Wie in Europa gelooft, is niet gek

De steun voor één Europa is danig geslonken. Maar voorstanders geloven des te harder in nog méér integratie

Eurofielen heten ze wel, of - nog minder vleiend - eurozeloten: mensen die nog steeds heilig geloven in de Europese eenwording. En dat doen ze ondanks alle ellende van de laatste jaren zoals de crisis rond de euro en de miljardengaranties voor het bijna-failliete Griekenland. Of, beter gezegd, juist door al die narigheid zijn ze er nog vaster van overtuigd dat Europa maar één richting op kan gaan: verdere integratie en meer bevoegdheden naar Brussel, ten koste van de nationale staten.

Ze hebben het tij niet mee. Met angst en beven wachten de eurofielen de Europese verkiezingen van later deze maand af. Het ziet er naar uit dat partijen die van het hele Europese project niets moeten hebben, zoals de PVV van Geert Wilders en het Front National van Marine Le Pen, een klinkende overwinning zullen behalen.

De grootste eurofiel of eurozeloot is misschien wel Guy Verhofstadt, oud-premier van België, voorman van de Europese liberalen in het Europees Parlement, kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, en nogal een opgewonden standje. Stel hem een vraag over Europa, en hij begint in een verbijsterend tempo te ratelen. Hij schildert tegenover iedereen die het maar wil horen een doemscenario als dit Avondland niet doorgaat met de integratie; ons staat in dat geval het grootst mogelijke onheil te wachten. Het is in zijn optiek de dood of de gladiolen.

Verhofstadt heeft het voorwoord mogen schrijven van het toegankelijke boek 'Ons Europa is niet dat van hen' van de Vlaamse freelancejournalist Daan Ballegeer. Hij verzet zich met kracht tegen het etiket dat de auteur eurofielen opplakt. Die geven volgens Ballegeer een 'romantische invulling' aan het Europa dat hen voor ogen staat. Maar volgens Verhofstadt heeft zijn visie niets met romantiek te maken. Ironisch genoeg somt hij vervolgens een indrukwekkend lijstje van wensen op waaraan Europa zou moeten voldoen, maar die in nog geen honderd jaar te realiseren zijn.

Gelukkig slaat Ballegeer zelf een veel nuchterder toon aan. Hij analyseert scherp hoe het toch kan dat de euroscepsis in zo'n korte tijd ook buiten de traditioneel afhoudende landen als Groot-Brittannië voet aan de grond heeft gekregen.

In 2002, bij de introductie van de euro, overheerste nog de euforie. Drie jaar later gaven de Franse en Nederlandse kiezers een eerste waarschuwing af toen zij de Europese Grondwet afwezen. Nu is de weerstand tegen een verenigd Europa nog sterker, vooral (maar niet alleen) onder laagopgeleiden.

Een van de verklaringen is dat de EU begin deze eeuw veel te snel is uitgebreid met Oost-Europese landen, zo tekent Ballegeer op uit de mond van oud-minister Ben Bot. Ook Wim Kok, volgens de schrijver de laatste premier in Nederland die uitgesproken pro-Europa was, denkt daar inmiddels zo over. Ballegeer kiest namelijk voor een journalistieke benadering: hij praat met voor- en tegenstanders van de Europese integratie, en bezoekt plaatsen die in de recente geschiedenis van belang zijn geweest. Dat maakt zijn boek goed leesbaar - al is het voor een Nederlander moeilijk voorstelbaar dat Kok deze Vlaamse uitdrukking in de mond heeft genomen: "Op dit werelddeel hebben landen elkaar in de loop van de geschiedenis zo vaak de duvel aangedaan."

Behalve in het voorwoord komt Verhofstadt ook verder in het boek uitgebreid aan bod. Tegenover hem staat een verklaard euroscepticus als de VVD'er Frits Bolkestein. En zelfs een notoire eurofiel als Ben Bot vindt dat de Belgische liberaal finaal is doorgeschoten: "Ik zou hem willen zeggen: 'Guy, het is een fata morgana die je nastreeft, daar is de burger niet rijp voor.'"

Mathieu Segers is een wetenschapper, geen eurofiel of eurozeloot, eerder een realist. Hij doceert Europese integratie aan de Universiteit Utrecht en schreef het boek 'Waagstuk Europa'. De Europese eenheid behoort volgens hem tot de categorie grote ideeën "die nooit helemaal vergaan en altijd weer terugkomen, gebutst, gedeukt en verkracht, maar niettemin". Die vitaliteit is van alle tijden, daar kunnen we ons aan optrekken.

De auteur geeft een bondig en gedegen overzicht van de Europese eenwording sinds begin jaren vijftig, met soms een wat gezwollen taalgebruik. Hij is ervan overtuigd dat de euro (voorlopig) blijft bestaan.

Het ergste van de eurocrisis is volgens Segers achter de rug. Maar Nederland moet beducht zijn voor de nasleep ervan, die zou weleens bedreigend kunnen zijn. Want de werkloosheid is nog steeds hoog (al daalt ze volgens de jongste cijfers sneller dan gedacht) en om blijvend aan de Brusselse begrotingscriteria te kunnen voldoen zullen er verworvenheden in onze verzorgingsstaat ter discussie komen te staan. Niets is meer vanzelfsprekend.

Dat kiezers zich van Europa afwenden, hebben politici deels aan zichzelf te danken, ook aan vertegenwoordigers van partijen die traditioneel pro-Europees zijn, VVD en PvdA. Segers hekelt de halfslachtige opstelling van premier Mark Rutte en vicepremier Lodewijk Asscher. Rutte gaf in de verkiezingscampagne de garantie dat er geen aanvullende steun voor Griekenland zou komen, maar ging er in Brussel mee akkoord dat die steun er wél kwam.

Asscher tornt aan het vrije verkeer van personen door openlijk te waarschuwen voor het risico van de toestroom van goedkope arbeidskrachten uit Oost-Europa. Den Haag let vooral op zijn eigen belangen. Wel de lusten, niet de lasten, sneert Segers. Dat leidt tot onbegrip bij de bevolking en bij de EU-partners "en tot een geloofwaardigheidsprobleem rond het Nederlandse EU-lidmaatschap".

Ook in zijn toekomstverwachtingen laat Segers zien eerder een realist dan een idealist te zijn. De integratiegeschiedenis dwingt respect af, ook buiten Europa, schrijft hij. De EU blijft aantrekkingskracht uitoefenen op landen als Oekraïne en Tunesië.

Er zullen nog diverse pogingen worden ondernomen om, naast de Economische en Monetaire Unie die we nu kennen, een Politieke Unie tot stand te brengen, want juist het gemis daaraan verergerde de eurocrisis van de afgelopen jaren. Maar al die pogingen zullen gedoemd zijn te mislukken, daarvoor is Europa te verbrokkeld.

Hoe anders is de conclusie van de gepensioneerde diplomaat Marnix Krop in zijn boek 'Hart van Europa'. Echt nodig in zijn ogen, is "een fundamentele keuze voor een Politieke Unie, wat niet anders kan zijn dan een federaal Europa". Alleen in zo'n federatie kan de Europese burger zich op alle democratische niveaus goed vertegenwoordigd weten, '"en bij de politieke besluitvorming betrokken zijn, zowel in het nationale als het federale parlement".

Nederland probeerde een kleine kwarteeuw geleden als tijdelijk voorzitter van wat toen nog de EG heette al een stap richting die Politieke Unie te zetten, maar het revolutionaire voorstel werd op die beruchte Zwarte Maandag in september 1991 door de meeste andere lidstaten van tafel geveegd. "We zijn afgegaan als een gieter", zei de toenmalige minister van buitenlandse zaken Hans van den Broek. De man die zijn toespraken schreef, was Marnix Krop.

Van alle kanten heeft Krop de Europese integratie meegemaakt. Hij was plaatsvervangend ambassadeur in Parijs, daarna ambassadeur in Polen, dat andere grote buurland van Duitsland, en ten slotte gezant in Berlijn. Zijn loopbaan heeft van hem een overtuigde Europeaan gemaakt, een eurofiel in hart en nieren.

Krop haalt politieke unies binnen en buiten Europa aan om de voordelen ervan te onderstrepen. Hij noemt vooral de Verenigde Staten en Duitsland, dat zelf de meeste ervaring heeft opgedaan met een federaal bestuur. Het alternatief is dat Europa blijft doormodderen zoals de afgelopen jaren het geval was, met alle nadelen van dien. Want dat doormodderen leverde geërgerde burgers op die zich van het Europese project afkeren.

De gewezen diplomaat is nogal onder de indruk van de verdiensten van Angela Merkel, zo laat hij in zijn epiloog in bijna hagiografische bewoordingen merken.

Hij noemt haar 'een bescheiden, rustige, besliste kanselier'. Op knappe wijze herstelde zij de fouten die haar voorgangers Helmut Kohl en Gerhard Schröder in het Europese project hebben gemaakt. Onder haar leiding is Europa erin geslaagd uit het diepe dal van de eurocrisis te klimmen. "Angela Merkel heeft, meer dan welke Europese politicus ook, het belang van de euro - en daarmee de Europese integratie - in het vizier gehouden." De loftuitingen houden niet op. Met een blik op de zwarte bladzijden in de Duitse geschiedenis schrijft Krop dat "het huidige, democratische, ontspannen, Europese Duitsland het beste Duitsland (is) dat er ooit is geweest".

Nederland doet er goed aan het buurland te volgen: "Economisch gezien vormen we feitelijk al één ruimte." Ook andere EU-landen zouden de Europese lijn van Duitsland moeten steunen. Gebeurt dat niet, dan zou Berlijn zich wel eens teleurgesteld kunnen terugtrekken en via een 'Politik der freien Hand' zijn eigen koers uitzetten. Dat zou het samenleven in Europa er 'niet aangenamer' op maken.

't Is maar dat de kiezers het weten.

Daan Ballegeer: Ons Europa is niet dat van hen. Op zoek naar een toekomst voor ons continent. De Bezige Bij, Antwerpen; 288 blz. euro 19,99

Mathieu Segers: Waagstuk Europa. Nederland en de grote Europese vraagstukken van vandaag.

Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam; 184 blz. euro 12,50

Marnix Krop: Hart van Europa. Hoe Duitsland ons uit de crisis voert en tegen welke prijs.

Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam; 224 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden