Wie het weet, mag het zeggen

Nederland, land van de maakbaarheid, komt niet meer aan oplossingen toe

Kwesties hoeven niet eens echt te bestaan. Ze zijn maakbaar. Een hype is zo gecreëerd. Eind vorig jaar draaide het publieke debat even om de vraag of het kerstfeest nog wel zo genoemd mocht worden. Een klein voorzetje voldeed om iedereen los te laten gaan: De Telegraaf, premier Mark Rutte, het CDA met Kamervragen en de boze burgers op social media.


In 'Staat van Nederland' noemt Bas Heijne het een duidelijk voorbeeld van de manier waarop op dit moment wordt gediscussieerd. "Als je maar lang genoeg roept dat het oorlog is, wordt het oorlog - en kun je alsnog je eigen gelijk claimen."


Terecht krijgt Heijne in mei aanstaande de P.C. Hooftprijs voor zijn beschouwend oeuvre. "Hij schrijft als een denker én denkt als een lezer", is een van de loftuitingen van de jury. Heijne's grootste verdienste is dat hij het wezen van essayeren begrijpt. Hij probeert indrukken en gedachten te ordenen, werkendeweg de grote lijn te ontdekken in de chaos.


Zijn columns in NRC Handelsblad en andere beschouwingen fungeren als voorstudie voor andere publicaties, zoals het nu verschenen 'Staat van Nederland. Een pleidooi'. Het is aangevuld met een Volkskrant-interview naar aanleiding van de toekenning van de P.C. Hooftprijs.


Het maatschappelijk debat is volgens Heijne verworden tot een 'gigantische echokamer'. Hij citeert William Shakespeare: Sound and fury, signifying nothing. Hoon domineert de discussie. Deelnemers worden door tegenstanders aangevallen op hun inbreng en hun op grond daarvan veronderstelde persoonlijkheid. De ander wordt in een mum van tijd tot karikatuur gemaakt. Luisteren naar elkaar is er niet bij.


De maatschappelijke kwesties, waar het debat eigenlijk om begonnen was, sneeuwen razendsnel onder. Het gaat om wie deugt en wie niet deugt. Bovendien morgen, of zelfs al eerder, dient zich wel weer een ander onderwerp van de dag aan.


Het gaat wel constant over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting -wat mag je zeggen en waarom mag je dat zeggen? Het gebrek aan écht publiek debat wordt daarentegen zelden aan de orde gesteld, vindt Heijne.


In het politieke midden hangen versplinterde partijen en partijtjes het principe van de uitonderhandelbare haalbaarheid aan. In compromissen proberen ze nog iets van hun idealen te verwezenlijken. Op de politieke flanken kunnen ze zich niets voorstellen bij dat soort toegeeflijkheid. Daar telt slechts het eigen gelijk en laaien de ideologische vuren hoog op. Met vijandige taal wordt stemming gemaakt. Naar het begin van een werkbare oplossing wordt niet of nauwelijks gezocht.


De vraag is volgens Heijne niet 'Wie zijn wij?' maar 'Wie willen we zijn?'. De antwoorden heeft hij niet. Wel pleit de auteur hartstochtelijk voor veel en écht debat.


Het boek 'In het land van de ja-knikkers. Verhalen uit de polder' bundelt losse stukken van Frank Westerman, een van Nederlandse toonaangevende auteurs van literaire non-fictie. Het gaat om werk uit zijn tijd als verslaggever van NRC Handelsblad, en kortebaanwerk en voordrachten van later datum. "In de stijl van zijn klassieker 'De graanrepubliek', voert Frank Westerman de lezer mee door het veranderde Nederland van de afgelopen vijfentwintig jaar", beweert uitgever Querido.


Het eerste deel van die belofte wordt waargemaakt. Ook in de korte stukken in het boek hanteert Westerman zijn kenmerkende stijl: kalm en nuchter rond zijn onderwerpen heenlopend, kijkend maar vooral ook luisterend, indrukken langzaam maar zeker een plaats gevend.


Zoals vrijwel altijd voert Westerman zichzelf op. Functioneel en zelden hinderlijk: de lezer onderzoekt met de auteur, in een hecht verbond van verwonderden.


Maar er is weinig terug te vinden van het tweede deel van de belofte. In het boek gaat het zelden over de smeulende onvrede of de verhitte debatten in het Nederland van de laatste decennia. Westerman lijkt ook niet zo geïnteresseerd in wat hij misschien wel beschouwt als de waan van de dag. Zijn belangstelling gaat, zoals hij zelf meldt in zijn inleiding, naar het fenomeen maakbaarheid. "Preciezer gezegd: keer op keer ga ik op zoek naar het kantelpunt waar de droom omslaat in de nachtmerrie. En heel soms: andersom."


Ook de rest van Westermans oeuvre is doortrokken van het onderzoeken van de vermogens en onvermogens van de mens als schepper: in 'De graanrepubliek' ging het om de boer en zijn land, in 'Ingenieurs van de ziel' over een totalitair systeem dat zelfs de loop van rivieren wilde omdraaien en de rol van schrijvers daarbij - die andere scheppers, en in 'Dier, bovendier' om het creëren van het paard aller paarden.


Misschien is een belangrijk deel van de frustraties en de tegenstellingen, zoals ook Heijne die signaleert in zijn boekje, terug te voeren op het stuiten op de grenzen van de maakbaarheid.


Een natie die een deel van het land zelf maakte, die ruimtelijk en anders ordenen tot een kunst verhief en voor bijna alles wel een protocol wist te bedenken, heeft het gevoel de regie kwijt te raken. Niet alles valt te plannen en te controleren. Westerman benoemt dat sentiment nergens expliciet, maar een lezer kan het eruit halen.


Zo is het verleidelijk om parallellen te trekken tussen de door Heijne opgemaakte 'Staat van Nederland' en de spanningen die Westerman in 1995 optekende in de Betuwe (hij zoekt zijn verhalen graag buiten de Randstad). Na het extreme hoogwater dat jaar kan voor autochtone bewoners de dijkverzwaring niet snel genoeg beginnen.


De mensen van elders (ondanks hun Nederlandse origine aangeduid als 'buitenlanders') en een enkele bestuurder hechten aan het bestaande landschap, en noemen het najagen van absolute zekerheid een illusie. Het werd er grimmiger en grimmiger. Volgens schilder Willem den Ouden had ter plekke zo een eigentijdse versie van 'Novecento', Bernardo Bertolucci's filmepos over rood-bruine tegenstellingen in Italië in het begin van de twintigste eeuw, kunnen worden opgenomen.


Maar een echte rode lijn ontbreekt in deze kleine Westermanomnibus. De selectie van werk doet wat willekeurig aan: van een stuk over de Bende van Venlo tot een scherp stuk over de hypergevoeligheid voor dierenleed, van een beschouwing van de zanderige, Drentse volksaard tot een persoonlijk verslag van zijn eerste liefdesschijnbewegingen en een dagje uit met zijn dochter.


Wellicht is 'In het land van de ja-knikkers' nog het waardevolst omdat het veel van de bronnen van Westermans schrijverschap blootlegt. Maar hoe meeslepend sommige stukken ook zijn (neem de longread over de gewelddadige dood van een boekverkoopster), de bedachtzame en persoonlijke methode-Westerman komt het best tot zijn recht als hij volop tijd en ruimte heeft voor de verslagen van zijn onderzoeken, in zijn echte boeken.


Bas Heijne: Staat van Nederland. Een pleidooi Prometheus; 84 blz. euro 8


Frank Westerman: In het land van de ja-knikkers. Verhalen uit de polder Verschijnt 7 februari Querido; 272 blz. euro 18,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden