Wie ontwerpt Detroit opnieuw?

De middenklasse van de Amerikaanse stad Detroit trok weg, Afro-Amerikanen zonder baan bleven over. Er zijn wijken die floreren, maar verval overheerst. De stad verdient een nieuwe kans.

MAARTJE VAN HOEK

Zonder geladen pistool was een bezoek aan de waterkant van Detroit River twee jaar geleden ondenkbaar geweest. Benevelde inwoners waggelden hier - literblik bier in de hand - langs verlaten industriepanden. Een prairie van afval, naalden en kots was het, met uitzicht op Canada.

Nu is de waterkant een esplanade, een luxeversie van een park. Met marmeren stenen om over te kuieren, glimmend geverfde bankjes, een carrousel en een waterspeelplek vol kinderen in fleurige badkleding. Agenten fietsen de boulevard op en neer. Een lichte wietwalm is de meest dreigende aanwezigheid op een mooie zomeravond in juli.

Dit is de nieuwe - en enige - plek in Detroit waar alle rangen en klassen, alle kleuren ook, samenkomen. Anderhalf jaar geleden werd de esplanade aangelegd, gesponsord door ondernemers zoals de familie Ford uit Detroit. Een uitkomst, zegt Stacey Pinkett (51, restaurateur van afgebrande huizen). Hij is met de auto van dertig kilometer ver gekomen met zijn vrouw Irma (43, rechtenstudent) en hun kinderen Isabella (8) en Alberto (6). In tegenstelling tot hun eigen buurt, is het hier wel veilig. "Mijn kinderen kunnen hier vrij rondrennen." De familie Pinkett is waar de waterkant van Detroit voor staat: een vrolijke combinatie van verschillende rassen. Zij is blank, hij Afro-Amerikaans.

Detroit is een stad waar inwoners van verschillende achtergronden en huidskleuren vooral apart van elkaar wonen. Wijken zijn gescheiden door de vele snelwegen die de stad in de jaren zestig en zeventig aanlegde. Volgens Penny Bailer van non-profitorganisatie Arise Detroit kwamen die er vooral om de blanke inwoners van de stad na hun werk zonder dreiging naar hun veilige buitenwijken terug te brengen.

De meeste snelwegen die Detroit doorkruisen, de I-75 en de I-96 zijn de bekendste, liggen zo'n drie tot vijf meter onder stadsniveau. Vanaf de weg ziet een automobilist nauwelijks wat voor wijk hij doorkruist. Elke afslag brengt een verrassing: de ene kan je brengen bij een benzinestation waar dronken mensen stinkend in hoeken hangen, de volgende leidt naar braaf suburbia met aangeharkte tuinen en overal wapperende Amerikaanse vlaggen.

Thomas J. Sugrue, auteur van het boek 'The Origins of the Urban Crisis: Race and Inequality in Postwar Detroit' stelt dat het voor Afro-Amerikaanse families nog steeds lastig is om een huis aan te schaffen in de rijke buitenwijken van Detroit. Hij schrijft: 'Afro-Amerikanen die naar de buitenwijken verhuizen, doen dat niet met dezelfde kansen als blanken. Ze verhuizen naar plekken met oudere huizen en slecht lopende winkelgebieden. Gebieden die door de blanke bevolking alweer worden verlaten omdat de eerste Afro-Amerikanen er komen wonen. (...) In deze delen van de stad hebben inwoners doorgaans lagere kansen op de arbeidsmarkt dan in de rijke buitenwijken - waar het ondanks strenge antidiscriminatiewetwetgeving nog altijd lastig is voor Afro-Amerikanen om een huis te vinden.'

De Afro-Amerikaanse bevolking van Detroit groeide tijdens de great migration vanuit het zuiden van de VS tussen 1945 en 1965 enorm met als resultaat dat nu 82 procent van de inwoners van Detroit zwart is. De banen in Detroit lagen, vooral in de autoindustrie, voor het oprapen. Blanke inwoners van Detroit vochten met elk denkbaar middel tegen wat zij noemden de negro invasion.

Afro-Amerikaanse families die hun intrek namen in blanke wijken van Detroit kregen te maken met vandalisme, bedreigingen en brandende kruisen in de tuin. Het dieptepunt van de strijd tussen blank en zwart: de rassenrellen in juli 1967 - 43 Detroiters stierven, president Lyndon Johnson moest het leger het centrum in sturen om de boel te sussen.

Otila Bell, een forse vrouw met kleine vlechtjes en een tikje achterdochtige blik in haar ogen, weet zich die dag nog goed te herinneren, maar wil niet vertellen of ze deel uitmaakte van de rellen. Ze zit op de veranda van haar huis op de kruising van Heidelberg Street en Mount ElliOtila Bellot Street in de wijk McDougall-Hunt, een zwarte wijk die als een van de gevaarlijkste wijken van Detroit te boek staat. Bell voedde vijf kinderen op in haar huis, ze zijn nu uit huis. Ze wijst naar rechts en links, de lappen grond naast haar huis waren tien jaar geleden nog voorzien van een woning. "De buren zijn weg. Naar een betere buurt."

Een blanke bewoner heeft Bell in de ruim veertig jaar dat ze in de wijk woont nog nooit gezien in McDougall-Hunt. "Die zou wel gek zijn om hier te gaan wonen."

Criminaliteit is in Detroit een groot probleem. Van de 212 Detroiters die in het eerste half jaar van 2012 werden vermoord, werd het overgrote deel (bijna negentig procent) neergeschoten. 48 procent van de sterfgevallen in Detroit betreft een moord. Sinds 2010 zijn er bovendien 300 minder agenten op straat, de stad heeft voor 2013 nog eens een bezuiniging van 13 procent aangekondigd op politiepersoneel.

Penny Bailer is een inwoner van Detroit die zegt dat haar hart bloedt als ze die cijfers hoort. "Het gaat niet goed met de stad." Sinds 1975 woont ze in Detroit, in het centrum. Sinds de dag dat ze in Detroit ging wonen zijn meer dan een miljoen inwoners vertrokken. De middenklasse trok de stad uit, Afro-Amerikanen zonder baan bleven over.

Iets wat Bailer zich aantrekt. Als ze spreekt over Detroit, zegt ze 'we'. "We hebben meer middenklasse- inwoners nodig in een aantal delen van de stad. Inwoners die werken en belasting betalen, zodat we kunnen bouwen aan gelijke kansen voor iedereen, onafhankelijk van ras of inkomen of geslacht. Als er geen belastinggeld binnenkomt, kunnen we geen politieagenten betalen."

Als ze door Detroit rijdt in haar auto, voelt Bailer de 'verrotting en het verderf' van de stad. Detroit, dat 360 vierkante kilometer beslaat, is volgens haar veel te ruim voor het aantal inwoners. "Detroit moet opnieuw worden ontworpen."

Op een kladblok tekent ze de stad en zet drie grote cirkels. "Hier moeten alle inwoners naartoe. De rest: natuurparken en fietspaden. Hoe geweldig zou dat zijn? Een recreatiegebied zoals de waterkant van Detroit is geworden waar iedereen samenkomt en zich veilig voelt. Dat is mijn droom."

Faillissement dreigt
Aan het einde van 2011 had de stad Detroit een schuld van 200 miljoen dollar (140 miljoen euro). Gouverneur Rick Snyder van de staat Michigan denkt dat Detroit failliet gaat en wil de stad daarom een emergency manager toewijzen. Die zou burgemeester Dave Bing ondersteunen in zijn werkzaamheden, zegt Snyder. Maar Bing wil zo'n manager niet aan zijn zij, omdat hij dan onder curatele komt te staan. Burgemeester Bing (Democraat) wil het tekort van Detroit zelfstandig verminderen door overheidspersoneel te ontslaan. Volgens gouverneur Snyder (Republikein) wordt het tekort daarmee niet kleiner, maar groeit het slechts minder snel. Besloten is nu dat een team van elf adviseurs wordt ingeroepen, zonder dat de stad onder curatele staat.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden