Wie jong is in Xinjiang, droomt van het buitenland

Jonge Oeigoeren associëren de Engelse taal met de populaire Amerikaanse cultuur. Beeld ANP

China bouwt een politiestaat op in de regio Xinjiang. De oorspronkelijke bewoners, de islamitische Oeigoeren, vormen er nu een minderheid. Het laatste deel in een korte serie.

"Eerlijk gezegd is Engels voor mij makkelijker dan Chinees." De 23-jarige Alim zegt het wat voorzichtig. De zoon van een bouwvakker en een naaister uit het armere zuiden van de provincie Xinjiang sprak thuis alleen Oeigoers, een Turkse taal. Het Mandarijn, China's nationale taal, beheerst hij redelijk, maar liever oefent hij zijn Engels. "De grammatica van het Oeigoers lijkt meer op die van Engels. Ook zijn er veel leenwoorden."

Engels leren, het liefst aan een privé-instituut in de provinciale hoofdstad Urumqi, is populair onder Oeigoerse jongeren. De Oeigoerse moslimminderheid maakt met 10 miljoen mensen nog geen procent uit van de totale Chinese bevolking, maar in landelijke wedstrijden in het spreken van Engels, winnen ze relatief vaak. Het is een zeldzame gelegenheid voor culturele trots in een grensregio waar het gevoel dat de rest van China op hen neerkijkt sterk is.

Big Business

Intussen is het ook big business. Honderden taalscholen innen het spaargeld van studenten als Alim, die vorig jaar van het platteland naar Urumqi verhuisde voor een cursus van een jaar. Alim en zijn medestudenten willen niet dat hun echte naam in de krant vermeld wordt.

Politiek is de trend veelzeggend, de Chinese overheid pompt de laatste tien jaar grote bedragen in het bevorderen van kennis van het Mandarijn in Xinjiang. In hoog tempo openen er 'tweetalige scholen'. Die zijn vooral tweetalig in naam. In de praktijk worden de meeste lessen in het Mandarijn gegeven met een paar culturele vakken in het Oeigoers.

De toename van het aantal mensen dat Mandarijn spreekt is goed voor de (nu moeizame) etnische integratie in de provincie, aldus de overheid. Ook moet het de kansen voor jonge Oeigoeren op de arbeidsmarkt verbeteren. Volgens een studie van Peking University verdienen Oeigoeren in Urumqi gemiddeld 28 procent minder dan etnische Chinezen, een ongelijkheid die ook de Chinese overheid erkent.

Tussen 2010 en 2014 verdubbelde het aantal leerlingen dat tweetalig onderwijs volgt tot ruim 1,5 miljoen, zo'n 70 procent van alle kinderen in Xinjiang die gerekend worden tot een etnische minderheid. In 2020 moet dat 90 procent zijn.

Eerder was het onderwijssysteem verdeeld in Mandarijnsprekende en Oeigoerse scholen. Daarnaast wordt ook de 'Xinjiang klas', een groep middelbare scholieren met een minderheidsachtergrond die gesponsord door de overheid naar scholen in andere delen van China worden gestuurd, uitgebreid.

Discriminatie

Toch worden veel Oeigoerse jongeren enthousiaster van het Engels, een taal die ze vooral associëren met de populaire Amerikaanse cultuur. Patime, een Oeigoerse jonge professional die in Peking werkt, snapt het wel. "Zelfs als je vloeiend Mandarijn spreekt, is het moeilijk om werk te vinden als Oeigoer. Dat weet iedereen."

Buiten Xinjiang worden Oeigoerse sollicitanten vaak geweigerd, een vorm van directe discriminatie die zich uitstrekt tot een kamer boeken in een hotel of een afspraak maken bij de dokter. Maar op een cv kan uitzonderlijk goed Engels een verschil maken. Daarnaast is zelfstandig Engels leren - een taal die in Xinjiangs scholen nauwelijks wordt aangeboden - een alternatief voor het strak geregisseerde staatsonderwijs.

Volgens de 34-jarige Patime, die zelf bij een kleine groep Oeigoeren hoort die van jongsaf aan naar volledig Chinese scholen ging, zijn onderwijskeuzes een gevoelig onderwerp binnen de Oeigoerse gemeenschap. "Naar een Chinese school, wel of geen Oeigoers blijven spreken met je kinderen, ze wel of niet de provincie uitsturen voor hun onderwijs - iedereen heeft zijn eigen mening en alles is politiek geladen."

Buitenlanddroom

Naar het buitenland gaan is vaak het ideaal. In Urumqi wordt voor vrijwel niets zo veel geadverteerd als voor studies in Amerika, Australië of Italië. De posters hangen vaak zij aan zij met propaganda-posters van de overheid.

"Ik wil naar alle landen! Maar vooral naar Engelstalige landen", laat de zeventienjarige Ehmet, een klasgenoot van Alim, in goed verstaanbaar Engels weten. Ehmet komt ook uit het arme zuiden, maar is de zoon van welgestelde jade-handelaren. Zij hopen dat hun zoon via dit pad zijn carrièrekansen kan verbeteren, nadat hij zijn middelbare school niet afmaakte.

"De school had erg slechte voorzieningen. Ik wilde daar niet zijn", verklaart de tiener. Anders dan voor Alim betaalden zijn ouders wel de 4000 euro aan lesgeld.

Taalscholen voeden de buitenlanddroom, die volgens verschillende leraren eigenlijk een valse is: de Chinese overheid beschouwt de Oeigoerse minderheid als de belangrijkste doelgroep van haar anti-terrorismebeleid. Een van de gevolgen daarvan is een strenge controle op buitenlandse reizen. Vooral de laatste paar jaar is het voor Oeigoeren steeds moeilijker toestemming te krijgen om China te verlaten, ook voor iets als vakantie of een studie in het buitenland.

Alim en Ehmet zijn zich bewust van de moeilijkheden, al kunnen ze er vanwege de politieke gevoeligheid niet openlijk over praten. "Als het nu niet lukt, dan later", zegt Alim, die les wil geven in zijn thuisstreek. Tegelijk blijft Engels de taal waarin beide jongens dromen, en dat geven ze niet zomaar op. Ehmet: "Het gaat lukken. Hoe duur is een studie in Nederland?"

De namen van Alim, Patime en Ehmet zijn gefingeerd. Hun contactgegevens zijn bekend bij de redactie.

Lees ook deel 1: Overal beloerd door veiligheidscamera's
Lees ook deel 2: Voor de Oeigoeren is religie ineens een vorm van culturele weerstand

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden