Wie het geld laat rinkelen, heeft de macht

Nederlandse ontwikkelingswerkers maken zich schuldig aan ouderwetse betutteling. Van samenwerking op voet van gelijkheid is geen sprake. Dat constateren Costaricaanse particuliere organisaties die met Nederland een contract hebben over wederzijdse duurzame ontwikkeling. De Costaricanen zijn teleurgesteld over de afwerking van gemaakte afspraken.

MARIANO SLUTZKY

Thans is ze vooral actief in de milieuorganisatie van haar woonplaats, Escazú, Codece. In het restaurant van de organisatie - “met deze inkomstenbron zijn wij minder afhankelijk van donoren” - geniet ze van de rust zonder “verdragperikelen”.

Het was zo'n mooi idee: een verdrag tekenen tussen donorland Nederland en ontwikkelingsland Costa Rica over ontwikkelingssamenwerking voor een periode van een aantal jaren. Niet alleen de overheden van de betrokken landen zouden meewerken, maar ook maatschappelijke organisaties, zoals vakbonden, werkgeversorganisaties, vrouwen- en milieuclubs. En het belangrijkste: de afspraken zouden wederkerig zijn, wat zou betekenen dat ook Nederland beloftes zou doen over bijvoorbeeld behoud van de Waddenzee, als Costa Rica tropisch bos zou laten staan. Vanuit Nederland werd de organisatie Eco-operation de beheerder van het verdrag.

Chaverri nu: “Het gebrek aan interesse uit Nederland is frustrerend. De talloze brieven en faxberichten die wij aan ontwikkelingsorganisaties, milieubeweging en Eco-operation stuurden, werden domweg niet beantwoord. Zelfs toen Costa Rica bezocht werd, bleven onze vragen over bijvoorbeeld de manier waarop wederkerigheid kan worden ingevuld, onbeantwoord. Toen twee medewerkers van de Nederlandse humanistische ontwikkelingsorganisatie Hivos ons bezochten, praatten ze tégen ons, niet mèt ons. Zulke betutteling verwachtten wij niet.”

Chaverri maakt zich boos, als ze aan de woorden dialoog, wederkerigheid en gelijkheid denkt, die bij het afsluiten van het verdrag telkens werden genoemd. “Die principes staan centraal bij het akkoord, maar ik vraag mij af of de wil aanwezig is om ze daadwerkelijk te gebruiken.”

Banano Amigo

Roxana Salazar, directeur van de NGO Ambio, is eveneens verbaasd over de moeilijke relatie met Nederlandse partners. Toen haar organisatie succesvol was bij het introduceren van de Banano Amigo (milieuvriendelijke banaan) op de markt, dacht ze dat dit de belangstelling uit Nederland zou aanwakkeren. Dat bleek een misvatting te zijn: “Om mij onbekende redenen vindt men in Nederland Banano Amigo niet de moeite waard. Zelfs van het bananenmonopolie Chiquita kregen wij meer respons: Chiquita experimenteert thans op twee bananenplantages met Banano Amigo.”

Typerend voor de gebrekkige belangstelling is in de ogen van de Costaricanen ook het Hivos-regiokantoor: het zetelt in San José, maar Costa Rica is geen aandachtsgebied van Hivos. Hivos-medewerkster Corina Straatsma: “Ik zal pas over drie à vier jaar aandacht aan Costa Rica geven. Tot dan ben ik druk met Guatemala, Nicaragua en El Salvador.”

Magda Solís van de boerenorganisatie Junaforca regelde tot vorig jaar het secretariaat van de koepel van NGO's in Costa Rica, die bij het verdrag betrokken waren. Ook zij vond de grote inzet van NGO's niet in verhouding staan tot het magere resultaat. Ze ontkent verbitterd te zijn, maar is wel een illusie armer, zegt ze.

“Na drie jaren van hard werken zijn er nog steeds geen tastbare resultaten. Wij hebben nauwelijks invloed op de besluitvorming en van een daadwerkelijke dialoog met Nederlanders - laat staan wederkerigheid - is nog geen sprake. Daarom is het geen wonder dat het aantal NGO's dat bij het verdrag betrokken is, drastisch afneemt. In het begin waren het er enkele honderden, nu veel minder.”

Solís' opvolger, Isaac Mora - coördinator van de oecumenische ontwikkelingsorganisatie Cefpas - deelt haar zorgen. Zijn optimistische inslag houdt hem echter voorlopig bij het verdrag betrokken. Maar ook hij vraagt de dialoog met Nederland te verbeteren: “Het secretariaat van Costaricaanse NGO's financieren wij uit eigen middelen. Het verzoek ons daarbij te helpen is tot op heden niet eens beantwoord. Als zulke zaken zo moeilijk gaan, hoe moet het dan, als wij over inhoudelijke zaken gaan praten?”

Mora zegt dat Costaricaanse NGO's er financieel niet veel beter van worden: “Wij weten dat van de 150 ingediende projecten er slechts twintig goedgekeurd zullen worden door Nederland. Elk zal maximaal twintigduizend dollar ontvangen. Daarmee doe je niet veel, toch?”

Mora doet zijn best om niet moe van het verdrag te lijken. Zijn glimlach verdwijnt pas, wanneer hem gevraagd wordt of hij de Nederlandse partner wel vertrouwt. “Waarom zouden wij onszelf voor de gek houden? Degene die de geldbuidel laat rinkelen, heeft eenvoudigweg veel meer macht.”

Informatie-gebrek

Opvallend is het gebrek aan informatie die Solís en de andere leiders van Costaricaanse NGO's hebben over de milieusituatie in Nederland. Dit lijkt essentieel, als Costaricanen gebruik willen maken van het wederkerigheidsprincipe. Kerncentrales, Waddenzeegebied, veestapel; het zegt de Costaricanen niets.

Wat voor waarde heeft dit verdrag nog zonder zicht op verandering? “Misschien is het beter, als de pretenties over gelijkheid en wederkerigheid achterwege gelaten worden. Zulke woorden leggen zo'n geweldige druk op de relatie”, oppert Mora als oplossing voor de impasse.

Jan Bauer, sectorspecialist milieu van de Nederlandse ambassade en nauw betrokken bij het verdrag, is ook voorstander van 'real-politiek': “Tja, het bijstellen van pretenties en einddoelen vind ik prima. Vanaf het begin vond ik de toonzetting en doelstellingen te hoog gegrepen.”

Niet alleen het moeizame contact met Nederland is overigens oorzaak van de verminderde animo van NGO's in Costa Rica. Na een serie conflicten met de vorige regering van de Sociaal-Christelijke Partij (PUSC) bereikte de verhouding tussen de Costaricaanse overheid en NGO's een dieptepunt, toen een stichting voor duurzame ontwikkeling werd opgericht, waarin de NGO's niets te zeggen hadden. De nieuwe regering van de Nationale Bevrijdingspartij (PLN) heeft op haar beurt een stichting opgericht, waarbij NGO's wel enige vorm van participatie zullen hebben. Maar daarmee is het wantrouwen tussen politici en NGO's niet weggenomen.

David Maradiaga van Aeco, een van de NGO's: “De nieuwe regeringspartij presenteert zichzelf met veel bombarie als dè redder van het milieu, maar de situatie blijft in feite onveranderd. De ongecontroleerde uitbreiding van toeristische enclaves, het gebruik van pesticiden op bananenplantages en het willekeurig kappen van regenwoud voor houtzagerijen gaan intussen gewoon door.”

Bauer wijst op de fouten aan Nederlandse kant. “De Tweede Kamer was buitengewoon traag met het bespreken van de duurzaamheidsverdragen. Eco-operation en de taakgroep waarin Nederlandse NGO's het proces begeleiden, zijn zeker niet het toonbeeld van inspirerende en voorwaardescheppende instanties. Vaak geven ze de indruk niet te weten wat ze willen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden