Wie op de Afsluitdijk plankgas wil geven, moet vooral op de linkerrijbaan blijven

De Afsluitdijk, de verbinding tussen Noord-Holland en Friesland, ter hoogte van het standbeeld van Cornelis Lely. Hardrijden op de 32 kilometerlange tweebaansweg is nog knap lastig. (FOTO HOLLANDSE HOOGTE) Beeld ©Vincent Mentzel 2009
De Afsluitdijk, de verbinding tussen Noord-Holland en Friesland, ter hoogte van het standbeeld van Cornelis Lely. Hardrijden op de 32 kilometerlange tweebaansweg is nog knap lastig. (FOTO HOLLANDSE HOOGTE)Beeld ©Vincent Mentzel 2009

amsterdam – - Geweldig, dit kabinet, jubelde VVD-Kamerlid Charlie Aptroot deze week in het ’NOS Journaal’. „Al die pessimisten en die linkse lui met hun ’dat kan helemaal niet’ hebben ongelijk. We gaan harder rijden en dat is nodig ook.” 

Jeroen den Blijker

En als dat ergens nodig is, is het natuurlijk op de Afsluitdijk. Dag en nacht 130 rijden kan waarschijnlijk alleen daar, denkt het kabinet.

Gisteren rond het middaguur rijden er op de Afsluitdijk zo weinig auto’s dat het er doodsaai is, tweeëndertig kaarsrechte kilometers heen, tweeëndertig kaarsrechte kilometers terug. Het waait flink en is bovendien waterkoud. Alleen het grijze asfalt gaapt je tegemoet.

Maar kán het, harder rijden op die tweebaansweg tussen al dat water? Al bij Den Oever, aan het begin van de Afsluitdijk, wordt de rechtse droom van lekker plankgassen ruw verstoord. Een kotter passeert de sluis en de slagboom is onverbiddelijk. Vijf minuten staan we stil, tussen zes auto’s en een verdwaalde bestelbus.

Toch, eenmaal voorbij de sluizen grijnst het gelijk van Aptroot ons tegemoet. De minifile lost zich pijlsnel op; binnen een paar minuten kan de snelheidsmeter naar 120.

Maar wie op de Afsluitdijk lekker hard – rechts – wil rijden, moet vooral links blijven. De rechterrijstrook van de tweebaansweg is het domein van de truck, de tankauto, oplegger of, in de zomer, de caravan. Die rijden niet alleen langzaam, met hun gewicht vernielen ze het asfalt.

Dat asfalt wordt regelmatig opgelapt, maar een wintertje is genoeg om hier en daar de bügelpiste tevoorschijn te toveren. Zelfs met 130 kilometer per uur voelt dat niet prettig aan.

Wie de linkerbaan aanhoudt, moet evenwel tempo houden. De Afsluitdijk is vooral bij grijs weer zo dodelijk saai dat vrijwel elke personenauto nu al harder dan 120 rijdt.

Logisch, vindt Rianne Zwering van lunchroom ’t Monument. „Hier wordt hoogst zelden gecontroleerd op snelheid.” Alleen bij haar restaurant en benzinepomp/camping Breezanddijk geldt een snelheidsbeperking. Honderd kilometer per uur, zegt het bord, maar dat ben je zo weer vergeten.

Zwering heeft rond lunchtijd weinig om handen. Af en toe schuift er iemand naar binnen voor een haastige kop koffie, al dan niet gecombineerd met toiletbezoek. Een kwestie van jaargetij, zegt Zweering. „Vooral de bollentijd is heel druk. Dan komen de Japanners en Italianen. Bussenvol.” Die toeristen overnachten meestal in Amsterdam en maken een dagtrip.

Zo’n snelheidsmaatregel haalt helemaal niks uit, zegt ze. „De mensen komen echt niet vanuit Brabant hier naartoe om sneller te kunnen rijden.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden