Wie kiest de minister-president?

Zonder debat is Balkenende weer premier geworden. Kwestie voor de Eerste Kamer.

Na het Tweede Kamerdebat over de regeringsverklaring van het kabinet-Balkenende IV vindt vandaag in de Eerste Kamer nog een bescheiden presentatie plaats van de minister-president met de vice-premiers. Bij alle eerdere commotie is één cruciale kwestie niet in discussie geweest: de keuze voor CDA-leider Balkenende als minister-president.

Gezien de voor de verkiezingen geuite twijfel aan zijn geschiktheid voor het hoogste politieke ambt rijst de vraag waarom in de voorbereidende fase het leiderschap van de demissionaire premier zelfs niet aan de orde is gesteld. Dat de informateurs van CDA-huize (Hoekstra en Wijffels) en de kleine ChristenUnie dit punt niet opbrachten, valt te volgen. Maar waarom bracht de Partij van de Arbeid het niet ter sprake? Was niet bijna vijf jaar lang de mening verkondigd dat Nederland beter verdiende? PvdA-columnist Plasterk had benadrukt dat het land een minister-president had gekregen die in leiderschap geen enkele ervaring had opgedaan; zelfs van zijn universitaire vakgroep was hij nooit voorzitter geweest. Of de CDA-lijsttrekker intussen in het ambt was gegroeid, werd betwijfeld. Blijkens de uitslag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten mogen we aannemen dat onder PvdA-kiezers dit ongenoegen is blijven leven.

Het antwoord op de vraag waarom de PvdA de premierskwestie niet opbracht, ligt besloten in de verkiezingsuitslag van 22 november vorig jaar. Samen hadden CDA en PvdA getracht van de verkiezingen een race om het minister-presidentschap te maken, elk met de eigen lijsttrekker als kandidaat. Jarenlang had die strategie electorale vruchten afgeworpen. Dat de zwevende kiezers zich dit keer niet lieten meeslepen en beide partijen een nederlaag bezorgden, tekent de twijfel aan het politiek leiderschap van de twee kandidaten. Met Cohen als zijn kandidaat voor het minister-presidentschap won Bos de verkiezingen van 2003; met zichzelf als beoogd premier leed hij een zware nederlaag. Door tijdens de informatiefase twijfel te wekken aan de kandidatuur van Balkenende zou hij vanzelfsprekend ook zijn eigen deconfiture in discussie brengen. Bovendien was er het niet geringe risico dat daarmee de eerder zo succesvolle electorale uitvinding ’Kies de minister-president’ definitief om zeep zou worden geholpen.

Alleen vanuit die kleine politiek – de verengde wereld van de campagnes – valt dus te verklaren waarom een punt dat bij veel kiezers hoog op de agenda stond, bij de kabinetsformatie buiten discussie bleef. De uitkomst is dat een partij die nauwelijks meer dan een kwart van de stemmen kreeg en zetels verloor, zonder enige discussie mocht uitmaken wie het kabinet zou leiden.

De praktijk van ’de grootste partij levert de MP’ en bepaalt zelf wie dat mag zijn, is door CDA en PvdA aan het politieke bestel opgedrongen zonder ook maar enige publieke discussie over voor- en nadelen. Hoewel die twee partijen ook samen geen meerderheid meer hebben, is het gevolg wel dat in onze democratie de bekleding van het hoogste politieke ambt niet alleen buiten de formatiebesprekingen is komen te vallen, maar zelfs het algemene politieke debat niet heeft gehaald.,

Van de Eerste Kamer als Chambre de reflection (Kamer van herbezinning) zou verwacht mogen worden dat dit onbesproken onderwerp alsnog aandacht krijgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden