Wie mag er straks nog voor de klas?

Jonge leerkrachten konden niet hoofdrekenen, maakten spelfouten en hun algemene kennis liet te wensen over. Wat is er op de pabo veranderd sinds de invoering van de taal- en rekentoetsen? Trouw liep een week mee op de pabo van de Hanzehogeschool Groningen. Deel 1 van een tweeluik.

Wat gaat er mis bij een kind dat de b en de d door elkaar haalt? Wat loopt er fout als Sacha uit groep drie 'r-aa-m' spelt en concludeert: 'maar'? Aletta Kwant, docent Nederlands, kijkt vragend het lokaal in. Een deel van de twaalf tweedejaars-pabostudenten kijkt glazig terug. "Weet je hoe vroeg het was vanochtend?!", fluistert er één tegen zijn buurman.

De aankomende basisschoolleerkrachten krijgen vandaag voor de vierde keer college over 'aanvankelijk lezen'. Oftewel: hoe leren zesjarigen lezen, wat kan daarbij misgaan en hoe zet je een kind weer op het goede spoor. Kwant bespreekt begrippen als 'auditieve discriminatie', 'visuele analyse' en 'spatieel ordenen'.

"Voor een zesjarige is het niet vanzelfsprekend dat je van links naar rechts leest", vertelt Kwant. "Al bij de kleuters moet je laten zien hoe wij lezen. Als je ooit in groep 3 voor de klas staat, bedenk dan dat verschillende dingen fout kunnen gaan."

Hier, in de Brugsmaborg van de Hanzehogeschool Groningen, wordt de basisschoolleerkracht van de toekomst klaargestoomd. In tegenstelling tot haar voorgangers moet zij als ze straks voor de klas staat een kei zijn in taal en rekenen. De kwaliteit van het onderwijs wordt immers bepaald door het niveau van de docent, blijkt uit allerlei onderzoeken.

En dat niveau moet dringend omhoog. Ouders klaagden afgelopen jaren steen en been: juf kon niet hoofdrekenen, meester maakte spelfouten in rapporten. De opleidingen tot basisschoolleerkracht waren veredelde knutselacademies, waar je als student altijd nog terechtkon als iets anders niet lukte. Het is misschien een wat te gechargeerd beeld, maar de pabo's waren bepaald niet de paradepaardjes van het hbo.

"De kritiek dat het niveau van afgestudeerden te wensen overliet, was terecht", zegt Peta de Vries, pabo-directeur van de Hanzehogeschool Groningen. "De opleiding was niet meer van deze tijd. We hechten nu meer waarde aan rekenen en taal, dus moeten leerkrachten didactiek die vakken ook beter beheersen." Eind jaren negentig van de vorige eeuw was de situatie heel anders, zegt De Vries. "Er waren grote tekorten. Snel veel leerkrachten opleiden stond centraal. Het toenmalige kabinet vroeg ons om mbo-3-scholieren bij voorkeur in drie jaar klaar te stomen. Het ging toen om aantallen: de inhoud werd daaraan aangepast. Maar die tijd ligt ver achter ons", haast ze zich te zeggen. "Het curriculum werd verzwaard en we hebben al jaren taal- en rekentoetsen."

In Groningen werd het regime drie jaar geleden opnieuw flink aangescherpt. Het hele curriculum ging op de schop: studenten krijgen sindsdien drie keer zoveel rekenles en dubbel zoveel taal. (De laatste lichting 'oude stijl' krijgt op dit moment haar diploma). Vakken als muziek en drama werden flink gekortwiekt, projectonderwijs werd ingekrompen. De Vries: "De tijd van de knip- en-plak-academie ligt ver achter ons."

Sinds afgelopen collegejaar moeten pabo-studenten in het eerste jaar bovendien niet alleen een reken- en taaltoets halen, maar worden ze ook getest op algemene kennis (aardrijkskunde, geschiedenis en natuur). De studenten hebben drie kansen om de toetsen te halen, daarna valt het doek.

De 190 eerstejaarsstudenten hadden er een zware kluif aan, de scores vielen tegen. De helft zakte bij de eerste poging door het ijs. Na een herkansing waren dat er nog steeds enkele tientallen. Docenten draaiden daarop een stoomcursus in elkaar. In twee avonden joegen ze de wereldgeschiedenis erdoorheen. Hetzelfde gebeurde voor aardrijkskunde (topografie en geografie) en natuur ('science').

Als het aan minister Jet Bussemaker van onderwijs ligt, zijn zulke cursussen straks niet meer nodig. Ze vindt dat pabo's te veel tijd kwijt zijn aan het bijspijkeren van studenten. Hiaten op het gebied van taal en rekenen moeten straks (vanaf 2015) met toetsen in het voortgezet onderwijs en het mbo worden opgelost. Om de algemene kennis op te vijzelen denkt de bewindsvrouw erover om toelatingstoetsen in te voeren op het gebied van geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek. Bijvoorbeeld voor mbo'ers en havisten die in die vakken geen examen hebben gedaan.

Op de Hanzehogeschool zijn ze niet erg enthousiast over dat plan. Natuurlijk moeten studenten een goede basis hebben om aan de opleiding te beginnen, klinkt het in de gangen van de 'Brugsmaborg'. Er gaat inderdaad veel tijd zitten in het bijspijkeren, zeggen docenten. Maar hoe reëel is het om te verwachten dat mbo'ers al die toetsen halen in hun examenjaar, vlak voor ze aan de pabo beginnen?

"Stapelaars zijn vaak laatbloeiers, die moet je niet met toelatingstoetsen voor de poort de pas afsnijden", aldus De Vries. Ze vreest dat studenten zich zullen laten afschrikken, terwijl er 'heel goede aankomende leerkrachten' tussenzitten. "Ik hou mijn hart vast. We moeten oppassen dat de wal het schip niet keert."

Pabo's worstelden afgelopen jaren met de grote niveauverschillen tussen studenten (grofweg een derde is afkomstig uit het mbo, ongeveer zestig procent van de havo en vijf procent van het vwo). "Je kunt je afvragen hoeveel tijd en energie het bijspijkeren van een student waard is", zegt docente Renske Maandag, die een aantal sessies aardrijkskunde voor eerstejaars verzorgde. "Sommigen weten inderdaad weinig. Het is af en toe net als bij die reisprogramma's op tv. Ze vragen een Nederlandse toerist om zijn vakantiebestemming op de kaart aan te wijzen en dan zit zo'n man er gerust tienduizend kilometer naast. Alleen is het verschil dat die meestal niet voor de klas staat, en mijn studenten straks wel."

Die roep om meer algemene kennis levert dilemma's op, zegt De Vries. "We verwachten wel heel veel van zeventien- en achttienjarigen. Studenten zijn nog hartstikke jong als ze hier komen. Ze lezen vaak geen kranten, maar moeten straks wel lesgeven in burgerschap. Ik durf niet eens te zeggen dat al onze studenten in hun vrije tijd wel eens een boek lezen."

Het zijn nog studenten, zegt ze. Ze gaan uit, komen niet altijd opdagen bij college en steken alle resterende energie in hun stage. "Die nemen ze heel serieus, daar kunnen ze door de mand vallen. Ze voelen zich verantwoordelijk voor hun klas." Ze sluit niet uit dat de eerstejaars te gemakkelijk over de entreetoets hebben gedacht. Van de taal- en rekentoets is onder studenten inmiddels genoeglijk bekend dat ze zich erop moeten voorbereiden. Dat zal met deze toets ook gebeuren.

Het eerste studiejaar fungeert voor studenten ook als een soort overgangsjaar, zeggen ze in Groningen. Bijna de helft, 45 procent, valt af, door uiteenlopende oorzaken: geen motivatie, verkeerde verwachtingen, te weinig studiepunten gehaald, een mislukte stage of een combinatie daarvan. Eén op de tien sneuvelt puur op de entreetoetsen.

Die groep studenten moet je ook echt niet willen hebben, zegt wiskundedocent Dirk de Vries. Soms levert dat sneue taferelen op: studenten die hemel en aarde bewegen om het rekenen onder de knie te krijgen. "Maar als je bijles nodig hebt om wiskunde op groep 8+-niveau te beheersen, heb je hier niets te zoeken." Studenten moeten het vak zo goed beheersen dat ze hun energie kunnen steken in het overbrengen van de stof, zegt hij.

Wie denkt zijn gebrek aan wiskundig inzicht te kunnen compenseren met talent voor klassenmanagement, is in Groningen aan het verkeerde adres, beaamt directeur Peta de Vries. "Ze moeten boven de stof staan. Ze krijgen straks een diploma waarmee ze in alle leerjaren in het basisonderwijs mogen lesgeven, dus ook in de bovenbouw." Veel van de huidige studenten zullen vanwege de krappe arbeidsmarkt bovendien als invaldocent beginnen.

Tweedejaarsstudenten die tussen hun colleges in glazen studiehokken aan opdrachten werken, vinden hun opleiding 'behoorlijk pittig'. "Ik zit qua niveau tussen mbo en hbo in", verklaart Sietske (20). "We moeten heel veel doen", zegt Léon (21). "Het is niet moeilijk, maar we hebben zo veel tentamens, dat je moet kiezen waar je je aandacht op richt. Anders haal je overal een 5 voor", zegt Melanie. Het niveau van de lessen Nederlands en wiskunde ligt behoorlijk hoog, vindt Esther (21). Natuurlijk moet je als leerkracht boven de stof staan. Maar hoe erg is het als je niet goed bent in wiskunde als je toch nooit in groep acht wil lesgeven?, vraagt ze zich af. Ze krijgt bijval van haar medestudenten.

Niet alle pabo's leggen overigens zoveel nadruk op Nederlands en wiskunde. Zijn ze in Groningen niet erg streng? Elsje Huij, kunstdocente en voorzitter van de examencommissie vindt van niet.

"De maatschappij is strenger geworden, wij zijn strenger geworden. We hadden lagere eisen en verwachtingen. We dachten soms: ja maar, dat kunnen ze niet. Gevolg was dat we taalfouten vonden in scripties."

Natuurlijk is het jammer dat haar vakgebied heeft moeten inleveren, maar de tijd is beperkt. "We hebben gekeken: wat heeft het werkveld in deze tijd nodig? We hadden kunnen kiezen om prachtig veel handvaardigheid en muziek te geven. Maar dan hadden we onze studenten niet geholpen. Met je eigen hobby win je de oorlog niet", zegt Huij.

"Vroeger deed je de truc van het lesgeven voor, dat probeerde je erin te stampen. Nu moeten leerkrachten Cito-scores kunnen interpreteren, ze moeten zelf onderwijs kunnen maken voor leerlingen met verschillende niveaus en onderzoeken of dit werkt."

Onze maatschappelijke wensen zijn veranderd, vat Peta de Vries het samen. "In de jaren negentig moesten we mbo'ers in drie jaar klaarstomen vanwege grote tekorten, nu willen we de beste leerkrachten voor de klas."

Landelijke examens voor pabo-studenten
De afgelopen jaren zijn verschillende maatregelen genomen om het niveau van de ruim veertig pabo-opleidingen op te krikken. In 2005 werd voor eerstejaarsstudenten een taaltoets ingevoerd, in 2006 een rekentoets. In 2008 werden 'kennisbasissen' ontwikkeld, een overzicht van wat een afgestudeerde leerkracht zou moeten weten en kunnen van de vakken die hij geeft op de basisschool.

In het voorjaar van 2012 presenteerde een commissie onder leiding van oud-onderwijsinspecteur Heim Meijerink een reeks adviezen om de opleidingen verder te verbeteren. De commissie stelde voor om ook ingangstoetsen Engels, aardrijkskunde, geschiedenis, natuurkunde en biologie in te voeren. Daarnaast zouden verschillende kennisbasissen moeten worden getoetst in landelijke examens.

Volgend studiejaar worden voor het eerst zulke landelijke examens ingevoerd, op het gebied van Nederlands en wiskunde. Die zijn verplicht voor alle derdejaarsstudenten die in september 2011 of daarna aan de pabo zijn begonnen. Wie de toetsen over taal- en rekenonderwijs niet haalt, krijgt geen diploma, zelfs al heeft hij verder alle studiepunten gehaald.

Het is - vanwege de hoge kosten - nog onzeker of studenten op termijn ook landelijke toetsen moeten maken voor Engels, aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden