Wie nooit iets kreeg is nu aan de beurt

Het voor de Indische gemeenschap bestemde bedrag van 250 miljoen moet ervoor zorgen dat het bezoek van de Japanse keizer rimpelloos verloopt. Het geld behoort ten goede te komen aan diegenen uit het voormalig Nederlands-Indië, die tot dusver buiten de boot vielen

De Indische geneenschap mag van het kabinet een bedrag van 250 miljoen gulden -inmiddels bekend onder de term Het Gebaar- verdelen met als voorwaarde dat ,,degenen die de opvang aan den lijve hebben ondervonden'' de voorkeur krijgen. Met de opvang wordt bedoeld de vestiging van diegenen die in de jaren '40 en '50 als 'repatriant'uit Indië/Indonesië noodgedwongen naar Nederland kwamen.

Een tweede voorwaarde die de regering aan de besteding van Het Gebaar stelt is, dat deze mensen niet individueel een deel van die kwart miljard krijgen. Er moeten dus tal van projecten en fondsen worden opgezet die tegemoet komen aan het extra leed dat Indische mensen als gevolg van de niet altijd even hartelijke ontvangst in Nederland is berokkend.

Er bestaat al een tijdje een Indisch overkoepelend orgaan dat optreedt als gesprekspartner van het kabinet, het Indisch Platform onder voorzitterschap van de gepensioneerde generaal Ruud Boekholt, tevens adjudant van Hare Majesteit de koningin in buitengewone dienst. Boekholt heeft, onmiddellijk nadat het bedrag van 250 miljoen bekend werd, gezegd dat dit zwaar onvoldoende is.

Waarom dit bedrag veel hoger zou moeten zijn zei hij niet. Deze vaagheid typeert het optreden van het Indisch Platform, dat overigens slechts een klein deel van de vele Indische organisaties vertegenwoordigt. Onder Indische mensen is er weinig vertrouwen in het Indische Platform.

Die slechte reputatie heeft het IP voor een groot deel te danken aan de manier waarop in veel gevallen dezelfde bestuursleden van Stichting Indisch Herinnering Centrum een kleine tien miljoen gulden, bestemd voor de totstandkoming van een dergelijk centrum, hebben toegeschoven aan familieleden en vriendjes.

Het onmachtige en knoeiende bestuur bleek niet in staat om binnen de door de regering gesteld termijn met een realistisch plan te komen. Nadat de secretaris van het IHC een paar weken geleden zijn ontslag nam, omdat hij niets meer te maken wilde hebben met deze frauduleuze praktijken, is kort daarop het gehele bestuur opgestapt.

Ook binnen het IP heerst inmiddels een crisis. Gezien deze feiten dient er nu op korte termijn een aantal integere en capabele Indische mensen te worden gevonden die de 250 miljoen verdeelt op een manier waar het grootste deel van de Indische mensen vrede mee heeft.

Wat er verder ook gebeurt, ik meen dat het geld in eerste instantie moet gaan naar die groepen die sinds hun komst in Nederland nooit hebben kunnen profiteren van Japans smartengeld of andere uitkeringen aan oorlogsslachtoffers.

Indertijd werden alle blanke Nederlanders door de Japanners geïnterneerd. Een groot deel van de Indo-Europeanen, met uitzondering van de krijgsgevangenen, bleef dus buiten de kampen. Weliswaar genoten zij daar een betrekkelijke vrijheid, maar zij mochten alleen maar werken als zij samenwerkten met de Japanse bezetter. Het overgrote deel weigerde dat uit oprechte vaderlandsliefde. Zij waren gedwongen een groot deel van hun bezittingen te verkopen om in leven te blijven.

Na de oorlog brak onmiddellijk de Indonesische vrijheidsstrijd uit, waarbij duizenden Indo-Europeanen, die geen bescherming vonden in de nog bestaande interneringskampen, door jonge, fanatieke Indonesische revolutionairen werden uitgeschud, gewond of vermoord. Deze Indische mensen zijn nooit erkend als oorlogsslachtoffer, maar op z'n best als oorlogsgetroffenen. Dat lijkt een subtiel verschil, maar het gevolg is dat zij maximaal in aanmerking konden komen voor een zogeheten WUBO-uitkering (Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers) en niet voor de gunstiger WUV-uitkering (Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers).

De Indische mensen die indertijd met hun gezinnen naar Nederland repatriëerden, hebben in veel gevallen hun eigen toekomst opgeofferd om hun kinderen alles mee te geven een behoorlijk positie te verwerven in de Nederlandse samenleving. Dat is over het algemeen heel goed gelukt en daar mogen ze trots op zijn. Deze mensen zijn nu bejaard tot hoogbejaard en hun zij van harte gegund van een zo comfortabele mogelijke Indische oude dag te genieten.

Er is nog een andere groep Indische mensen die niet buiten de prijzen mag blijven. Dat zijn de Indo-Europeanen die, indertijd op nadrukkelijke aandrang van de Nederlandse overheid, zijn achtergebleven in Indonesië. Uit onderzoek blijkt dat veel van deze mensen het sociaal gezien slecht hebben en vaak slachtoffer zijn geworden van discriminatie, ondanks dat zij blijvend hadden gekozen voor het Indonesische staatsburgerschap. De Indische gemeenschap in Nederland zou zich verplicht moeten voelen hen nu extra te helpen.

Waar het in eerste instantie nu om gaat is dat er een goede organisatie komt, die het volledige vertrouwen geniet van de Indische gemeenschap en een perfecte relatie onderhoudt met de achterban. Díe mensen zijn er, maar de besten onder hen hebben zich in de loop der jaren blijvend gedistantieerd van het gekonkel en de vriendjespolitiek van lieden die niet zelden ten eigen bate en glorie bestuursfuncties voor zich hebben opgeëist. Dit is het moment dat Indische mensen met behoorlijke bestuurscapaciteiten uit oprechte solidariteit met hun Indische lotgenoten nog één keer hun schouders zetten onder dit moeilijke werk.

Zonder een krachtig en capabel geleid bestuur vrees ik andermaal voor een beschamende afgang en verschaft de Indische gemeenschap zich definitief een brevet van onvermogen. Deze nieuwe Indische bestuurders zullen ook ervoor moeten waken zich op politieke gronden te laten 'sturen' door de Nederlandse regering. Zo kon een blinde zien dat door middel van afgedwongen excuses van een Japanse premier en met een groot bedrag dat de Indische gemeenschap als 'zwijggeld' kreeg verstrekt, de garantie werd gekocht om de viering het 400-jarig bestaan van de Nederlands-Japanse betrekkingen in alle rust te doen verlopen.

Die viering dient volgende maand zijn schitterend hoogtepunt te krijgen bij het officiële statiebezoek van de Japanse keizer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden