Essay

Wie is de Mulisch van de migratie?

Beeld BJORN GORT

Met een roman over migranten in de Bijlmer won Murat Isik de Librisprijs. Vaderlandse geschiedenis kan een bron van literatuur zijn. Zo inspireerde de oorlog schrijvers nog decennia tot grote romans, met ‘De aanslag’ als hoogtepunt.

Toen Harry Mulisch 80 werd, het was in 2007, werd zijn grootste werk in zakformaat heruitgegeven. Op de flap van het rode kaftje waarin ‘De Aanslag’ is gehuld, staat een prachtrecensie uit The New York Times. In Amerika leverde de verfilming van ‘De aanslag’ ook nog een Oscar op. In Engeland schreef Times Literary Supplement, eveneens overgenomen op de flaptekst: “Waar wachten de heren van de Zweedse academie nog op?” Die prijs is er nooit gekomen, maar het leidt tot over de landsgrenzen heen geen twijfel dat Harry Mulisch met ‘De Aanslag’ hét oorlogsboek van de Nederlandse literatuur schreef.

Ik moest aan ‘De Aanslag’ denken toen Murat Isik onlangs de Librisprijs won voor zijn roman ‘Wees onzichtbaar’. Wat zou Harry Mulisch van dit boek over een Turkse jongen die opgroeit in de Bijlmer gevonden hebben? Ik zou het niet durven zeggen. Isik houdt in ieder geval niet van Mulisch’ werk, als we hem een beetje mogen vereenzelvigen met zijn hoofdpersoon Metin Mutlu. Hij heeft in ‘Wees onzichtbaar’ de grootste moeite om geboeid te blijven door Mulisch’ roman ‘De Diamant’.

Omgekeerd kun je je afvragen of Isik naar Mulisch’ smaak in zeshonderd pagina’s niet te veel voor de lezer uitspint wat er allemaal in Metins hoofd omgaat. Mulisch had maar 250 pagina’s nodig voor de gedachten van Anton Steenwijk, wiens ouders en broer in ‘De Aanslag’ gefusilleerd worden als represaille voor een aanslag van het verzet op een foute politieman in hun straat. Hij lijkt decennia lang te verdoofd om vragen te stellen over het ontstellende lot van zijn onschuldige familie. Was het een goede of misdadige verzetsdaad die zijn ouders het leven kostte? Anton heeft meestal geen antwoorden, wel veel hoofdpijn.

Verbinding

Mulisch (1927), filosofisch intellectueel met een Nederlands-Joodse moeder en Oostenrijkse vader, en Isik (1977), niet-religieuze Turk uit de Iraanse Zaza-stam die opgroeide met een communistische vader, schelen een halve eeuw. Niet nodig te zeggen dat ze verschillend zijn. Maar er is ook iets dat hen bindt: zij kiezen de geschiedenis, de grote historische gebeurtenissen, als bron van hun werk. Zoals de oorlog de twintigste eeuw bepaalde, zo bepaalt de integratie van (vaak getraumatiseerde) vluchtelingen en migranten die geen enkele band met de Nederlandse cultuur hebben, de late 20ste en vroege 21ste eeuw. Mulisch en Isik kunnen er persoonlijk over meepraten.

Mulisch was 55 jaar toen hij ‘De Aanslag’ schreef, en de oorlog lag alweer bijna veertig jaar achter hem. Jarenlang publiceerde hij vooral non-fictie; dat er een oorlogsroman zou komen in 1982 was ergens een verrassing. Dát het zo lang geduurd heeft voor het hoogtepunt in de Nederlandse oorlogsliteratuur geschreven werd, geeft ook te denken over hoe het de migrantenliteratuur zou kunnen vergaan. Niet dat die nog weinig bereikt heeft. In 2003 werd Abdelkader Benali’s ‘De langverwachte’ bekroond met de Libris Literatuurprijs, en Kader Abdolahs ‘Het huis van de moskee’ werd na Mulisch’ ‘De ontdekking van de hemel’ uitgeroepen tot beste Nederlandstalige roman van de 20ste eeuw. Boeken van Robert Vuijsje en Mano Bouzamour waarin Amsterdam-Zuid wordt afgezet tegen Amsterdamse achterstandswijken, zijn verkoopsuccessen. Vrouwelijke auteurs zijn ruim vertegenwoordigd (zie onderaan deze pagina). En nu wint Isik de Librisprijs. Toch lijkt het nog te vroeg voor de ultieme migratieroman. Waarschijnlijker is dat onze migratiegeschiedenis nog niet diep genoeg in onze cultuur geworteld is om een boek voort te brengen dat zo veel onuitgelegd kan laten als ’De Aanslag’, maar toch zo’n zeggingskracht heeft.

Beeld BJORN GORT

Klassiekers

Er zijn klassiekers vóór ‘De Aanslag’ geweest: W.F. Hermans schreef ‘De tranen der acacia’s’ (1949) en natuurlijk ‘De donkere kamer van Damokles’ (1958). Reve schreef met ‘De Avonden’ (1946) een oorlogsboek waarin de oorlog niet genoemd wordt maar de geestelijke gebrokenheid rondwaart, en het korte verhaal ‘De ondergang van de familie Boslowits’ (1950) over een Joods gezin. En dan zijn er de beide in 1957 verschenen ‘Het bittere kruid’ van Marga Minco en ‘De nacht der Girondijnen’ van J. Presser. De ‘tweede generatie’, schrijvers als Arnon Grunberg, Marcel Möring en Jessica Durlacher, vonden sinds de jaren tachtig en negentig hun weg naar een groot publiek. Ook niet-joodse auteurs schreven beroemde oorlogsromans, zoals Hugo Claus met ‘Het verdriet van België’ (1983), Carl Friedman met ‘Tralievader’ (1991) of Tessa de Loo met ‘De tweeling’ (1993). Inmiddels zijn veel oorlogsromans eerder geromantiseerde biografieën of persoonlijke familieverhalen, zoals ‘Sonny Boy’ (2004) van Annejet van der Zijl of Jan Brokken met ‘De vergelding’ (2016). De scheidslijn tussen fictie en non- fictie wordt steeds dunner.

Al zeventig jaar vaart de Nederlandse literatuur, en inmiddels vooral de non-fictie, wel bij de Tweede Wereldoorlog. Maar het is ook alweer zo’n twintig jaar dat migrantenliteratuur op universiteiten bestudeerd wordt. Wetenschappers maken onderscheid tussen schrijvers die uit de voormalige koloniën naar Nederland kwamen (geen migrantenliteratuur) en migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten (wel migrantenliteratuur). Volgens hoogleraar Ton Anbeek vinden deze schrijvers hun vruchtbaarste thema in de zoektocht naar een identiteit in een vreemd land. De romans zouden een brug kunnen slaan tussen de Nederlandse en Turkse, of Noord-Afrikaanse culturen, maar ook bijdragen aan othering: het negatief wegzetten van Turken en Marokkanen. Khalid Boudou schetst in zijn ‘Schnitzelparadijs’ geen fraai beeld van Marokkaanse ‘boefjes’ en de onderdrukking van een vrijgevochten dochter binnen het gezin. Ook de boeken van Özcan Akyol en Mano Bouzamour zijn, zoals recensent Rob Schouten het uitdrukte, voorbeelden van ‘testosteronproza’, dat aan de oppervlakte blijft door het machismo. Bouzamour zelf vergeleek die kritiek in Trouw overigens met het misprijzen dat Jan Wolkers ten deel viel toen hij in de jaren zestig wel erg veel seks in zijn romans verwerkte.

Ernstig

Murat Isik is in de Nederlandse migrantenliteratuur een stem die met geen enkele andere is te vergelijken. Als ‘Wees onzichtbaar’ ergens over gaat, dan is het over kwetsbaarheid. Waar humor vaak een grote kracht is van migrantenliteratuur, is Isik, ondanks zijn lichtvoetige stijl, eerder ernstig. Metin Mutlu groeit op in de Bijlmerflat Fleerde, in een gezin waarin de vader zich slechts een keer per jaar - op Oudejaarsdag - van zijn liefdevolle kant laat zien. De communist ligt verder op de bank te lezen, föhnt zijn haar of draait de bijstandsuitkering erdoorheen in de bar. Van zijn vrouw, zoon en dochter eist hij respect en als hij dat niet krijgt, volgt de harde hand. Dat deze vader eigenlijk volledig onmachtig is, wanhopig in zijn verlies van status en levensdoel, is een van de mooie inzichten die Isik biedt. Dat Metin Mutlu alle vernederingen thuis, en later ook op school, zonder verzet ondergaat, heeft alles te maken met begrip voor zijn vaders onmogelijk positie, de intelligente idealist die sinds zijn vlucht naar Nederland in de marge van het bestaan is geduwd. Die vernedering maakt nederig.

Het steekt Metin om Turk genoemd te worden, aangezien hij een Zaza is. Bovendien denkt iedereen dat hij moslim is, terwijl hij helemaal niet religieus wordt opgevoed. Als je naar Isiks schrijverschap kijkt, moet je die gevoeligheid denk ik ter harte nemen. De ervaringen van vervolging, onderdrukking, oorlog of vlucht van de ene groep migranten zijn nu eenmaal niet die van de andere. Door de grote verschillen tussen migranten in Nederland hebben lezers telkens weer veel uitleg nodig. In ‘De Aanslag’ doen beelden van een omgevallen fiets, as of een verzetsvrouw met dik, krullend haar ons meteen denken aan in beslag genomen fietsen, verbrandingsovens of Hannie Schaft. De symbolen voor de migrantengeschiedenis liggen deels buiten onze belevingswereld, en zijn veel onbekender.

De grote verdienste van ‘Wees onzichtbaar’ is dat Isik de Bijlmerramp tot een literair symbool van gemeenschappelijke geschiedenis weet te maken: een ramp in Nederland waarbij vooral migranten getroffen werden. De ramp leidt in het boek tot een katharsis, waarbij een aantal scholieren zich op een schokkend agressieve wijze tegen de leraren keert. Het is het enige moment van raciale spanning in ‘Wees onzichtbaar’; de school komt die te langzaam, maar uiteindelijk wel te boven.

Migrantenliteratuur vertelt cultureel een veel diverser verhaal dan oorlogsliteratuur. Het zal even duren voordat de lezersgeesten rijp zijn om in het kleine verhaal het grote te herkennen, en voordat schrijvers genoeg hebben aan subtiele motieven. Maar de roman van Murat Isik doet je verheugen op de toekomst die deze auteurs voor zich hebben. 

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld BJORN GORT

Belangrijke oorlogsromans

Gerard Reve
De ondergang van de familie Boslowits (1950)

Theun de Vries
Het meisje met het rode haar (1956)

W.F. Hermans
De donkere kamer van Damokles (1958)

Marga Minco
Het bittere kruid (1957)

Gerhard Durlacher
Strepen aan de hemel (1985)

Marcel Möring
Mendels erfenis (1990)

Tessa de Loo
De tweeling (1993)

Arnon Grunberg
Blauwe maandagen (1994)

Jessica Durlacher
De held (2010)

Marjolijn van Heemstra
En we noemen hem (2017)

Belangrijke migrantenromans

Halil Gür 
De gekke Mustafa en andere verhalen (1984)

Naima el Bezaz
De weg naar het noorden (1995)

Abdelkader Benali 
Bruiloft aan zee (1996)

Hafid Bouazza
De voeten van Abdullah (1996)

Kader Abdolah
De reis van de lege flessen (1997)

Hülya Cigdem
De importbruid (2008)

Rachida Lamrabet
Een kind van God (2008)

Özcan Akyol
Eus (2012)

Mohamed Benzakour
Yemma (2013)

Mano Bouzamour
De belofte van Pisa (2013)

Lees ook: Met 'Wees onzichtbaar' van Libris-winnaar Murat Isik heeft de Bijlmer ook een beetje gewonnen

'Jij komt er wel', sprak zijn docent creatief schrijven. En zie, Murat Isik won onlangs de Libris Literatuur Prijs. 

Lees ook: 'Bestsellerboy' is proza met vooral veel testosteron

"Laat iemand hem Multatuli of Vestdijk toesturen om dat loze taalgebruik in het gareel te krijgen, wie weet haalt het wat uit", schreef Rob Schouten in een recensie over het boek Bestsellerboy.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden