Wie niet van corso houdt, ontvlucht het dorp

De zomermaanden staan in veel dorpen in het teken van het bloemencorso. Hier in Zundert nemen plukkers een pauze tussen de bedrijven door. (FOTO'S MAARTEN HARTMAN)

Hele dorpen zijn in de ban van hun jaarlijkse bloemencorso. In het Brabantse Zundert is de hele zomer gewerkt aan de versierde wagens die morgen worden getoond.

Uit de loods van boomkwekerij Denissen in Zundert klinkt een muzikaal gekraak en gepiep, als de soundtrack van een thriller. Terwijl buiten de avondschemering inzet, staan binnen de figuranten van buurtschap ’t Kapelleke met metalen buizen in hun handen. Wesley van Genk (17) kijkt, net als de andere figuranten, dreigend voor zich uit. Hij laat de buis in zijn handen trillen op de maat van het geluid uit de boxen. ,,En terug naar de basis!”, roept de regisseur. Van Genk ontspant en gaat iets naar voren hangen.

Een wat dikkere man in een afgeknipte spijkerbroek, een opgemaakte vrouw van middelbare leeftijd, een meisje in een driekwartsbroek: de pakweg dertig figuranten zijn een divers gezelschap. Allemaal nemen ze het ritueel uiterst serieus. De bewegingen van de spelers worden tot in de puntjes georkestreerd. Zoals elk van de Zundertse buurtschappen maakt ’t Kapelleke een eigen wagen voor het bloemencorso. Straks hebben de figuranten geen losse buizen vast, maar bedienen ze de vinnen van hun creatie: een zeeduivel. Af en toe zullen ze te zien zijn, drukt de regisseur hen op het hart. En op die momenten moet hun gezichtsuitdrukking kloppen.

„Je kunt niet ieder jaar met figuranten werken, dat is te veel inspanning”, vertelt Van Genk. „Maar eens in de vier jaar is het wel leuk. We bedienen de wagen, maar benadrukken ook de donkere sfeer.” Op basis van zijn uiterlijk zou je het misschien niet verwachten, maar Van Genk speelt wel vaker theater. Hij zit ook in het Zundertse Hé-cabaret, dat ooit begon als het cabaret van zijn buurtschap, zo vertelt hij.

„Er zijn wel meer buurtschappen met een eigen cabaretgroep”, vertelt Paul Bastiaansen langs zijn neus weg. Zundert heeft een levendige theatercultuur. Is dat toeval? Bastiaansen, die meewerkte aan een boek over het corso, denkt even na. „Nee. Doordat we gewend zijn dingen groots aan te pakken met het corso, komt een regisseur die een groot decor wil laten bouwen hier wel aan zijn trekken. Dat doen we er gewoon even bij.”

Door het corso is Zundert een levendig dorp. Maar het gaat verder: volgens veel inwoners is het corso hét Zundertse antwoord op de problemen van veel andere dorpen en steden. Er zijn nauwelijks hangjongeren in de zomermaanden. Jonge mensen krijgen bij de corsovoorbereidingen de kans om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. En de bloemenoptocht zorgt voor een ’sociale binding’ waar menig Vogelaarwijk jaloers op kan zijn.

Vanwege de repetitie bij de boomkwekerij is het in de bouwtent van ’t Kapelleke nog rustig. In een hoek scheurt een oudere man zorgvuldig creamerzakjes open en doet de inhoud in een grote pot. Tussen de bouwsteigers rijst de Zeeduivel op. Niet overal komen bloemen: op veel plaatsen is roestig metaal te zien. Het gebruik van andere materialen dan bloemen ligt nog steeds een beetje gevoelig bij de oudere garde, weet Bastiaansen. De ongeschreven regel is dat er levend materiaal gebruikt moet worden, en met name dahlia’s.

Zussen Eveline (15) en Babette (11) Herenijgers staan klaar om een nieuwe laag papier-maché aan te brengen. Zes weken lang staat hun leven in het teken van het corso. „In de laatste week werk ik dertig tot veertig uur aan de wagen. De weken daarvoor zo’n tien uur”, zegt Eveline. „De zomermaanden zit je hier. Hier klets je met vriendinnen, het is gezellig.” Eveline heeft maar één klasgenoot die niets met het corso heeft, Babette twee. Er is ook een corsohater die de vlaggen steelt die Zundertenaren buiten hangen om hun buurtschap aan te moedigen, weten ze. „Echt triest”, vindt Eveline.

De avonden zijn het domein van de – veelal jonge - ’bouwers’; de ochtenden en middagen van de oudere ’plukkers’. Frans Pemen graast met twee handen de dahliaplanten af. In een oogopslag heeft hij gezien welke bloemen klaar zijn voor de pluk. Een vloeiende beweging laat tien tot vijftien bloemen in zijn handpalmen verdwijnen. Daarna schudt hij ze leeg boven een emmer. Pemen heeft zijn vrienden in de ’harde kern’ van zo’n tien man, die het veld verzorgt vanaf het moment dat de bollen in februari de grond ingaan tot de laatste bloemenoogst in oktober.

Vroeger hadden de buurtschappen nog geen eigen bollenvelden, herinnert Pemen zich. Ze waren aangewezen op boeren. „Vlak na de oorlog had Jan van den Ouweland al vroeg in het jaar bloemen geregeld voor zijn buurtschap. Hij verkocht manufacturen, dus hij kwam bij al die boeren thuis. Voor de andere buurtschappen was niets meer over.”

De slimme textielhandelaar had ’geen vrienden gemaakt’ in de rest van het dorp. De rivaliteit was groot: wagens in aanbouw werden angstvallig verborgen gehouden voor ’buitenbuurters’ als die bijvoorbeeld bloemen kwamen ruilen. Nu getuigt het juist van goed fatsoen om af en toe te kijken in andermans bouwtent.

Omdat je zo vaak kunt oogsten van een dahliaveld, bestaat er een levendige handel tussen de verschillende corso’s. In de weken voor en na het Zundertse corso stromen kisten dahlia’s Zundert uit, in de corsoweek stromen dahlia’s van elders het dorp in. Ook ruilen de Zundertse buurten onderling. „Het is een vorm van beleggen”, zegt René Jochems, terwijl hij over een veld met de witte ’Eveline 1315’ uitkijkt.

Jochems, in het dagelijks leven facilitair medewerker, is bloemenman van het buurtschap Markt. Hij maakt jaarlijks de inschatting welke kleuren geplant moeten worden. Hij kiest deels strategisch. „Je weet ongeveer van welke soorten er ieder jaar op andere plaatsen te weinig zijn, zoals die lichtgele ’Netty’ daar. Je moet een beetje sjacheren, handelsgeest hebben. Er gaan behoorlijke bedragen in om, en wij willen natuurlijk zoveel mogelijk verkopen.” Jochems komt zeker drie keer per week kijken op het veld. Dat stelt niets voor vergeleken met de tijd die anderen in het corso steken, zegt hij. „Je moet eens weten hoeveel relaties er kapot gegaan zijn door het corso”, lacht hij.

In de tent van buurtschap Laer-Akkermolen gaat ontwerper Steven van Erck voor op de steigertrap. Hij leerde zijn vriendin kennen in de bouwtent, vertelt hij. „Zij is wat minder fanatiek dan ik.” Of ze veel over het corso praten? „Juist niet”, grijnst Van Erck. Op straat, in de supermarkt en in het café praat Zundert namelijk al over niets anders. Na de vraag ’Hoe is het?’ volgt volgens Van Erck steevast ’En hoe staat het met de wagen?’

De bouwtent van het buurtschap kan aan de zijkant open, zodat er goed zicht is op de metershoge zwevende ’boeienkoning’ die in een wanhoopspoging naar een zwevende sleutel voor zijn neus grijpt. Een lastige constructie, die het niveau van de gemiddelde carnavals- of corsowagen ruimschoots overstijgt. Volgens corsokenners is dit de grote kanshebber voor de eerste prijs morgen. „Alleen in de maquette zit al drie maanden werk”, vertelt Van Erck. Rond zijn 16de begon hij als vaste ontwerper bij Laer-Akkermolen. Daarvoor maakte hij al schetsjes, die hij aan de oudere bouwers liet zien. Die reageerden enthousiast. „Elk buurtschap is zuinig op jonge creatievelingen. Dat zijn de ontwerpers waar ze later van afhankelijk zijn”, legt Van Erck uit. Het stimuleerde hem een studie tot grafisch vormgever te volgen in Antwerpen. Vaak kon hij zijn corso-ontwerpen als opdracht op school inleveren.

Het moeilijkste moment vindt Van Erck het ’tikken’, dat vandaag begint, op de dag voor het corso. Dan moeten in één dag tijd alle bloemen op de wagen worden aangebracht. Omdat alle handen nodig zijn, is het druk rond de corsowagens. „Dan moet je het echt loslaten”, zegt Van Erck. „Vaak denk ik ’Waarom doen ze dat nou zo?’, maar het is ondoenlijk om zo’n grote groep strak te houden.”

Bastiaansen schat in dat 5000 van de 20.000 Zundertenaren helpen bij de pluk, de bouw en de rest van het werk. Maar in het ’tikweekend’ voor het corso helpt vrijwel iedereen. „Wie niet van het corso houdt, ontvlucht het dorp.”

Tussen de bouwsteigers groeit de Zeeduivel. (Trouw)Beeld Maarten Hartman
De ongeschreven regel in Zundert luidt dat vooral levend materiaal gebruikt moet worden. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden