Reportage

Wie kan, vlucht snel nog weg uit het laatste bastion van IS

Gevluchte burgers uit Barghouz, het laatste IS-bastion, wachten op vervoer. Rechts: Fatma Bakar. Beeld Getty Images

De aanval op het laatste bolwerk van IS is afgelopen weekeinde begonnen. De door Syrische Koerden geleide strijdmacht SDF hoopt het laatste stukje kalifaat met Amerikaanse luchtsteun deze week te veroveren. Wie kan, gaat snel nog weg.

Op een winderige woestijnvlakte aan de rand van wat nog over is van het kalifaat van Islamitische Staat zitten groepjes vrouwen en kinderen op de grond. Ze hebben dikke dekens omgeslagen. Overal liggen volgepoepte luiers. Daar tussendoor lopen Amerikanen: militairen en vermoedelijk ook inlichtingenpersoneel. De pers moet wachten tot zij klaar zijn met het inwinnen van informatie over deze kalifaat-vluchtelingen. Samen met strijders van de SDF, de Koerdisch-Arabische militie, proberen de Amerikanen te ontdekken wie actief lid was van IS en wie er alleen als burger woonde. Identiteitsbewijzen worden gecontroleerd en telefoons worden voor onderzoek ingenomen.

Van een groepje zwart gesluierde vrouwen is het niet moeilijk te raden dat ze nauw met IS zijn verbonden: ‘Kazachstan’ en ‘la Arabi’(‘geen Arabisch’) is het enige wat ze zeggen. Ze zitten er met hun kinderen, maar zonder hun mannen. Kazachstan is een land waaruit veel IS-strijders naar hier zijn gekomen.

“Wij zijn een jaar geleden naar IS gegaan omdat mijn man werk zocht”, zegt Fatma Bakar (23) uit Aleppo. Ze is een van de weinige vrouwen van wie de ogen niet volledig bedekt zijn. Twee kleine kinderen, Baian van negen maanden en Aisha van vier jaar, hangen om haar heen. “Mijn man is bij een bombardement omgekomen. Hij had een kledingwinkel en kwam daarin om het leven.”

Ontsnappen

Terwijl hoog in de lucht nieuwe straaljagers aankomen, vertelt Fatma dat het leven in het mini-kalifaat tot een week geleden goed te doen was. “We konden naar de winkel, we gingen naar familie. Maar toen vielen er steeds meer bommen en besloot ik te vertrekken. IS raadde dat af, maar hield ons niet tegen. Ze zeiden dat er slechte dingen zouden gebeuren als we naar de SDF zouden gaan. Maar we hebben hier eten en water gekregen.” 

Afgezonderd van de vrouwen zit een groep mannen bij elkaar. Ze hebben al twee koude nachten in de openlucht doorgebracht. In de vlakte zijn grote kuilen gegraven waarin ze wat uit de wind kunnen liggen. Een dag eerder zijn ze al ondervraagd door de Amerikanen en (nog) niet als IS aangemerkt.

“Ik had een winkel in zoetigheid; baklava en zo.” Hassan Hamid Sarir plukt aan zijn pluizige baard. “De laatste week was erg moeilijk, er was steeds minder eten. Een kilo meel kostte 50 dollar. Ons gebied was omsingeld, maar vier trucks met eten die naar binnen mochten, kwamen meteen in handen van IS.”

Gevluchte burgers uit Bagouz worden door SDF-troepen in trucks weggevoerd. Beeld Getty Images

Volgens de mannen betaalden sommige mensen wel 1500 dollar om weg te mogen uit het kalifaat. Maar Hamid is ontsnapt toen er veel bombardementen tegelijk waren. Hij runde zijn winkel samen met zijn neef, Mustafa Abdu Sarir, die naast hem zit. Mustafa verloor drie weken geleden zijn dochtertje van zes maanden oud. “Ze was nog maar drie kilo. We hadden geen melk genoeg, geen vitaminen. Ze was er een van een tweeling. Mijn vrouw heeft haar zusje eerder meegenomen naar een ziekenhuis buiten IS-gebied.”

Maar hoe kwamen de neven, die uit West-Syrië komen, in het kalifaat terecht? Ze geven een antwoord waar meer mannen mee komen: ze waren op de vlucht voor het regime van Assad, dat hen tot dienstplicht had kunnen dwingen.

Een man die dat argument niet aanvoert, is Abdullah Hammad (35). Geen wonder: hij heeft geen benen meer. “Ik was met Jaish al-Islam (een andere strijdgroep) aan het vechten tegen het regime toen ik op een landmijn stapte. Dat was al in 2013. Daarna ben ik naar IS-gebied vertrokken. De reden? Dat was de beste plek om een baan te vinden.”

Hij heeft een tijd benzine verkocht. Abdullah heeft zelf een hydraulisch systeem in zijn wagen gemaakt, waardoor hij kan rijden. In die auto is hij ook gevlucht. Met zijn twee kinderen, zijn zwangere vrouw en zijn moeder. “Er zitten daar nog heel veel strijders, uit de hele wereld”, zegt Abdullah. Fransen, Russen, Duitsers, Turkmenen, en ook Nederlanders ja. Ook Italiaanse en Australische dokters trouwens.”

De neven, de andere mannen, de gesluierde vrouwen en de kinderen wachten af tot ze naar vluchtelingenkampen een paar uur verderop worden gebracht. Intussen komt uit de richting van het mini-kalifaat, dat eigenlijk nog maar uit één dorp, Baghouz, bestaat, het geluid van doffe dreunen en automatisch geweervuur.

Lees ook: 

Met de val van het kalifaat is de val van IS nog niet bereikt

De Amerikaanse president Trump denkt dat hij binnen een week zijn troepen terug zal trekken uit Syrië. In Qamishli zijn de Koerden er niet gerust op. “Als ze vertrekken dreigen de Turken hier binnen te vallen.”

Koerdische hulp bij terugkeer Nederlandse IS-vrouwen

De Koerden in Noord-Syrië reiken Nederland de hand. Zij willen vrouwen en kinderen van Nederlandse IS-strijders naar de grens begeleiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden