Wie is de groenste?

De afgelopen jaren zijn veel pogingen gedaan om de duurzaamheid van gemeenten met elkaar te vergelijken. Vandaag wordt een nieuwe index gepubliceerd, waarin alle 408 gemeenten langs de 'groene' meetlat liggen.

Zuur voor Heerlen: het is de minst duurzame enclave in Nederland. Mijden die stad. De Limburgse gemeente scoort slecht op onderwijs, sociale zekerheid, veiligheid, waterkwaliteit, natuur, hernieuwbare energie. Schrale troost: Heerlen scoort goed op het gebied van sport.

Maar de vlag kan uit in winderig Zeewolde, gemeente aan het Wolderwijd. Daar, op de bodem van de voormalige Zuiderzee, lonkt het groene paradijs.

Voor hernieuwbare energie krijgt Zeewolde de maximale score: niet verwonderlijk, het is de gemeente met de meeste windturbines, zo'n 300. Zeewolde produceert drie keer meer groene stroom dan nodig voor de 21.000 eigen inwoners en is daarmee de enige klimaatpositieve gemeente.

Ook op het gebied van veiligheid, natuur, financiële slagkracht en jeugdwerkloosheid doet het dorp in de polder het gemiddeld beter dan de overige 407 gemeenten. Althans, volgens de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex, kortweg GDI-2014. Voor het eerst staan alle gemeenten op een duurzame ranglijst. De samenstelling ervan viel niet mee, zegt een van de initiatiefnemers, Geurt van de Kerk.

"We hebben aanvankelijk gemeenten benaderd met de vraag om gegevens. Maar toen bleef het heel stil. Uiteindelijk bleken veel gegevens vindbaar op websites en in rapportages." De GDI-2014 steunt op openbare bronnen.

Van de Kerk (68) werkte jaren als organisatie-adviseur, onder meer voor duurzame ondernemers. Ongeveer tien jaar geleden richtte hij met zakenpartner Arthur Manuel de Stichting Duurzame Samenleving op. Sinds 2006 publiceert de stichting de Sustainable Society Index, een duurzaamheidsranglijst van 151 landen (ssfindex.com). Deze index is nu vier keer gepubliceerd, met elke keer Zwitserland als koploper. Nederland is in de index van 2012 afgezakt naar de 44ste plaats - in 2006 stond ons land nog op plaats 26.

De criteria voor de landenlijst vormen goeddeels ook de basis van de gemeentelijke index, die Van de Kerk vandaag publiceert. Op een website (gdindex.nl) kan elke gemeente nu zelf nagaan wat goed gaat en wat er beter kan. Met de GDI-2014 hebben gemeenten een handvat bij de ontwikkeling naar duurzaamheid, zegt hij.

De gemeentelijke index is een begin, er is kritiek mogelijk. Van de Kerk is de eerste om dat ook te benadrukken. "Kom maar op met suggesties. Dat meen ik oprecht. Het moet beter en het kan beter. Deze index meet niet alleen ontwikkeling, hij is zelf ook in ontwikkeling."

De index, de website en een boek waarin de eerste ranglijst wordt gepubliceerd, financieren de initiatiefnemers met eigen geld. "Er zijn mensen die mij voor gek verklaren en zij hebben waarschijnlijk gelijk. Maar ik vind dat we de aarde ten minste zo schoon moeten achterlaten zoals die was toen we haar kregen. Dat is ook mijn verantwoordelijkheid. Ik wil niet meemaken dat ik stilval als mijn kleinkinderen straks aan mij vragen: 'wat heb jij gedaan om de aarde te redden, opa?'"

Vandaar die index, bedoeld als instrument voor gemeenten om het beleid te verbeteren. Van de Kerk is ervan overtuigd dat de transitie naar duurzaamheid minder van landelijke overheden komt, maar vooral van onderop, van burgers en bedrijven.

De statistische methode achter de index is voorgelegd aan het wetenschappelijk onderzoeksinstituut van de EU (JRC) en goedgekeurd, zegt hij. "We hebben zestien indicatoren waarop gemeenten kunnen scoren, want duurzaamheid is een veel breder begrip dan alleen milieu- en natuurwaarden."

Voor de ranglijst worden de gemeenten bij- voorbeeld getoetst op het aantal personen dat van een minimuminkomen moet rondkomen, het percentage voortijdige schoolverlaters, het aantal uitkeringen, de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces, het percentage volwassenen en kinderen met overgewicht. Maar ook: de aanwezigheid van natuur in verhouding tot het gemeentelijke grondgebied, de concentraties van stikstofdioxide en fijnstof in de lucht, het huishoudelijke elektriciteits- en gasverbruik en het hergebruik van afval.

Verder kijkt de index naar de financiële slagkracht van gemeenten. Van de Kerk: "Die zegt iets over de mogelijkheid van een gemeente om eigen beslissingen te nemen. Daar is nog een wereld te winnen."

Grote steden scoren slecht
Grote steden scoren laag op de duurzaamheidsindex GDI-2014. Amsterdam, Den Haag en Rotterdam bungelen in de staart van de ranglijst. Ze zitten bij de laatste 13. Van de steden met meer dan 200.000 inwoners haalt alleen Tilburg een score die net iets hoger is dan het landelijke gemiddelde. Ook Utrecht en Eindhoven zitten onder het gemiddelde.

De samenstellers van de index hebben gezocht naar mogelijke verklaringen voor deze lage scores. Oppervlakte, bevolkingsdichtheid en het gemiddelde inkomen per inwoner blijken geen grote rol te spelen, het aantal inwoners echter wel. De bevolkingssamenstelling, de opbouw van de woningvoorraad, de ligging in Nederland, kunnen ook van belang zijn.

Initiatiefnemer Geurt van de Kerk hoopt dat hier nader onderzoek naar wordt gedaan. "We moeten constateren dat het blijkbaar niet meevalt om zowel groot als duurzaam te zijn."

In de index zijn geen data over bodemkwaliteit opgenomen. Er is weliswaar veel bekend over de bodem, maar hanteerbare gegevens op gemeenteniveau zijn er nog niet. Ook de uitstoot van CO2 per gemeente ontbreekt nog wegens gebrek aan bruikbare gegevens.

Koplopers en hekkensluiters
De biologische kwaliteit van het oppervlaktewater is in Meerssen het best (7 punten) en in Zwijndrecht het slechtst (1 punt).

De concentratie stikstofdioxide per kubieke meter lucht is op Ameland het laagst: 9,2 microgram. In Schiedam dwarrelt er 35,2 microgram rond in elke kubieke meter.

Fijnstof is er het minst op Vlieland : 17,8 microgram per kubieke meter, in Rotterdam: 28,2 microgram.

In Urk gebruiken huishoudens de minste elektriciteit: 1131 kilowattuur per inwoner. Op Schiermonnikoog het meeste: 1871 kilowattuur.

Bij het gasverbruik scoort Purmerend het laagst: 176 kubieke meter per jaar per inwoner. Schiermonnikoog is hier koploper met 1205 kubieke meter.

In Eemsmond wordt de meeste 'groene' elektriciteit geproduceerd: bijna 36.000 kilowattuur per inwoner, in Blaricum is dat nul.

De gemeente Boekel scheidt 88 procent van het huishoudelijk afval, Amsterdam maar 13 procent.

Tubbergen heeft het laagste percentage (0,7) voortijdige schoolverlaters, Amsterdam het hoogste (6,1 procent).

Rozendaal heeft het minste aantal uitkeringen: 46 per 1000 inwoners, Heerlen het meeste: 192 per 1000 burgers.

Meer indexen en ranglijsten
De Lokale Duurzaamheidsmeter, ontwikkeld door GroenLinks-wethouder Thijs de la Court in Lochem, is de bekendste ranglijst voor duurzame gemeenten. De lijst, waaraan zo'n 200 gemeenten meedoen, wordt nu aangepast om gemeenten in staat te stellen de doelstellingen uit het recente Energieakkoord te monitoren.

In de laatste editie van de duurzaamheidsmeter stonden Breda, Nijmegen en Alkmaar bovenaan. Elke vergelijking tussen de GDI-2014 en de Lokale Duurzaamheidsmeter, die meer is gebaseerd op beleidsindicatoren, gaat mank, zegt De la Court. Hij vindt de index van Geurt van de Kerk onbruikbaar voor gemeenten. "Bij de GDI worden stedelijke gemeenten selectief benadeeld en worden plattelandsgemeenten bevoordeeld."

Vorige maand publiceerde Telos, kenniscentrum voor duurzaamheid van de Universiteit Tilburg, een duurzame lijst van 100 grootste gemeenten. Telos vergeleek net als de GDI de gemeenten op economisch, ecologisch en sociaal gebied. De gemeenten werden getoetst op 87 kenmerken voor duurzaamheid. De onderzoekers concludeerden dat gemeenten met een grote SGP-aanhang gemiddeld duurzamer zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden