Opinie

Wie op Facebook zit, wordt nog geen narcist

Beeld anp

Internet verandert de samenleving. Maar kennis is altijd al manipuleerbaar geweest, ook toen Google er niet was.

Wat doet het internet met ons denkvermogen, met de samenleving en met onze gezondheid? Die vragen houden velen al jaren bezig en terecht: de invloed van digitale media op ieders leven is groot. Gelukkig is er al aardig wat wetenschappelijk onderzoek. Helaas worden de uitkomsten daarvan vaak gekaapt, versimplificeerd en met een alarmerende kop in de krant of op een site gezet.

Vorige week raakten de nieuwssites in de ban van een onderzoek naar Facebook. Zo schreef Trouw.nl dat Facebook 'het studeren verstoort', slecht is voor de gezondheid en kinderen depressief maakt. "Tieners op Facebook hebben sneller narcistische neigingen, terwijl jongvolwassenen sneller met psychische stoornissen te maken krijgen."

De resultaten waar naar wordt verwezen, waren gepresenteerd door psycholoog Larry Rosen van de California State University. Ik deed wat kennelijk weinig anderen hadden gedaan en vroeg per e-mail of ik zijn onderzoek mocht lezen. Het bleken slechts voorlopige resultaten te zijn. In zijn reactie zei Rosen dat zonder overleg citeren eigenlijk niet de bedoeling was geweest. Erger nog is dat de resultaten verkeerd zijn geïnterpreteerd.

Wat Rosen ontdekt heeft, is dat er een correlatie is tussen onder meer narcisme en Facebook-gebruik, níet dat er een causaal verband is. Het verschil is belangrijk. Het onderzoek bewijst namelijk alleen dat mensen die veel Facebook gebruiken, ook vaak narcistische trekjes hebben. Dat Facebook de oorzaak is en narcisme het gevolg, is niet duidelijk. Het kan net zo goed zo zijn dat narcisten zich aangetrokken voelen tot een medium als Facebook, waar je naar hartelust een mooi beeld van jezelf kunt scheppen. Evenmin is bewezen dat Facebook tot depressies leidt. Slechts is aangetoond dat mensen die depressief zijn, verhoudingsgewijs veel op Facebook zitten. Een vergelijkbare redenering is: Veel (hopelijk alle) abonnees van Trouw kunnen lezen, dus danken ze hun alfabetisme aan Trouw.

Een andere kaping van onderzoek gebeurde vorige maand. Publicist Hans Schnitzler schreef in de Volkskrant over het onderzoek naar het geheugen, dat Betsy Sparrow onlangs in Science publiceerde. Sparrow nuanceerde haar onderzoek in interviews: "Ik denk niet dat Google ons dom maakt. We veranderen alleen de manier waarop we ons dingen herinneren." Toch beweerde Schnitzler dat Google de mens 'van zijn denkkracht berooft'. Hij vreesde dat kennis "zeker voor de wat minder kritische surfer, in hoge mate manipuleerbaar" wordt, omdat Google onthoudt waar onze belangstelling naar uitgaat.

Alsof het vroeger allemaal beter was. Kennis is altijd manipuleerbaar geweest. Eeuwenlang hebben autoriteiten het monopolie op informatie gehad. Juist door toegang tot het internet is de mogelijkheid om te leren voor de wereldbevolking gegroeid.

Dat de samenleving verandert door de komst van internet, dat lijkt me zeer waarschijnlijk. Maar laten we geen beschuldigende vingers wijzen naar die nieuwe technologie zolang daar geen wetenschappelijke onderbouwing voor is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden