Wie loopt er onder de magische 2.10?

marathon - Drie Nederlanders proberen morgen in Rotterdam onder de 2.10 te lopen. Oud-lopers over die magische barrière.

Marti ten Kate snelt met zijn waggelende Donald Duck-loopje over de Coolsingel in april 1989. Omdat er dat jaar geen EK, WK of olympische kwalificatie is rent de marathonloper vrijuit, zonder kopzorgen. De atleet, op zijn hoofd de typische zonnebril met daaronder de enorme snor, loopt tijdens de marathon van Rotterdam in dat jaar ver onder zijn persoonlijke record. Als Ten Kate over de finish komt, ziet hij zijn razendsnelle tijd: 2.10.04.


Die tijd is anno 2017 in Nederland nog altijd de vierde snelste tijd ooit gelopen, en de beste tijd die een Nederlander ooit neerzette in Rotterdam. Dat verbaast Ten Kate, die gisteren tijdens de persconferentie voor de editie van morgen traditiegetrouw een eervolle vermelding kreeg.


Dertig jaar na dato zou er veel harder gelopen moeten worden in Nederland, vindt hij. "Ik had er toen een fulltime baan naast en nam zaken als voeding veel minder serieus dan atleten dat nu doen." Zijn recept voor succes in de jaren tachtig: hard trainen. Veel meer hield het volgens hem niet in. "Ik deed helemaal geen rompoefeningen om sterker te worden."


Internationaal is er wel vooruitgang. Het wereldrecord op de marathon is ten opzichte van de jaren tachtig (van 2.06.50 in 1989 naar het huidige 2.02.57) vier minuten sneller. "De Afrikaanse jongens zijn een stuk harder gegaan. Maar de Nederlanders zijn qua tijd nog niet heel erg opgeschoten. Het lijkt alsof we stil staan."


Morgen proberen Abdi Nageeye, Michel Butter en Khalid Choukoud een einde te maken aan die stilstand. Met de 'drie musketiers', zoals de mannen gekscherend worden genoemd, is er eindelijk weer een groepje lopers dat bij de Europese top hoort. Ze hebben alledrie de ambitie onder de 2.10 te lopen. De tot Nederlander genaturaliseerde Somaliër Nageeye gaat zelfs op jacht naar het Nederlandse record van 2.08.21, dat sinds 2007 op naam van Kamiel Maase staat.


In 1989 interesseerde het Ten Kate helemaal niet dat hij op vier honderdste na bijna onder de 2.10 was gedoken. Met tijden hield hij zich niet bezig. Marathonlegende Gerard Nijboer liep in 1980 in Amsterdam al 2.09.01, het Nederlandse record dat maar liefst 23 jaar stand hield tot Maase het in 2003 verbeterde.


De grens van 2.10 werd pas magisch genoemd nadat er een hoop atleten in de buurt kwamen die er nooit onder gingen. Ten Kate: "Bert van Vlaanderen, Luc Krotwaar en Greg van Hest liepen allemaal 2.10. Toen het steeds maar niet lukte om eronder te komen, nam die 2.10 ineens mythische proporties aan."


Voor Nijboer was de 2.09.01, een tijd die hij naar eigen zeggen 'per ongeluk' liep omdat hij halverwege hoorde dat een van de hazen te langzaam ging waardoor hij als een gek door liep, de opmars richting het historische olympisch zilver in Moskou in 1980.


In de jaren tachtig waren trainingen van 200 kilometer per week geen uitzondering voor Nijboer, die naast het lopen werkte bij een regionale zorginstelling. Zijn leven bestond uit werken en trainen.


De voormalig atleet denkt dat er bij de huidige generatie marathonlopers te veel tijd verloren gaat aan randzaken zoals activiteiten voor sponsoren. "Mijn sponsor vond het toen alleen belangrijk dat ik op de Olympische Spelen stond. Wat ik in die vier jaar er allemaal naast deed, zou hem een worst wezen."


Volgens Nijboer past marathonlopen niet meer bij de westerse samenleving, waar steeds meer verleidingen op de loer liggen. "We hebben tegenwoordig te veel kansen en luxe. Van luxe ga je niet harder lopen. De Kenianen hebben geen tv, ze leven ergens in de bush bush. Ze trainen, eten en slapen. Dat past niet in onze samenleving."


De drie Nederlandse toppers proberen die soberheid op te zoeken door zich af te zonderen in trainingskampen in Ethiopië en Kenia. Choukoud gaat vaak naar Marokko, waar zijn roots liggen. Nageeye, die op de Spelen in Rio een enorme prestatie neerzette met de elfde plek, heeft in de aanloop naar Rio een tijd in Kenia gezeten. Acht maanden lang kreeg hij hetzelfde voorgeschoteld: rijst met bonen. Om gek van te worden, zo saai. Nageeye werd er hard van.


Jonge talenten zien het volgens Nijboer niet zitten om tien jaar te investeren om goed te worden op de marathon; daar hebben ze het geduld niet meer voor. "Het risico dat je berooid thuis komt te zitten is groot, want er is voor Nederlanders amper geld mee te verdienen. Ze willen in korte tijd goed worden, maar dat gaat niet op de marathon. Je heb al die jaren nodig."


Kamiel Maase herkent het verhaal van zijn illustere voorganger. De houder van het Nederlandse record ziet dat er de laatste vijftien jaar minder interesse is voor de strijd over 42,195 kilometer, terwijl hardlopen als hobby wel steeds populairder wordt in Nederland.

Stilstand

Rotterdam verbreekt ieder jaar een record met het aantal inschrijvingen. De profs blijven achter. "Het is nog maar een klein groepje enthousiastelingen dat er vol voor gaat", zegt Maase. "Die stilstand zie je in heel Europa. Er is ook veel competitie met andere sporten waar kinderen tegenwoordig voor kiezen."


Het vooruitzicht op grote prijzen ziet er voor Nederlandse lopers tussen het Afrikaanse geweld volgens Maase niet spectaculair genoeg uit, omdat er op de WK niets te halen valt. Daarom zijn mensen niet meer bereid veel voor de sport op te offeren. "Bij mij heeft dat nooit gespeeld. Ik wist dat ik altijd tien Kenianen en vijf Ethiopiërs voor me had, maar ook dat ik 500 Kenianen achter me had. Ik heb daar altijd goed mee kunnen leven. Ik deed het puur voor mezelf."


Zijn enorme passie voor zijn sport zorgde ervoor dat Maase in 2003 het 23 jaar oude Nederlands record van Nijboer uit de boeken kon lopen. In 2007 scherpte hij de tijd in Amsterdam nog een keer aan. Samen met Butter en Nijboer is hij nog steeds de enige loper die onder de 2.10 kwam.


Zijn 2.08.21 van tien jaar geleden voelde als een grote overwinning na een periode van blessureleed. Op 36-jarige leeftijd kwam hij weer terug op zijn oude niveau. "De laatste twaalf kilometer liep ik op mijn tandvlees. Ik wilde toen zo ontzettend graag hard lopen en kreeg het moeilijker dan verwacht. Toen ik die tijd liep, viel er een enorme last van mijn schouders."


Het was zijn snelste race ooit, maar het voelde niet als zijn beste prestatie op de marathon, waar het parcours en de temperatuur grote invloed hebben op de tijden. Een zogenaamde 'magische' grens van een tijd onder de 2.10 zegt hem dan ook helemaal niets. Maase is het meest trots op een wedstrijd die hij in Japan liep.


Op aanraden van andere lopers reisde hij in het voorjaar van 2005 af naar Lake Biwa, omdat het er zo lekker koel zou zijn. De dag van de race was het echter snikheet met 25 graden. "Allerlei mensen hadden bezworen dat het zo'n fijne wedstrijd zou zijn, dat het parcours goed bij me paste. Maar ik liep daar af te zien in de felle zon."


Maase eindigde er als beste Europeaan achter de Afrikanen in een tijd van 2.12.40. Voor zijn gevoel een van de beste prestaties uit zijn carrière. Niemand keek er van op. "Zoiets was waarschijnlijk een klein berichtje in de kranten. Kamiel vijfde in Japan, leuk. Zo gaat dat."


Zo zie je maar weer: soms doet de tijd er niet toe. Het Nederlandse record in 1980 en het olympisch zilver dat daarop volgde van Nijboer vond hij zelf helemaal niet zo bijzonder. Trotser is hij op het Europees goud dat hij in Athene veroverde in 1982, waar hij onder barre omstandigheden met 35 graden met de druk als favoriet om moest gaan.


Het werd een bizarre race waarin hij stopte om een veter vast te maken, waarna hij alsnog naar de Europese titel greep. Zijn tijd: 2.15.16. Niet onder die 'magische' 2.10. Maar niet minder bijzonder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden