Wie mag er nog studeren?

Scholieren moeten steeds vaker solliciteren voor een studieplek, en ze moeten vroeger kiezen. Maar het is de vraag of dat beter werkt dan loten na het eindexamen.

Bart Holterman (17) uit Den Haag weet het zeker: hij wil na de zomervakantie "heel graag" de opleiding fysiotherapie gaan doen, aan de Hogeschool Leiden. Vorig jaar waren er 256 aanmeldingen voor deze studie, voor 170 plaatsen. Daarom heeft de hogeschool een selectieprocedure, die voor havisten bestaat uit een digitale motivatietest, een motivatiebrief en het maken van een toets op basis van drie verplichte colleges.

"Dat is natuurlijk minder chill dan automatische toelating", redeneert Holterman. Aan de andere kant vindt hij het eerlijker dan het lotingssysteem dat de opleiding vroeger hanteerde. "Stel dat er mensen zijn die niet zo gemotiveerd zijn en die dan toch ingeloot worden. Nu kan ik tenminste in de brief uitleggen dat ik het echt graag wil."

Komende vrijdag begint het selectieseizoen in het hoger onderwijs weer. Dan zijn de eerste deadlines voor de selectieprocedures van opleidingen als biomedische wetenschappen, geneeskunde of lucht- en ruimtevaarttechniek. In de maanden daarna selecteren opleidingen als chemie, verpleegkunde en sociaalpedagogische hulpverlening hun studenten.

Sinds 2011, toen een nieuwe onderwijswet opleidingen meer vrijheid gaf om te selecteren, is het gewoon geworden om te solliciteren voor een studieplek. Opleidingen verruilen bovendien steeds vaker het ouderwetse loten voor een plek met selectie.

Dit studiejaar zijn er 172 bacheloropleidingen op universiteiten en hogescholen die selecteren, meldt Duo, de uitvoeringsorganisatie van het Rijk voor het onderwijs. Aan hogescholen selecteert al 21 procent van de bacheloropleidingen de eigen studenten. Op universiteiten gaat het om 15 procent van de bacheloropleidingen. Vanaf het studiejaar 2017-2018 wordt zelfs de loting afgeschaft, dan is selectie de norm voor opleidingen met een numerus fixus.

Opleidingen mogen nu al selecteren als ze de grote toestroom van studenten niet aankunnen. Ze zijn vrij om de procedures vorm te geven, zolang ze maar minstens twee verschillende selectiecriteria combineren. Dat kunnen bijvoorbeeld een motivatiebrief en een toelatingsgesprek zijn.

Maar vallen scholieren die thuis geen hulp krijgen bij een motivatiebrief niet onterecht af? Als alleen slimme blonde mannen bij geneeskunde door de selectie komen, laat je die dan allemaal toe? En als alleen nog maar 'de beste' studenten worden toegelaten, wat betekent dat dan voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs?

Vlak voor de Kerst publiceerde de onderwijsinspectie voor het eerst een breed onderzoek naar de gevolgen van de toename van selectie in de afgelopen jaren. Daaruit blijkt dat selectie als iets positiefs wordt ervaren op universiteiten en hogescholen. Volgens de ondervraagde onderwijsinstellingen zijn studiesucces en onderwijskwaliteit groter.

Toegankelijkheid

Het onderzoek toont ook andere gevolgen. Selectie leidt tot een verschuiving van studentenstromen in het onderwijs. Bepaalde groepen studenten vallen vaker af voor selectie-opleidingen, zoals niet-westerse allochtonen, studenten met lagere eindexamencijfers en studenten met een mbo-opleiding. De verschuivingen zijn niet groot, maar 'vereisen alertheid', schrijft het kabinet in een reactie op het onderzoek. "De toegankelijkheid van meer selectieve opleidingen in het hoger onderwijs moet gewaarborgd blijven."

De inspectie vergeleek de samenstelling van de studentenpopulatie voor en na de invoering van selectiemaatregelen. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat hbo-opleidingen die selecteren voor 14 procent uit niet-westerse allochtone studenten bestaan. Voor invoering van de selectie was dat 16 procent. Op universitaire bacheloropleidingen nam het percentage studenten die lager dan een 7 halen op hun eindexamen af van 34 naar 31 procent, en het percentage mannen van 49 naar 46 procent.

De algemene toegankelijkheid is niet in het geding, vindt de inspectie, want deze groepen studenten blijven in het hoger onderwijs. Maar waarom komen ze moeilijker door de selectie heen? Als het gaat om niet-westerse allochtonen zijn redenen diffuus. Bekend is dat zij lagere eindexamencijfers halen. Maar mogelijk werkt de selectie ook afschrikwekkend, melden onderwijsinstellingen in het inspectieonderzoek, en kiezen met name eerste generatiestudenten er minder snel voor om mee te doen aan een selectie.

"In dit systeem worden altijd studenten onterecht niet toegelaten", zegt Theo Wubbels, hoogleraar Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft een duidelijke mening over de huidige selectiemaatregelen in het hoger onderwijs. "Zonde van de tijd en zonde van het geld", vindt hij. Universiteiten en hogescholen selecteren volgens hem de studenten die de beste uitgangspositie hebben in de maatschappij, die het best zijn opgewassen tegen motivatietesten en assessments. Motivatie kan je in theorie bluffen, en kennis zegt volgens hem ook weinig over het potentieel van een student.

Er is volgens Wubbels "nauwelijks wetenschappelijk bewijs" dat selectie op basis van bijvoorbeeld motivatiebrieven ook daadwerkelijk de beste studenten voortbrengt. Als er dan toch geselecteerd moet worden, vindt Wubbels eindexamencijfers een "niet heel slechte voorspeller". Een week proefstuderen is de beste maatstaf, zegt hij. Studenten krijgen een week lang college, doen huiswerk en maken een tentamen. Deze methode werkt volgens Wubbels omdat de inzet van studenten wordt getest. Utrecht deed er onderzoek naar, waaruit bleek dat na de invoering van het proefstuderen studenten minder vaak uitvallen, vaker hun bachelor in vier jaar afronden en iets hogere cijfers halen.

Overigens hebben alle studenten die aan een opleiding in het hoger onderwijs beginnen sinds 2014 het recht op 'studiekeuze-activiteiten'. Om studie-uitval te voorkomen helpen opleidingen hen een beter beeld van een studie te krijgen, bijvoorbeeld door proefhuiswerk te maken. Matching, wordt het ook wel genoemd. Deze matching is soms verplicht, en dan krijgt de student na afloop studieadvies, dat niet bindend is. De keuze blijft dus aan de student.

Waarom wordt decentrale selectie niet vaker vervangen door matching? Dat vraagt studentenvertegenwoordiging ISO zich af. Volgens Linde de Nie, voorzitter van ISO, zijn de onderwijsinstellingen op dit moment aan het experimenteren met selectie, en worden studenten die onterecht afvallen daar de dupe van. De Nie weet dat opleidingen soms niet om selectie heen kunnen, maar als het dan toch echt nodig is, pleit ze voor veel betere voorlichting op middelbare scholen.

Positieve effecten

De opdracht aan onderwijsinstellingen om te selecteren is ingewikkeld, zegt ook de VSNU, de vereniging van universiteiten. Maar loting wordt politiek en maatschappelijk volgens de vereniging op dit moment gezien als oneerlijk. "Het is lastig om studiesucces te voorspellen", zegt ook woordvoerder Simone de Bruijn, maar ze ziet wel degelijk positieve effecten van selectie en matching. "Onderzoek laat zien dat studenten die bij hun inschrijving zijn beoordeeld op hun geschiktheid voor de studie, beduidend minder van studie wisselen en minder snel studievertraging oplopen."

Een succesvoorbeeld van een goede selectieprocedure lijkt de geneeskundeopleiding in Rotterdam. Onderzoek wijst uit dat geselecteerde studenten twee tot drie keer minder uitvallen. Daarnaast doen ze het beter in de klinische praktijk, en halen ze hogere cijfers tijdens de co-schappen. De opleiding let op drie dingen: de eindexamencijfers, de academische studievaardigheden en de buitenschoolse activiteiten van de kandidaten. En daarnaast stelt de opleiding, als een van de weinigen, diversiteit als speerpunt.

Aankomend studenten op de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Welke systemen bestaan er voor toelating?

Numerus fixus: het instellen van een maximum aantal studenten dat wordt toegelaten tot een opleiding. Opleidingen mogen een fixus aanvragen om bijvoorbeeld de kwaliteit van een studie hoog te houden of vanwege een tekort aan stageplekken.

Decentrale selectie: opleidingen met een numerus fixus bepalen zelf welk type student bij ze past. Ze laten studenten toe op basis van selectiecriteria zoals: eindexamencijfers, motivatiebrieven, assessments, toelatingsgesprekken of proefhuiswerk.

Gewogen loting: het toelaten van studenten tot een fixusopleiding op basis van een loting. Vanaf studiejaar 2017-2018 wordt de loting afgeschaft.

Matching of studiekeuzeactiviteiten: een universiteit of hogeschool helpt de student een goed beeld te vormen van een opleiding, bijvoorbeeld door een studiekeuzegesprek aan te bieden. Studieadvies op basis van matching is niet bindend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden