Wie is de mol maar dan echt

Tegen het decor van de Israëlische muur filmde de Nederlands-Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad de thriller 'Omar', te zien op de Amsterdam Film Week. Een film over een verstikkend web van verraad en wantrouwen.

Het succes van 'Paradise Now' opende deuren in Hollywood, waar hij momenteel werkt aan een 'remake' van het Zuid-Koreaanse gangsterpos 'Sympathy for Mr. Vengeance'. Het echte werk in Nazareth, zijn thuishonk, vergat de Nederlands-Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad intussen niet. Tegen het decor van de Israëlische muur op de Westelijke Jordaanoever filmde hij de spannende thriller 'Omar' die na een succesvolle ontvangst in Cannes deze week een van de blikvangers is van de Amsterdam Film Week.

"Toen ik 'Borgman' zag in Cannes, voelde ik me echt trots", vertelt Hany Abu-Assad (52). De regisseur die met 'Omar' de Palestijnse inzending voor de Oscars 2014 maakte, spreekt vloeiend Nederlands, en denkt met heimwee terug aan Amsterdam waar hij woonde en zijn eerste speelfilm maakte.

Abu-Assad werd geboren in Nazareth, en arriveerde op zijn achttiende in Nederland. Hij ging vliegtuigbouwkunde studeren, een studie die niet mogelijk was voor Palestijnen in Israël. Daarom voelde hij zich er extra toe aangetrokken. Maar toen hij eenmaal als ingenieur aan het werk was, en gevraagd werd mee te helpen aan een filmproductie, leerde hij zijn grote liefde kennen: de film.

Zijn speelfilmdebuut 'Het 14de Kippetje' maakte hij samen met Arnon Grunberg (scenario), een ironisch getoonzette tragikomedie rond een bruidspaar (wijlen Antonie Kamerling en Thekla Reuten) dat de weg kwijt is naar het restaurant waar de bruiloftsgasten wachten. Het debuut opende in 1998 het Nederlands Film Festival. Een paar jaar later keerde Abu-Assad terug, om met 'Paradise Now' het Gouden Kalf voor de Beste Film te winnen. In Amerika volgde een Golden Globe, een Oscarnominatie en een Hollywoodcontract. Als VPRO's Zomergast deelde hij met presentator Joris Luyendijk zijn passie voor het Midden-Oosten.

'Paradise Now' toonde hoe twee jonge Palestijnen hun uitzichtloze bestaan in de bezette gebieden ontvluchtten door met bommen op hun buik op pad te gaan als zelfmoordterroristen. De psychologische thriller maakte het onbegrijpelijke begrijpelijk, door het perspectief van de jongens te kiezen, hun armoede en onvrijheid, hun gevoelens van onmacht en woede.

Knappe bakkersknecht
'Paradise Now' bevatte sterke thrillerelementen die terugkeren in 'Omar', waarin drie Palestijnse vrienden zich revancheren voor de vernederingen van het Israëlische bezettingsleger. Ze plegen een verzetsdaad, die de problemen alleen maar verergert. Omar, de knappe bakkersknecht die sinds de bouw van de muur gescheiden is van zijn jeugdvrienden en zijn geliefde, en dagelijks gevaren trotseert door over de metershoge muur te klauteren, wordt opgepakt, gemarteld en gedwongen om als mol aan de slag te gaan voor de Israëlische geheime dienst. Wat bij ons een spannnend tv-spelletje is, 'Wie is de mol?', is op de Westelijke Jordaanoever onderdeel van het dagelijks leven.

Hany Abu-Assad groeide op als Palestijnse inwoner van Israël, en kent de voortdurende staat van paranoia maar al te goed. "Je weet nooit of er een verklikker aanwezig is", vertelt de regisseur. "Een goede vriend van mij is ooit benaderd door een regeringsagent. Er werd persoonlijke informatie gebruikt om mijn vriend onder druk te zetten mee te werken. Dat verhaal is in mijn hoofd gaan gisten. Hoe beïnvloedt zoiets vriendschap en liefde en onderling vertrouwen?"

Het web van verraad en wantrouwen werkt in de film uiteindelijk verstikkend. "Je hebt meestal twee obstakels in de liefde", stelt Abu-Assad. "Uiterlijke obstakels kunnen meestal wel worden overwonnen, zoals in de film verbeeld door de muur. Moeilijker zijn de innerlijke obstakels, zoals elkaar kunnen vertrouwen."

De Israëlische geheime dienst speelt hier volgens de regisseur op in, door het uitzetten van verklikkers. Het is tegelijkertijd taboe om het er in de bezette gebieden over te hebben, want een spion - hoe gedwongen ook - is een verrader van de Palestijnse zaak.

"Ik doe het niet bewust, maar ik kom in mijn films steeds terug bij mensen die geconfronteerd worden met hun eigen grenzen en tekortkomingen", bedenkt de regisseur, "het is een conflict dat me intrigeert, en dat ik wil onderzoeken."

Prettig onafhankelijk
Abu-Assad filmde op locatie in Nazareth, Nabloes en Bisan en had permissie om bij de Israëlische muur te filmen maar tot een bepaalde hoogte. De filmmakers lieten zich daardoor niet ontmoedigen, en filmden de scènes bovenop de muur in een naburige studio. Zo zie je dat de beruchte afscheiding tussen Israël en Palestina ook het Palestijnse dorp door midden klieft waar Omar en zijn vrienden wonen.

Fier is Abu-Assad ook, omdat 'Omar' een echte Palestijnse film is geworden, gemaakt met Palestijns geld (95 procent uit Palestina; 5 procent uit Doebai) en een Palestijnse cast & crew. "Dat is vrij exceptioneel", aldus de regisseur. "Met 'Paradise Now' zat ik nog vast aan buitenlandse financiering. Dit geeft een prettig, onafhankelijk gevoel."

Amsterdam Film Week
De Amsterdam Film Week die gisteravond in aanwezigheid van de Britse regisseur Steve McQueen werd geopend met '12 Years a Slave', is in drie jaar tijd uitgegroeid tot een 35 films tellend festival dat voornamelijk premières brengt van films die de komende maanden in de bioscoop verschijnen. Zo schuift de Nederlandse marinetop vanavond aan in Tuschinski, voor de première van 'Captain Phillips', de waargebeurde piraterijfilm met Tom Hanks. De Palestijnse thriller 'Omar' van Hany Abu-Assad verschijnt na de Amsterdam Film Week op 21 november in de bioscoop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden