordt lastig om meningsverschillen te overbruggen.

Op de korrel

De afgelopen jaren zette Lodewijk Asscher, minister van sociale zaken en nu ook lijsttrekker voor de PvdA, al een paar stappen om flex en vast dichter bij elkaar te brengen. Flexwerkers kunnen niet na drie jaar, zoals nu, aanspraak maken op een vast contract, maar na twee jaar. Het is onduidelijk of dit helpt. Asscher denkt van wel en zegt dat de wet nog te kort in werking is om echt effect te sorteren en hij meent ook dat er nog meer moet gebeuren. Bijvoorbeeld aan de positie van zelfstandig ondernemers. Want op dat terrein kwamen VVD en PvdA de afgelopen jaren niet nader tot elkaar.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Idris van Heffen

De VVD neemt nu zo’n beetje alles wat de aanvoerder van hun coalitiepartner de afgelopen jaren heeft gedaan op de korrel; de nieuwe regels voor flexibele arbeidskrachten kunnen weer van tafel. Sterker: er moet weer meer ruimte komen voor bedrijven om allerlei soorten contracten aan te bieden, ook nul-urencontracten. Zelfstandig ondernemers moeten zelf kunnen kiezen voor wel of geen pensioen of arbeidsongeschiktheidsverzekering. De VVD ziet het probleem van de kloof niet en vindt flexibilisering goed.

D66 wil ‘de tweedeling op de arbeidsmarkt’ wel doorbreken, maar zit wat oplossingen betreft dicht bij de VVD. De partij wil de rechten van vaste arbeidskrachten verminderen: versoepeling van het ontslagrecht moet werkgevers verleiden om mensen in vaste dienst te nemen. Zelfstandig ondernemers kunnen nu relatief goedkoop hun diensten aanbieden omdat zij belastingvoordelen, zelfstandigenaftrek, krijgen. Wat D66 betreft komt er ook een werknemersaftrek om het verschil met zzp’ers te verkleinen.

Minder concurrentie

Aan de linkerkant van het politieke spectrum zien de partijen geen heil in knagen aan de rechten van werknemers in vaste dienst. Wie dat doet, stellen zij, maakt de onzekerheid voor iedereen groter. PvdA, SP en ook GroenLinks willen flexcontracten duurder maken: verhoog de WW-premie voor werknemers met tijdelijke contracten en verlaag die lasten voor mensen in vaste dienst.

Wat de PvdA betreft gaan alle werkenden, ook zelfstandig ondernemers, premies betalen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid. Zij krijgen daarmee natuurlijk ook allemaal recht op een uitkering. De sociaal-democraten willen ermee bereiken dat rechten en plichten in evenwicht komen en concurrentie op de arbeidsmarkt vermindert. Het CDA voelt wel wat voor die benadering en pleit er in het verkiezingsprogramma ook voor dat iedereen premies betaalt voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioen.

Na de verkiezingen

Na de verkiezingen wordt de cruciale vraag hoe in de formatie van een nieuw kabinet meningsverschillen overbrugd worden. Een gezamenlijk voorstel van bedrijfsleven en vakbonden zou wonderen doen. De Sociaal-Economische Raad broedt al een jaar op een plan. Het gaat niet alleen over flex en zzp, maar ook over de regel dat werkgevers zieke werknemers twee jaar loon moeten doorbetalen. Dat laatste is een drempel voor bedrijven om personeel aan te nemen.

In december schreven de Kamerleden Pieter Heerma (CDA) en Carola Schouten (ChristenUnie) een opinieartikel in Trouw over ‘de grote sociale kwesties’. Een daarvan is de kloof tussen flex en vast. Zij houden een pleidooi voor het ‘poldermodel’ en betogen dat de organisaties van werkgevers en werknemers de politiek op sleeptouw zouden kunnen nemen ‘zoals zij vaker hebben gedaan’. Zij roepen ook VVD en D66 op om de polder te koesteren: “Jullie gaan het sociaal overleg ook nog hard nodig hebben.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Jehan Edriouch is docent en heeft een vast contract. Beeld rv

‘Ik begrijp de onzekerheid van anderen’

Ik ben een beetje atypisch als het gaat om vaste contracten”, zegt de 34-jarige docent Jehan Edriouch, die een vast contract heeft. Zo’n 3,5 jaar geleden zat ze tegenover haar leidinggevende en diende ze haar ontslag in. Dat vaste contract hoefde niet, als haar baan als advocaat niet langer leuk was, vertelde ze hem. “Hoeveel salaris wil je hebben, zei mijn leidinggevende toen. Hij dacht dat ik aan het onderhandelen was.”

Met een buffertje voor drie maanden dacht ze in die periode na over wat ze echt wilde. “Een vast contract biedt weliswaar zekerheid, maar ik heb ook altijd gedacht: lukt het bij een werkgever niet, dan kan ik als advocaat altijd nog mijn eigen bedrijf beginnen.”

Drie maanden na haar ontslag ging Edriouch als docent aan de slag bij Zuyd Hogeschool in Sittard. Daar geeft ze het vak arbeidsrecht. En ook daar kreeg ze snel een vast dienstverband. Was ze net als haar zusje (zie hieronder, red.) ietwat voorzichtig voor ze die zekerheid van haar werkgever kreeg? “Nee”, lacht ze. “Daar heb ik nooit last van gehad, dat zit niet in mijn aard.”

Maar ze snapt wel de onzekerheid waarin mensen zonder vast contract verkeren. “Ik heb als advocaat mensen begeleid bij grote ontslagrondes. Ik weet hoe belangrijk een baan is. Het is een stukje identiteit, een stukje zekerheid. Zomaar ontslag nemen kan natuurlijk niet in elke branche.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Najla Edriouch is gedragsdeskundige en heeft een jaarcontract. Beeld rv

‘Ik wil laten zien wat ik aankan’

Ze vond het toch wel spannend om haar leidinggevende te vertellen over haar nieuwe YouTube-kanaal Psycholoog Najla. “Wat er spannend aan was? Misschien denkt mijn werkgever wel dat zo’n kanaal ten koste gaat van mijn werk op kantoor”, zegt gedragsdeskundige Najla Edriouch (27), die een jaarcontract heeft. Maar die angst was nergens voor nodig. Haar tips over slaapproblemen, liefdesverdriet en winterdepressies werden op de werkvloer goed ontvangen.

Had ze een vast contract gehad net als haar zus, dan had ze het minder spannend gevonden. Edriouch heeft voor de tweede keer een jaarcontract als gedragsdeskundige. Dat tijdelijke karakter beïnvloedt haar eigen gedrag, zegt ze. “Bijvoorbeeld als we aan het begin van de week onderling de taken verdelen. Als ik al genoeg afspraken heb staan, zal ik niet zo snel zeggen dat ik er niet nog één bij kan hebben. Dan wil ik laten zien dat ik het allemaal aankan en dat ik dat vaste contract verdien.”

Want wat als ze die vaste aanstelling niet krijgt? Hoe ziet haar financiële situatie er dan uit? Zal ze dan net als veel afgestudeerde basispsychologen moeilijk een baan kunnen vinden? Het zijn vragen die door haar hoofd zoemden toen ze vorig jaar een huis wilde kopen. “Ik heb vijftien huizen bezichtigd, ben in gesprek geweest met een hypotheekadviseur, maar ik durfde het toch niet aan. Pas als ik een vast contract heb.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden