Column

'Wie het gedaan heeft, heeft het gedaan. En niet iemand anders.'

Ger Groot.Beeld Trouw

Oudjaarsnacht ligt inmiddels ruim twee weken achter ons, maar wat er rond het Keulse Centraal Station precies gebeurde is inmiddels nauwelijks duidelijker geworden. De teller van de aangiften staat al ruim boven de vijfhonderd, waarvan bijna de helft met een seksuele component. Het aantal verdachten ligt, voor zover ik het heb kunnen volgen, al geruime tijd op 31, waaronder iets meer dan de helft recente immigranten of vluchtelingen. Dat is meer dan ik verwachtte, maar het is vooralsnog gissen hoe representatief die groep is.

Inmiddels heeft bijna elke opiniegroep de Keulse gebeurtenissen aangegrepen om de eigen standpunten nog eens te onderstrepen. In NRC-Handelsblad mocht de schrijver Hafid Bouazza betogen dat de hele Arabische cultuur van oudsher seksueel geperverteerd is. In deze krant sprak sociologe Brenda Stoter bij monde van een Egyptische feministe over "een giftige mix van religie en cultuur". Iets minder gepolijst sloegen reaguurders in de sociale media al eerder alarm over "onze meisjes" die in Keulen verkracht waren door minstens duizend louche allochtonen - het door de politie getelde aantal mannen ter plekke gemakshalve gelijkstellend aan het aantal daders.

Dat bleek een populaire strategie. In een andere uithoek van het menngenspectrum liet het daderschap zich moeiteloos uitbreiden tot de erfzonde van het hele mannelijk deel van de wereldbevolking. In Trouw verscheen een opinie-artikel onder de titel Ook onze mannen kunnen viezeriken zijn. "Dat geldt niet alleen voor laagopgeleide werkloze mannen met een minderwaardigheidscomplex", vulde Nelleke Noordervliet zaterdag aan, "maar ook voor hoogopgeleide masters of the universe".

Dat zal allemaal best, maar daarmee werd wel een virtueel daderschap moreel gelijkgesteld aan feitelijke verantwoordelijkheid: "onze eigen mannen doen het ook... Op mannen moet de wake-upcall zijn gericht." Zo criminaliseer je een hele bevolkingsgroep - iedere man is immers een potentiële verkrachter - en maak je de feitelijke gebeurtenissen zoek. Het leek nog het meest op een eigenaardige lezing van de filosofische stelregel die Harry Mulisch ooit formuleerde: "Het beste is het raadsel te vergroten".

Het hoofdstation in Keulen.Beeld anp

Het ene woord tegen het andere
In het kader van die verbreding kwam ook het probleem van verkrachting in de meer intieme sfeer opnieuw op de agenda. In Letter&Geest besprak Co Welgraven zaterdag een boek over de verkrachtingsgolf die Amerikaanse universiteitscampussen lijkt te teisteren. Vooral uit de hand gelopen knuffelpartijen na een avondje uit schijnen er de oorzaak van te zijn. Zij wilde wèl, zegt hij. Nee, ik wilde eigenlijk niet, zegt zij, althans niet meer op dat moment...

Ga er als rechter maar eens aan staan, want het is het ene woord tegen het andere in een aangelegenheid die zich vaak toch al kenmerkt door ambiguïteit. Wie op het beslissende bedmoment wàt van de ander wil (en wat niet) wordt meestal gaandeweg pas duidelijk. Maak eindelijk eens ernst met de omgekeerde bewijslast! - las ik deze week daarom op internet. Niet de verkrachte moet de misdaad maar de beschuldigde moet zijn onschuld bewijzen. Dat schijnt al jaren een Europese aanbeveling te zijn, maar rechters willen er nog steeds niet aan.

Daar lijken me, eerlijk gezegd, goede redenen voor. De juridische onschuldspresumptie (iemand is pas schuldig nadat dat bewezen is) beschouwen we over het algemeen als een groot democratisch goed. Zoiets draai je niet lichtvaardig terug - al gaat dat een stuk makkelijker wanneer de betreffende bevolkingsgroep al bij voorbaat collectief schuldig is verklaard.

Maar dat idee botst ook hard met de principes van de logica. Te bewijzen dat iets het geval is, is moeilijk genoeg. Bewijzen dat iets níet het geval is, is praktisch onmogelijk. Het mooiste voorbeeld daarvan gaf de jonge Wittgenstein, op bezoek bij zijn leermeester Russell. Sommige uitspraken kun je met zekerheid doen, zo hield de laatste de sceptische Wittgenstein voor. "Zo vroeg ik hem te bevestigen dat er op dat moment geen rinoceros in de kamer was", aldus Russell in een brief, "but he wouldn't".

Onmogelijke positie
"Het is buitengewoon moeilijk verkrachting te bewijzen", schrijft Welgraven terecht - en dat is een groot probleem. Het is echter vrijwel onmogelijk aan te tonen dat wat gebeurde géén verkrachting was - en daarmee brengt de omgekeerde bewijslast de beklaagde bij voorbaat in een onmogelijke positie. Soms houden rechters daar rekening mee - al mag dat nooit een reden zijn om schuldigen niet te veroordelen. Maar Amerikaanse universiteiten gaan daarin, buiten de formele rechtspleging om, inmiddels veel verder, zoals de Wall Street Journal enige tijd geleden bloedstollend beschreef. Zelfs de student die van alle blaam gezuiverd is, kan het op de campussen - doodsbang voor negatieve publiciteit - wel schudden.

De slechtste dienst die de samenleving zichzelf kan bewijzen is uit ontzetting over de ene misstand een andere in het leven te roepen: de grondslagen van de rechtsorde te verkwanselen of deze of gene groep of cultuur te beladen met collectieve schuld. Misschien is hier een andere wijsheid van Harry Mulisch op zijn plaats. Vele jaren na zijn filosofische 'vergrotings'-principe formuleerde hij in De aanslag de basis van iedere schuldtoewijzing: "Wie het gedaan heeft, heeft het gedaan. En niet iemand anders."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden