’Wie maar één identiteit heeft, is een fascist’

Elias Khoury, op bezoek in Nederland: 'Waarom is er door Palestijnen zo weinig over de nakba geschreven' Het antwoord ligt in het trauma. Het trauma slaat je met stomheid.' (FOTO EPA) Beeld EPA

Elias Khoury is een Libanese schrijver die ervoor kiest zich Palestijn te noemen. Hij had ook Jood kunnen zijn, zegt hij. „Identiteit is: identificeren met.”

Elias Khoury legde dertien jaar geleden de laatste hand aan zijn roman ’Poort van de zon’, een kolkende stroom van verhalen over de Palestijnse geschiedenis sinds 1948. Het boek, dat werd onderscheiden met de Palestijnse Literatuurprijs, vond ook buiten de Arabische wereld veel weerklank: de Israëlische krant Haaretz sprak van ’een adembenemend epos’, het Franse Le Monde roemde de roman als ’een veelstemmig monument’, The New York Times loofde Khoury’s ’uitzonderlijke compassie’. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling (op 18 september besproken in Trouw) en andere vertalingen staan op stapel: Turks, Chinees en Malamayan – voor de lezers in Zuid-India.

Voor Khoury betekent een nieuwe vertaling vaak een nieuwe kennismaking met zijn eigen werk – hij moet voorlezen, interviews geven, opvoeringen bijwonen – en hoewel hij zegt ’als alle schrijvers’ niet graag zijn eigen boeken te lezen, treft hem steeds weer ’de heel speciale relatie’ die hij heeft met deze roman. „Als ik hoor hoe er uit voorgedragen wordt, vult dat me nog vaak met emotie”, zegt de schrijver in een hotel in Den Haag, waar hij was vanwege het Crossing Border Festival. „Misschien is het ook omdat de karakters hun eigen, onafhankelijke leven zijn gaan leiden. Het voelt alsof ze hun eigen bestaan hebben gekregen.”

En dan vertelt Khoury een verhaal, want hij is een man van verhalen. „Ik nam eens deel aan een debat in Parijs en daar was een oudere dame. Waar ze vandaan kwam, weet ik niet. Aan het einde van de bijeenkomst stak ze haar hand op. ’U kent Nahiela natuurlijk goed’, zei ze, refererend aan een van de karakters in het boek. ’Dus vertel ons wat meer over haar.’ ’Maar dit is een fictief persoon’, zei ik. ’Kom op’, zei de dame, ’vertel’. ’Als ik deze vrouw echt had ontmoet’, zei ik, ’was ik met haar getrouwd in plaats van over haar te schrijven’. Iedereen lachte, maar de dame werd kwaad en achtervolgde me na afloop tot op de gang: ’Tussen ons tweeën, vertel me: wie is Nahiela.’ Toen ik bleef volhouden dat Nahiela slechts een romanfiguur was, noemde ze me een leugenaar en vertrok. Dit is het mooiste compliment dat ik in mijn hele loopbaan heb gekregen. Deze dame geloofde mijn karakters meer dan mijzelf.”

Het vertellen van verhalen is het leven zelf, zegt Khoury, niet de weerslag ervan, niet de reflectie, het leven zelf. „Dat is wat we doen: verhalen vertellen. Als we elkaar geen verhalen meer vertellen, zijn we dood voor elkaar.”

Zo gaat het in ’Poort van de zon’ om de verhalen van de Palestijnen die in 1948, bij de stichting van Israël, uit hun huizen worden gedreven en beginnen aan een ballingschap die voortduurt tot de dag van vandaag. „Wat belangrijk is, wat heilig is, zijn de mensen. Niet het vaderland, niet Palestina, niet de historie, maar de mensen en hun verhalen. De Palestijnen die mij hun geschiedenissen hebben verteld, hebben me geleerd wat de werkelijke arena is van de literatuur: de herinnering en de verbeelding van mensen.”

Khoury wilde een liefdesverhaal schrijven, zegt hij, het verhaal van Joenis en Nahiela die gescheiden zijn door de nakba, de ’ramp’, zoals de Palestijnen de gebeurtenissen van 1948 noemen. Nahiela is achtergebleven in haar dorp, Joenis, een strijder, is naar Libanon getrokken. Met gevaar voor zijn leven steekt hij de grens over om zijn vrouw te bezoeken in een grot nabij haar dorp – die grot, de ’poort van het zon’, is het ’enige bevrijde stukje Palestina’. Khoury ontdekte dat hij, om het verhaal van deze twee mensen te kunnen vertellen, veel meer verhalen nodig had, die van helden en lafaards, strijders en verraders, joden en Palestijnen, grootouders en kleinkinderen, blinde imams en profetische vrouwen, slachtoffers en daders – tot hij de chroniqueur bleek te zijn geworden van de eigentijdse Palestijnse geschiedenis. Terwijl hij, in 1948 geboren in Beiroet als zoon van Grieks-orthodoxe ouders, zelf geen Palestijn is. Hij is een Libanees. „Waarom is er door Palestijnen zo weinig over de nakba geschreven? Het antwoord ligt in het trauma. Het trauma slaat je met stomheid. Vergelijk het met de Holocaust. Voor degenen die daar doorheen waren gegaan, was het uiterst moeilijk erover te schrijven. En ik begrijp het gevoel dat ze hadden; dat er na de Holocaust geen reden meer was om literatuur te schrijven. Tegelijkertijd moet ik zeggen: Ik ben een Palestijn. Mijn ouders waren geen Palestijnen, maar ik ben het wel. Sinds mijn achttiende heb ik daarvoor gekozen, nadat ik was geconfronteerd met het lot van de Palestijnen in de kampen in Libanon en Jordanië. Gemakkelijk was mijn keuze niet, want ik kom uit een Libanees-christelijk milieu en de Libanese christenen staan niet bekend om hun liefde voor de Palestijnen.”

Maar kan dat, zelf kiezen voor een nationale of etnische identiteit? „Om te beginnen geloof ik niet dat identiteit zo belangrijk is. Ik ben tegen identiteit. Een persoon bestaat uit verschillende lagen. Wie maar één identiteit heeft, of denkt te hebben, is een fascist. De hele wereld is in de greep van het probleem van de identiteit, maar het is een vals probleem. Want er bestaat niet zoiets als één, pure, zuivere identiteit. Edward Saïd, een van de grootste pleitbezorgers van de Palestijnse zaak, zei: ’Ik ben de laatste jood’. Ik kende hem, ik weet dat hij oprecht was toen hij dat zei. Voor ons geldt: als de Joden de slachtoffers zijn, zijn wij Joden. Zijn de Palestijnen de slachtoffers, dan zijn wij Palestijnen. Zijn de Koerden de slachtoffers, dan zijn wij Koerden. Zijn het de moslims, dan zijn wij moslims. Onze identiteit is: identificeren met. Natuurlijk spelen de omstandigheden van onze geboorte een rol, maar vervolgens moeten we kiezen. Want de mens is vrij.”

Het idee van een onveranderlijke identiteit – persoonlijk, nationaal, religieus – heeft in de vorm van onderdrukkende ideologieën geresulteerd in grote catastrofes, zegt Khoury. „De climax was het nationaal-socialisme, met de waanzin van ras en natie, die leidde tot nou ja, we hebben gezien waar het toe leidde.”

Zoals het raadzaam is voor individuen zich bewust te zijn van de complexiteit, of zelfs de tegenstrijdigheid, van hun identiteit, zo geldt dat wat Khoury betreft ook voor volken en hun geschiedenis. Uit ’Poort van de zon’: ’Ik ben bang voor een geschiedenis die slechts één versie heeft. De geschiedenis heeft verschillende versies, maar wanneer ze verstolt tot één enkel verhaal, kan dat alleen tot de dood leiden.’

Is Israël een land met één versie van zijn geschiedenis? „Helaas, ja. Daar is één versie zeer dominant. Ter illustratie: in de Israëlische literatuur bestaan de Palestijnen niet.”

En de Palestijnen, beschikken die over meerdere versies van hun geschiedenis? „De Palestijnen maken een zeer moeilijke periode door in hun geschiedenis en in zulke omstandigheden valt men al snel terug op de ene versie. Op dit moment is dat die van de islamitische opleving en dat is het meest manifest bij Hamas. Maar ik begrijp waar het vandaan komt: de grote crisis in de Palestijnse samenleving door het wegvallen van elk perspectief op de twee-staten-oplossing, op vrede.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden