Wie neemt de Europese defensie serieus?

samenwerking | Op papier heeft de Europese Unie al jaren een gezamenlijk defensiebeleid, maar in de praktijk komt er weinig van terecht. Met Trump, Poetin en terreurgroep Islamitische Staat in het achterhoofd wagen de Europese regeringsleiders morgen een nieuwe poging.

Als ooit de tijd rijp was voor Europees defensiebeleid dan is het nu, lijkt de gedachte in Brussel. De voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker wijst herhaaldelijk op de dreiging van Rusland, Islamitische Staat en de mogelijkheid dat Donald Trump Europa straks niet via de Navo te hulp schiet. Juncker wil in de toekomst één Europees leger. Maar het EU-verdrag spreekt al sinds de jaren negentig van een gezamenlijk militair beleid. Tot nu toe heeft dat weinig opgeleverd. De vraag is of daar verandering in komt.

Morgen praten Europese regeringsleiders over alle plannen die de Commissie de afgelopen maanden heeft gepresenteerd: vaker in kleine groepjes van bereidwillige landen intensief samenwerken, de oprichting van een Europees hoofdkwartier voor trainingsmissies in zwakke staten, en betere samenwerking tussen de Navo en de EU. De Commissie wil in de toekomst ook vijfhonderd miljoen euro per jaar uittrekken voor onderzoek naar nieuwe wapens, en vraagt landen om jaarlijks voor vijf miljard euro gezamenlijk wapens te kopen via een vanuit Brussel gecoördineerd fonds.

De Ierse politicoloog Daniel Keohane, werkzaam aan de universiteit van Zürich, is hoopvol dat de plannen iets opleveren. "Ik schrijf al sinds de jaren negentig over Europees defensiebeleid. Toen lagen er voorstellen op tafel die erg ambitieus klonken, zoals de wens om in korte tijd een legermacht van 60.000 militairen onder EU-vlag op de been te kunnen brengen. Dat heeft weinig opgeleverd. De huidige plannen zijn pragmatischer."

Volgens Keohane probeert de EU dit keer het defensiebeleid van de lidstaten op een concrete manier te helpen. Europese landen geven bijvoorbeeld weinig geld uit aan onderzoek naar nieuwe wapens, en militaire bedrijven waren in het verleden uitgesloten van EU-fondsen voor innovatie. Met specifieke kennis van industriebeleid kan de Commissie groepjes landen adviseren die samen wapens willen ontwikkelen.

Onrust stoken

Als voorbeeld voor mogelijke samenwerking tussen de EU en de Navo wijst hij op een scenario waarin Rusland onrust zou willen stoken in de Baltische staten. Daartoe kan het Kremlin militairen inzetten, maar ook propaganda verspreiden of de energietoevoer afsluiten. Dan is de EU meer geschikt om te helpen dan de puur militaire Navo.

De Amerikaanse expert in veiligheidsstrategie Barry Posen, werkzaam aan het Massachusetts Institute of Technology in Boston, is aanzienlijk sceptischer over de plannen. Tien jaar geleden schreef hij nog een artikel waarin hij flinke verwachtingen had van het Europese defensiebeleid. De Europeanen wilden volgens hem voorkomen dat zij altijd afhankelijk zijn van Washington, omdat ze zelf geen militaire operaties kunnen uitvoeren. 'De laatste tijd volg ik de Europeanen wat minder. Ik werd moe van al die plannen die nergens toe leiden', is zijn eerste reactie.

Ook over de nieuwe voorstellen is hij weinig enthousiast. "Europese landen zijn gewend geraakt aan het denken in processen. Ze organiseren een vergadering, komen een actieplan overeen, en schrijven evaluaties. Zulke termen zie ik ook overal in de nieuwste plannen staan. Wie neemt dit serieus? De Russen niet, de Amerikanen niet, en jihadisten niet. De Europeanen houden vooral zichzelf voor de gek."

Als voorbeeld noemt Posen de lijst wapens die Europese landen in de toekomst gezamenlijk willen ontwikkelen en aanschaffen, zoals vliegtuigen voor transport, bijtanken van straaljagers en verkenningen. "Diezelfde lijst lag er tien jaar geleden ook. In de tussentijd is er niets gebeurd. Als je een bepaald soort vliegtuigen wilt hebben, moet je op een gegeven moment gewoon de portemonnee trekken. Het maakt niet uit of je ze koopt met een klein groepje landen, via de EU of via de Navo."

Winst door samenwerking

De Europese Commissie en veel landen zeggen juist dat zij via samenwerking geld kunnen vrijmaken voor nieuwe wapens. De Commissie beweert dat er jaarlijks tientallen miljarden euro's verloren gaan door versnipperd beleid. Als niet langer ieder land zijn eigen type pantserwagen of marineschip heeft, kunnen de kosten voor aanschaf en onderhoud bijvoorbeeld flink omlaag.

Posen gelooft daar weinig van. "Het beeld van extreme versplintering klopt niet. Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Italië geven bijna al het geld uit. Dan doen Spanje, Nederland en Polen nog iets. De uitgaven van de andere landen zijn zo gering dat samenwerking daar weinig winst oplevert."

Posen denk ook niet dat samenwerking bij de ontwikkeling van nieuwe wapens veel geld uitspaart. Hij wijst op het voorbeeld van de NH90-helikopter. Een tiental Europese landen, waaronder Nederland, heeft deze helikopter samen ontwikkeld. Ieder land heeft eigen ideeën over wat het toestel moet kunnen en wil dat zijn bedrijven meedoen aan de productie. Het razend ingewikkelde project lijdt onder kostenoverschrijdingen en technische mankementen. Een ander voorbeeld: het Europese Airbus produceert goede vliegtuigen voor bijtanken in de lucht, zegt Posen, maar luchtmachten hebben nog steeds weinig tankvliegtuigen. "De oorzaak is dat regeringen er geen geld aan willen uitgeven. Met wel of niet samenwerken heeft dat niet zoveel te maken."

Hoewel Keohane positiever is over de meest recente Europese plannen deelt hij de kritiek dat er meer geld nodig is. De Commissievoorstellen zijn volgens hem vooral een hulpmiddel als landen daadwerkelijk hun defensiebudget verhogen en dat via samenwerking zo efficiënt mogelijk willen uitgeven. Hij vreest dat de Europese Commissie te hoog van de toren blaast en daarmee de eigen plannen schaadt. Voorzitter Juncker benadrukt bijvoorbeeld dat het niet om een stel losse voorstellen gaat, maar dat er sprake is van een 'defensie-unie'.

Keohane: "Bij de term defensie-unie beginnen veel mensen zich te verzetten, omdat het lijkt alsof de landen macht verliezen. Daarnaast creëer je te hoge verwachtingen van wat Brussel kan doen. Dat leidt af van de verantwoordelijkheid die de landen zelf hebben om hun defensiebudget te verhogen en beter samen te werken."

Kleine groepjes landen

Toch hangt boven de voorstellen van de Commissie de vraag of ze uiteindelijk tot één Europees leger leiden. Niet alleen Juncker spreekt zich daarvoor uit. Ook de Duitse defensieminister Ursula von der Leyen heeft gezegd dat zij dit als einddoel van alle samenwerkingsplannen ziet. In Nederland is minister van defensie Jeanine Hennis sceptischer. Zij wil vooral dat landen in kleine groepjes samenwerken en zelf de teugels in handen houden.

Een voorbeeld daarvan is de samenwerking tussen de Belgische en Nederlandse marine. Beide landen beschikken over dezelfde soort mijnenjagers en fregatten. België onderhoudt alle mijnenjagers en Nederland alle fregatten. Als de schepen over tien jaar verouderd zijn, willen Den Haag en Brussel samen nieuwe kopen.

Keohane denkt dat de Europese samenwerking de kant op gaat die Hennis voor ogen heeft. "Gelukkig spreekt Von der Leyen de laatste tijd niet meer over een Europees leger. Zij begrijpt hoe gevoelig die term in Londen ligt. Uiteindelijk willen de Duitsers en de Fransen ook na Brexit met de Britten militair blijven samenwerken. Voor Juncker ligt het anders. Hij ziet defensiesamenwerking eerder als een manier om de Europese eenwording dichterbij te brengen, dan als een manier om het veiligheidsbeleid van de landen te verbeteren."

De betrokkenheid van Londen blijft volgens Keohane komende jaren cruciaal. Groot-Brittannië en Frankrijk zijn de enige Europese landen die militaire operaties willen en kunnen leiden. Andere EU-leden zijn eraan gewend pas een bijdrage aan missies te leveren als iemand anders het voortouw neemt.

Mocht Trump ooit de stekker uit de Navo trekken, dan blijft Groot-Brittannië nodig voor een collectieve verdediging van Europa, aldus Keohane. Het land heeft het grootste defensiebudget en beschikt net als Frankrijk over kernwapens. EU-leden als Zweden, Finland en Oostenrijk zullen andere landen sowieso niet te hulp schieten, omdat zij een neutraliteitspolitiek voeren. Keohane: "De EU kan de Navo niet vervangen. Als alternatief zou je een nieuwe, Europese versie van de Navo moeten oprichten waar de Britten bijhoren."

Meer geld uitgeven

Ook Posen ziet de Europeanen niet buiten de Navo om aan één EU-leger werken. Om niet langer afhankelijk van de Verenigde Staten te zijn, zouden Europese landen flink meer geld aan hun krijgsmachten moeten uitgeven. De afgelopen jaren hielden zij het bij een einde aan verdere bezuinigingen, maar extra budget kwam er nauwelijks. En dat ondanks de dreigingen van Islamitische Staat en Vladimir Poetin, en herhaaldelijke klachten uit Washington over een oneerlijke lastenverdeling binnen de Navo, zegt Posen.

De wetenschapper vermoedt dat de Europeanen erop rekenen dat het uiteindelijk allemaal wel meevalt met Trump. De nieuwe president wil het leger flink versterken. In zijn ploeg van beoogde adviseurs en ministers zitten bovendien mensen die in het verleden bij de Navo hebben gewerkt. Waarschijnlijk blijver er dus wel Amerikaanse militairen beschikbaar om via het bondgenootschap Europa te helpen.

Posen: "Een hele generatie Europese politici en beleidsmakers is eraan gewend geraakt om net genoeg te doen om de Amerikanen tevreden te houden. Als Washington klaagt over een oneerlijke verdeling van de lasten, lanceren de Europeanen wat plannen en initiatieven die vooral niet teveel kosten, maar wel de aandacht afleiden."

Als de Europeanen zichzelf willen verdedigen, moeten ze volgens Posen eerst die houding veranderen. "Europeanen moeten weer leren om dreigingen te analyseren en zich voldoende te wapenen. Als je echt bang bent voor Rusland, dan moet je altijd een paar brigades van enkele duizenden militairen met zware wapens paraat hebben om naar Polen te sturen. Maar zeker Duitsland wil daar gewoon geen geld aan uitgeven. Tegen zulke onwil kan geen samenwerkingsplan op."

Hij voegt eraan toe dat hij geen uitgesproken havik is. "Straks denken de lezers nog dat er een of andere gek aan het woord is. In de Verenigde Staten betoog ik juist dat de uitgaven voor defensie omlaag kunnen. Wij gaan te veel militaire avonturen aan. Maar Europa is het andere uiterste. Ik denk niet dat Poetin de Baltische staten gaat binnenvallen, maar je wilt ook niet dat een zwakke verdediging hem in de verleiding brengt.

Europese politici zouden hun kiezers moeten vertellen wat de veiligheidsrisico's zijn en dat Amerikaanse hulp misschien niet langer gegarandeerd is. Dus moet je niet meer vergaderen in Brussel maar meer aan defensie uitgeven. Dat betekent hogere belastingen of lagere subsidies. Dat is een noodzakelijk kwaad om de grenzen te kunnen verdedigen."

'Europeanen moeten niet meer gaan vergaderen in Brussel, maar meer uitgeven aan defensie'

De hoogste militaiteren van de Europese lidstaten kwamen op 8 november bij elkaar in Brussel. foto EPA

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden