Wie niet wil stemmen moet dat maar voelen

Een stemlokaal in het centrum van Den Haag. (Foto Cyntha van Gorp) Beeld
Een stemlokaal in het centrum van Den Haag. (Foto Cyntha van Gorp)

Weer invoeren van opkomstplicht haalt de kiezer misschien dichter bij de democratie.

Veel Nederlanders lijden aan de ’ze’-ziekte. ’Ze’ doen toch niet wat zij zeggen, ’ze’ zijn zakkenvullers; en wat wij ook zeggen, ’ze’ gaan toch hun eigen gang. Of je door de hond of de kat gebeten wordt, ’ze’ pakken je toch. Individueel is Nederland gelukkig, sociaal sluimert een veenbrand van collectief onbehagen. Nu zou je verwachten dat bij verkiezingen dat onbehagen massaal tot uiting wordt gebracht. Maar dat is niet het geval.

Eén ding kan met de kennis van nu – om die akelige zinsnede ook maar een keer te gebruiken – voor 3 maart worden voorspeld: het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen zal angstwekkend laag zijn; misschien stimuleert de kabinetscrisis de opkomst een klein beetje. Massaal blijven de kiesgerechtigde burgers ’tevreden’ thuis zitten.

Oorzaken van dit wegblijven? Soms onwetendheid, soms wantrouwen in de politiek in het algemeen, maar ik wil er een aardig bedrag op inzetten dat het in veel gevallen gewoon lamlendigheid is. De burger gelooft het wel, wil zich niet moe maken door een gang naar de stembus.

Mensen hebben onvoldoende in de gaten dat democratie een buitengewoon kostbaar goed is, ondanks het feit dat zij dagelijks op de buis kunnen waarnemen dat in landen waar de democratie ontbreekt het leven niet zelden een hel is. Dat democratie niet gewoon, maar heel bijzonder en kwetsbaar is, hebben veel mensen niet door en begint het te dagen, dan is het vaak te laat.

Belangrijk gevolg van het wegblijven is dat in onze vertegenwoordigende democratie de gekozenen de kiezers niet meer goed ’verbeelden’. ’Gewone’ mensen komen niet veel meer in gemeenteraden en dergelijke te zitten; we zijn al een stuk gevorderd op de weg naar de diplomademocratie. Ik heb uiteraard niets tegen diploma’s, maar als arbeiders in de Partij van de Arbeid niets meer hebben te zoeken, is het in ieder geval in die partij, maar ook in andere partijen, goed mis.

Veel politici valt ook te verwijten dat zij de burger in de rol van passieve klant in plaats van actieve participant hebben geplaatst. Het idee dat burgerschap niet alleen rechten, maar ook plichten met zich meebrengt is wel tot uitdrukking gebracht in het betalen van belasting, maar niet in het meedoen aan het democratisch spel.

Dat in 1970 de opkomstplicht bij verkiezingen is afgeschaft is een stompzinnige zet geweest. Niet dat het weer invoeren van de opkomstplicht een wondermiddel zal zijn, voor het revitaliseren van de democratie is veel meer nodig, maar het kan een eerste stap zijn op de goede weg.

Mensen hoeven niet te stemmen, maar als zij te beroerd zijn om naar een stembureau te komen, dan mogen zij daarop wel worden aangesproken in de portemonnee, want daar zijn de meeste mensen denkelijk wel gevoelig voor. En als mensen naar het stemlokaal zijn gegaan, kunnen zij met meer recht kritiek uitoefenen op politici als die hun werk niet goed doen.

Nogmaals, opkomstplicht is wel een noodzakelijke, maar geen voldoende maatregel. De hele organisatie van de overheid is 19e eeuws en politici met lef en ideologische veren zouden het voortouw moeten nemen om de zaak eens behoorlijk op te schudden. Jammer genoeg is de kans dat dit zal gebeuren niet zo groot, ook niet na de recente kabinetscrisis. Het ’beschaafd’ moddergooien is al weer aardig begonnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden