Wie ontstijgt de kneuterigheid?

Van de zeven nieuwe Nederlandse debuten zijn er maar twee die verder kijken dan het individuele wel en wee

Wie zich afvraagt of de literatuur de tweeentwintigste eeuw wel zal halen, doet er goed aan om kennis te nemen van de essaybundel 'Waarom ik lees' van de Engelse auteur Tim Parks. Behalve een aanstekelijk pleidooi voor de onbestrafte zonde van de lectuur (zoals de Franse criticus Paul Léautaud dat noemde), bevat die ook een scherpe analyse van de stand van zaken in het boekenbedrijf. Parks laat zien dat de globalisering van de literatuur, met internationale sterauteurs als Eco, Franzen, Pamuk als vanzelf leidt tot een grauwe middelmaat van romanciers die ervoor passen een scherp geprononceerde stijl te hanteren. Een schrijver die weet hoe de hazen lopen in de jacht op de winst, vermijdt onvertaalbare woordspelingen, talig raffinement en culturele eigenaardigheden. Opvallend genoeg noemt Parks in dat verband de moeilijk vertaalbare Hugo Claus als positief tegenvoorbeeld. Maar, voegt hij er als kenner van de Nederlandse literatuur aan toe, in het geglobaliseerde literaire veld hebben stilistisch minder uitgesproken auteurs als Herman Koch en Arnon Grunberg toch de toekomst.

In een aan Parks gewijde column, gepubliceerd in deze krant, keerde Jamil Ouariachi zich tegen wat hij beschouwde als een pleidooi voor een romanliteratuur die de nationale of regionale identiteit spiegelt. Hij vond dat maar kneuterig. Romanschrijvers van nu zouden zich juist uitgedaagd moeten voelen door de grote grensoverschrijdende problemen.

Ik rakel deze discussie op omdat ze de mogelijkheid biedt een handvol literaire debuten van het jaar 2015 de maat te nemen. Wat zijn de kwesties waar de aankomende Nederlandse schrijvers zich over buigen? Denken ze globaal, zoals Ouariachi graag ziet, of doen ze, heel Hollands, aan particularisme, of erger nog, aan navelstaarderij? Bepalen ze hun positie in het woeden der gehele wereld of zoeken ze het eerder in een al dan niet fraai vormgegeven aankleding van hun privé-domein?

Kijken we eerst naar het debuut van de vijftigjarige Chrétien Breukers. Breukers heeft als drijvende kracht achter de poëziewebsite De Contrabas al een half leven in de literatuur achter zich. Hij maakt er in zijn eerste roman 'Lot' geen geheim van dat hij een insider is. Als hoofdpersoon zet hij een dubbelganger neer die klaagt dat 'het vlees droef is en alle boeken zijn gelezen', om met de dichter Mallarmé te spreken. Bovendien wordt de man geplaagd door de teloorgang van het aanzien dat literatuurcritici ooit genoten. 'Een leven in de letteren is in deze tijd geen sinecure. Je moet al half gestoord zijn als je dat ambieert, en niet erg gesteld op luxe.' Maar als de pseudo-Breukers de hoofdprijs in de loterij trekt en stil kan gaan leven in de Achterhoek, niet ver van de plek waar de door hem bewonderde Jeroen Brouwers ooit woonde, zinkt hij weg in een existentiële walging waar hij alleen met steun van Sartre uiting aan weet te geven.

De oudere debutant Breukers is niet de enige insider die het literaire bedrijf met gemengde gevoelens beziet. De in 1987 geboren Jori Stam portretteert in het titelverhaal van zijn eerste verhalenbundel 'Een volstrekt nutteloos mens' een schrijver die veel weg heeft van de stereotiepe tobber op een tochtig zolderkamertje. "Je kreeg er weliswaar geen stoflongen of lasogen van, maar de stress van deadlines, afwijzingen, schrijfblokkades en teleurstellende verkoopcijfers was zwaar. Het was zwoegen, uren ploeteren aan een alinea totdat het in je hoofd eindelijk klopte - om twee weken daarna met ergernis en afschuw alles terug te lezen en weer te schrappen." Deze bedenkingen hebben Stam zelf er niet van weerhouden een gooi naar de literaire roem te doen met verhalen waarin kwaad, wreedheid en perversiteit troef zijn. Zijn aanpak sterk doet sterk denken aan het werk van een dwarsligger als A.H.J. Dautzenberg, minus diens gekruide verteltrant. Jori Stams manier van schrijven is droger, zo droog dat je je afvraagt wat er nog uit dit schrijverschap groeien kan. Maar hij zou de eerste niet zijn die pas na een niet al te markant debuut alsnog tot ontplooiing komt.

De debuterende Thomas Acda (de zoveelste als schrijver debuterende Bekende Nederlander) ontplooit zich in het midden van zijn

leven op een manier die even doet vermoeden dat hij in een donker bos was verdwaald. De hoofdpersoon van zijn schelmenroman 'Onderweg met Roadie' heeft net als Acda zelf afscheid genomen van de partner met wie hij jarenlang een succesvol popduo vormde. Hij raakt verzeild in een met drank, drugs en een echtscheiding gestoffeerde midlifecrisis en probeert daaraan te ontsnappen door in het gezelschap van hond Roadie van de Amerikaanse oost- naar de Amerikaanse westkust te rijden. Daarbij loopt hij, zoals te verwachten was, keihard tegen zichzelf op. Ziedaar een komisch bedoeld verhaal dat weinig om het lijf heeft en naar inmiddels bekend is ook weinig met Acda's feitelijke biografie te maken heeft. Maar het valt wel op dat deze aankomende romanschrijver, net als Chrétien Breukers, de behoefte heeft gevoeld om zichzelf omtrent het vijftigste levensjaar door te lichten en zich daarbij ook flink voor lul te zetten, tot lering en vermaak van het publiek.

De door Breukers opgevoerde Sartre vinden we terug bij de dertigjarige debutante Rebekka de Wit, maar dan als afzetpunt. Het jonge meisje dat in 'We komen nog één wonder tekort' vertelt over een reis die ze met haar vader, broer en zus maakt om de rouw om twee overleden naasten te verwerken, zet juist vraagtekens bij het Sartriaanse idee dat je verantwoordelijk bent voor elke keuze die je maakt. Dit stuurloze en chaotische gezin geeft zich over aan de omstandigheden en probeert er de humor van in te zien. Daarmee heeft deze roman, ook vanwege de schijnbaar luchtige manier waarop rampen en tegenslagen zich aan elkaar rijgen, wel wat weg van Annie Schmidts absurdistische kinderboek 'Wiplala'.

Familiedramatiek en een onconventionele levensstijl komen we ook tegen in Emmelien Kramers eerste roman 'De koortstuinen'. Het vierkoppige gezin dat hier de actieradius van het verhaal bepaalt is uit elkaar gevallen na opname van de moeder in een psychiatrische inrichting. Dochter Salome, die optreedt als verteller, maakt een rondgang langs vader, zus en tenslotte ook moeder om te achterhalen waar hun gezamenlijke bestaan in het ongerede is geraakt. Ze doet daarbij veel kennis op van de hippiecultuur die bon ton was in de vroege jaren zeventig. Intrigerender dan deze achtergrond is dat Salome zich zo diep in haar moeder inleeft dat ze qua levenslot uiteindelijk met haar samenvalt. Stijl en verteltrant passen zich naadloos aan bij de hallucinante ambiance van de verhaallijn, en die tillen deze roman uit boven de middelmaat.

Met inbegrip van 'De koortstuinen' zetten alle tot nu toe genoemde debuten, avontuurlijke omzwervingen door de wijde wereld ten spijt, geen stap verder dan het individuele wel en wee. Anders is dat in 'Zoutberg', de eerste roman van Anne Neijzen. Daarin grijpt de schrijfster terug op het grote, diep maatschappelijk gewortelde thema dat de Nederlandse literatuur al weer zeventig jaar lang beheerst: de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan. Aan de hand van een plot die sterk doet denken aan 'De aanslag' van Harry Mulisch laat Neijzen zien hoezeer schuld en verantwoordelijkheid slachtoffers en daders zijn blijven achtervolgen, tot de dood erop volgt. Jammer is alleen dat deze debutante een menigte aan knullige zinnen en ontsporende vergelijkingen produceert, zoals deze: 'Schaamte is een wollige schimmel die zich in elke holte van je lichaam nestelt, de organen met een witte laag bedekt en alles trager doet stromen door mee te liften met het bloed dat door de aders wordt gepompt totdat hij uiteindelijk de bloedbaan verstopt.'

Nee, dan de stijl van drieënzeventigjarige Andreas Oosthoek! Deze oud-journalist en marginale dichter heeft uit zijn archief een nooit uitgegeven roman opgediept, er een paar extra hoofdstukken aan toegevoegd en na ruim veertig jaar alsnog gepubliceerd. Oosthoek schrijft zo verzorgd en verfijnd dat je je in de negentiende eeuw waant, in een salon waar men met de pink geheven een kopje thee drinkt en behoedzaam aan een bros koekje knabbelt. En dat terwijl de geschiedenis zich afspeelt op het kleiige Zeeuwse platteland en verhaalt over twee jongemannen, een van adel en een van deftige boerenstand, die elkaars minnaars zijn en hun liefde bij voorkeur in het frivole Parijs vieren. Het is een debuut dat leert hoe regionale identiteit toch nog globaal kan gaan, al is het dan ook via platgetreden paden.

Chrétien Breukers: Lot Marmer 200 blz. euro 17,95

Jori Stam: Een volstrekt nutteloos mens Atlas Contact; 176 blz. euro 19,99

Thomas Acda: Onderweg met Roadie Lebowski; 208 blz. euro 19,99

Rebekka de Wit: We komen nog één wonder tekort Atlas Contact; 176 blz. euro 17,99

Emmelien Kramer: De koortstuinen Prometheus; 240 blz. euro 19,95

Anne Neijzen: Zoutberg Nieuw Amsterdam; 205 blz. euro 18,99

Andreas Oosthoek: Het relaas van Solle Cossee; 224 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden