Wie kookt?

We kopen ons suf aan keukenapparatuur en kookboeken. Maar we doen er bar weinig mee.

De groeiende berg kookboeken en het toenemend aantal kookprogramma’s ten spijt, staan we steeds minder in de keuken. Het kost ons te veel tijd en kant-en-klaar-maaltijden zijn er inmiddels te kust en te keur, en zijn snel opgewarmd. En die smaak? Ach, het vult goed.

Degenen die nauwelijks nog koken en hun maaltijd met kant-en-klare ingrediënten uit een zakje, pakje of potje assembleren, staan tegenover de kookgekken, die bereid zijn om lang in de keuken te staan, alles willen weten van voeding en daar veel geld voor over hebben.

Er zijn er ook die door de week makkelijk doen en in het weekeinde stevig uitpakken. Maar dat zijn vaak niet de freaks. Dat zijn de modieuze volgers. Zij missen de echte drive. Ze kopen wel mooie ingrediënten en bereiden dat vaak met super-de-luxe keukenapparaten – geld is geen probleem – maar de meeste van die apparaten zijn na enige tijd weer werkloos. Je kunt onderhand een flink kerkhof vullen met ongebruikte broodbakmachines, pastadraaiers, espressoapparaten, sapcentrifuges.

Ze lijken ook zo gemakkelijk, die kooktrucs van Jamie Oliver, en het gaat zo lekker snel. Koken vergt echter veel inspanning en je bereidt met vallen en opstaan maaltijden. Voordat die routine is opgebouwd, geven de meeste keukenprinsen – het zijn vooral mannen – de pijp weer aan Maarten.

De indruk kan een heel andere zijn. Kookboeken gaan bij honderdduizenden over de toonbank en kookprogramma’s schieten op bijna elke zender wortel. Heel Nederland is weer aan het koken, zo lijkt het. Vergeet het maar. ,,Die doorbraak is geweest, we zijn weer op de terugweg’’, zegt Ruurd Hielkema, directeur van onderzoeksbureau Trendbox. Zij onderzoeken al 18 jaar de eetgewoonten in Nederland. ,,In 2001 vond 25 procent van de consumenten het leuk om te koken. In 2004 steeg dat tot 34 procent om in 2006 weer te zakken naar 29 procent. En dan zie je tevens dat parallel daaraan de verkoop van keukenapparaten terugloopt. Echte koks weten ook dat al die speeltjes niet nodig zijn voor een goede maaltijd. Een goed mes en goede pannen zijn voldoende.’’

Het zijn vooral mannen die recent zijn toegetreden tot het kookgilde, maar ook hier zijn de cijfers ontnuchterend. Hielkema: ,,Op elke trend volgt een tegentrend. Vrouwen zijn sinds jaar en dag degenen die koken. Hun aantal neemt in de huidige tijd af. De moderne man staat daarentegen steeds meer zelf achter het fornuis, daartoe opgepept door de trucs van Oliver en zijn collega’s en verleid door glimmende keukenspullen. Maar feit blijft dat drie van de vier mannen liever niet koken. Veelal blijven de kookboeken van Jamie dicht. Ze staan leuk op de leestafel, er staan mooie foto’s in en je kunt terloops zeggen er af en toe uit te koken.’’

De echte kookfreaks gaan echter tot het gaatje. Niet alleen staan ze lang in de keuken, hun honger naar voedingsweetjes en de herkomst van de gebruikte etenswaren wordt almaar groter. Verloren kennis wordt in versneld tempo teruggehaald. Telers van gewilde producten worden steeds vaker persoonlijk opgezocht en de laatste adresjes met lekkere waren worden onderling uitgewisseld. Die culinaire connaisseurs, zoals Elsevier ze onlangs noemde, scoren met de opgedane kennis onder vrienden en kennissen. Hun aantal is vergeleken met de vele modekokers echter te verwaarlozen.

Onder al deze wisselende modes zijn er volgens Hielkema twee langdurige ontwikkelingen waar te nemen. Het aantal kokers – liefhebbers of niet – blijft vrij constant: in 1991 was dat 58 procent van de huishoudens, in 2006 was dat 59 procent.

Hielkema: ,,Dat zijn de mensen die gaan voor de gezonde maaltijd. Eenvoudig doch voedzaam: aardappels, groente, vlees of een rijst/pastamaaltijd. De rest accepteert dat zij om wat voor reden dan ook niet in staat is om zelf te koken. Dat zijn consumenten van de kant-en-klaarmaaltijden die tussendoor ook snacken. De eerste groep gelooft echter wel dat het aantal gezonde kant-en-klaaralternatieven toeneemt. Daartoe enigszins geholpen door slimme marketing van Albert Heijn en de Hema.’’

Dat sluit aan bij de tweede ontwikkeling: ondanks alle aandacht voor het koken gaat men toch voor het gemak. Consumenten willen of kunnen niet lang meer in de keuken staan. Daar zijn twee zaken debet aan: het stijgend aantal eenpersoonshuishoudens en het toenemend aantal werkende vrouwen.

Supermarkten spelen daar al langer op in. Een blik op de recepten van AH-blad Allerhande zegt genoeg. Niet de verse ingrediënten spelen de boventoon, maar de blikjes, zakjes en pakjes van het een of ander, en niet te vergeten de kant-en-klare sauzen. Koken is assembleren geworden. Alles is al afgewogen en schoongemaakt, je hoeft alleen maar de juiste volgorde van verwerken in de gaten te houden.

Afgelopen kerstdagen was er een doorbraak waar te nemen en die trend zich zich met Pasen door. Met feestdagen, en zeker met Kerst, kookt men zelf. Dat was toch een algemeen gevoel. Nu is voor het eerst vrij massaal gekookt met kant-en-klare producten. Voorwaarde is dan wel dat het exclusief oogt en goed smaakt. Marktleider Albert Heijn sprong daar met zijn tophuismerk Excellent gretig op in. Ook andere supers als Plus en Jumbo gingen mee in het kant-en-klare kerstdiner. Super de Boer verdrievoudigde zelfs zijn kerstassortiment. Ook verder in Europa is de gemakstrend niet tegen te houden. Zelfs in de mediterrane landen, waar men doorgaans nog wel weet wat koken en lekker eten is, neemt de omzet in kant-en-klaar rap toe. Spanje en Italië lopen wat groei betreft voorop. Volgens deskundigen is het snel toenemend aantal werkende vrouwen in deze landen de voornaamste oorzaak.

Die toenemende kant-en-klaarkookcultuur is de echte freaks een doorn in het oog. Culipaus Johannes van Dam zet in een interview in het SP-blad (!) Tribune omstandig zijn samenzweringstheorie over Neerlands verpauperde keuken uiteen. De voedingsindustrie heeft ons zo geconditioneerd dat we voor de televisie hangen en dure kant-en-klaarmaaltijden kopen, stelt Van Dam. Volgens hem kent de doorsnee Nederlander amper nog oorspronkelijke ingrediënten, kan er dus niet mee koken, laat staan dat hij weet hoe ze smaken. De industrie zet ons alleen maar bewerkt eten voor met smaakversterkers, kleurstoffen en conserveringsmiddelen. Een simpele, smaakvolle maaltijd hoeft niet duur te zijn. Biologische uien en wortelen zijn goedkoper dan voorgesneden en gewassen kant-en-klare hutspot uit de supermarkt, aldus deze culinaire connaisseur.

,,Hij heeft zijn eigen publiek, hij moet dit wel zeggen’’, vindt consumptiesocioloog Hans Dagevos van het Landbouw-Economisch Instituut van Van Dam. ,,Er zit echter wel een kern van waarheid in. Dat bewerkte supermarkteten komt massaal op je af. Maar er is een keerzijde: het aantal mooie restaurants, lunchgelegenheden, traiteurs en deli’s groeit als reactie zienderogen. Wat je waarneemt is dat de elite de massa niet meetrekt. Op veel terreinen zie je dat hoge en lage cultuur zich mengt. Bij eten wordt de kloof echter steeds dieper. Men begrijpt elkaar ook niet. Of dat erg is? Het heeft gevolgen voor de markt. De aanbieders van voeding moeten meer uitgesproken worden. Het middensegment zal verdwijnen.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden