'Wie hem als architect wil begrijpen, kan niet om zijn stukken heen'

Tentoonstelling 'De ongebouwde theaters van Amsterdam', Passage van het Muziektheater, t/m 22 september (gratis). Reading toneelteksten Berlage, donderdag 5 september 16.00 uur Salon De Balie, reserveren 020-623.29.04.

In de passage van het Muziektheater in Amsterdam is sinds enkele weken een bescheiden tentoonstelling opgesteld. Ingenieus verwerkt in een vijftig meter lange, houten wand is een aantal theaters te zien die voor Amsterdam werden ontworpen, maar nooit werden gebouwd. Een eregalerij van gemiste kansen. Er is ook een ontwerp van Berlage aanwezig dat hij in 1911 voor het Kunstenaarshuis in Amsterdam-Zuid ontwierp.

Het idee om een toneeltekst van Berlage voor publiek voor te dragen ontstond tijdens een gesprek tussen de samensteller van de tentoonstellingscatalogus, Max van Rooy, en de directeur van het Theaterfestival, Arthur Sonnen. Van Rooy, een kleinzoon van Berlage: “Pratend over de tentoonstelling van ongebouwde theaters, merkte ik in het voorbijgaan op dat Berlage ook toneelstukken had geschreven. Sonnen veerde op en wilde daar meteen wat mee doen.” Carel Alphenaar, de dramaturg van cultureel centrum De Balie, werd benaderd voor de praktische uitvoering van het plan. Hij kortte de oorspronkelijke versie van het stuk in tot een uur, en schreef er een inleiding bij. Om het geheel zo authentiek mogelijk te maken, zal het stuk worden voorgedragen door enkele toonaangevende hedendaagse architecten, onder wie Cees Dam, Sjoerd Soeters, Moshe Zwarts, Liesbeth van der Poll, Erna van Sambeek en Thymen De Boer.

Tot voor kort was het nog maar nauwelijks bekend dat de architect van de Amsterdamse Beurs en het Haags Gemeentemuseum zich ook waagde aan het schrijven van theaterstukken. Berlages toneelwerk, dat zich in de archieven van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam bevindt, is door kunsthistorici volkomen verwaarloosd. In de oorspronkelijke berichtgeving van de organisatie van het Theaterfestival werd zelfs gesuggereerd dat de teksten net ontdekt zouden zijn. Dat blijkt echter op een misverstand te berusten. Tijdens de Biennale in Venetië werd zes jaar geleden al een van de stukken in Italiaanse vertaling opgevoerd. Maar dat was niet meer dan een grap. In Nederland heeft daar nooit iemand aandacht aan besteed, aldus Van Rooy.

In de Theaterfestivalkrant staat ten onrechte dat er voorgedragen zal worden uit het toneelstuk 'Het Nieuwe Leven'. Alphenaar koos daarentegen voor 'De Tempelbouw'. Het stuk gaat over een jonge architect die de opdracht krijgt een prestigieus gebouw te ontwerpen. Het moet een tempel worden waarin het 'aardse mensheidsideaal' beleden kan worden. Hij wordt echter vanuit verschillende hoeken tegengewerkt. Bij de uiteindelijke openingsplechtigheid ontploft er zelfs een bom, waardoor de architect zwaargewond raakt (hij verliest zijn linkerarm). Maar de opening van het gebouw vindt twee jaar later toch plaats. Het ideaal is niet te stuiten.

Waarom koos De Balie juist dit stuk uit Berlages dramatisch oeuvre? Alphenaar: “De Tempelbouw is meer dan een curiosum. Het combineert twee hele verschillende elementen. Aan de ene kant is het een aardig autografisch document, waaruit een heel persoonlijk beeld van Berlage ontstaat. Maar tegelijk is het een stuk dat uiting geeft aan het megalomane idealisme van die tijd. Enerzijds klaagt de architect in het stuk over de alledaagse beslommeringen, zoals het bestuderen van allerlei reclame voor nieuwe bouwmaterialen, waardoor hij niet meer aan ontwerpen toekomt. Iets dergelijks kan je je vandaag de dag nog wel voorstellen. Maar anderzijds beschrijft het toneelstuk Berlages absurd aandoende idealisme, waarin niemand zich tegenwoordig meer zal herkennen.” Neem nu de eindscène, waarin de symbolische figuur 'de Tijd' een dankwoord richt tot de architect:

Een laatste woord rest mij/ tot u, mijn vriend, te richten/ de meesterbouwer die/ dit groots gebouw kon stichten/ dankzij uw groot talent./ Gij hebt de weg gevonden/ die in de toekomst ook/ de grote stijl zal gronden/ als uiting van cultuur,/ want in de toekomst wacht/ de meesters van de bouw,/ d'ontplooiing van hun kracht/ in volle werklijkheid./ Zij worden God gelijk/ te bouwen op deez aard/ een tweede hemelrijk/ van schoonheid ongekend,/ omdat zich de cultuur/ esthetisch uiten zal,/ die wij van uur tot uur/ thans naadren zien,/ van 't aardse mensheidsideaal,/ die eens hier wonen zal/ als in een hemelzaal

In Berlages visioen nadert het 'aardse mensenideaal' en worden bouwmeesters 'God gelijk'. Om minder deed hij het niet. En zo gaat het nog wel even door. Alphenaar herinnert er aan dat het stuk oorspronkelijk drie uur lang duurde. “Het is geen wonder dat het in die vorm nooit is opgevoerd.” Aan de architect-toneelschrijver heeft het niet gelegen. Zijn toneelwerk was wel degelijk bedoeld voor het publiek. In het Nederlands Architectuuurinstituut wordt een uitgebreide briefwisseling bewaard met toneeldirecteur Herman Heijermans, over de eventuele opvoering van een stuk. Uit deze correspondentie krijg je overigens niet het idee dat Heijermans er veel brood in zag.

Vanwege het karakter van het stuk ligt dat eigenlijk wel voor de hand. Hoewel de achterliggende socialistische gedachte Heijermans ongetwijfeld aangesproken zal hebben, moet de symbolistische vorm ervan hem een gruwel geweest zijn. De voorkeur van deze grote toneelschrijver ging uit naar een veel rauwer sociaal-realisme. Berlages oeuvre ademt wat dat betreft veel meer de geest van het toneelwerk van de socialistische dichteres Henriëtte Roland Holst.

Ook onderhandelingen met toneelleiders als Eduard Verkade, Louis de Vries en Albert van Dalsum leidden tot niets. De toneelstukken kwamen, voor zover bekend, nooit op de planken. Vreemd genoeg schijnen ze de theatermakers tegenwoordig meer aan te spreken dan toen. Ook de Amsterdamse theatergroep Het Oranjehotel, die in het kader van het Theaterfestival haar aangrijpende tweemansvoorstelling 'De vrouw van Schopenhauer' zal opvoeren, is bezig met het voorbereiden van een toneelstuk dat gebaseerd is op Berlages toneelwerk. Regisseur en tekstschrijver Jeroen van den Berg: “Die teksten zijn fascinerend. Het is bijna aandoenlijk te zien hoe die man in alles wat hij deed zijn idealisme tot uitdrukking wilde brengen. Zijn bouwkunst, zijn stedebouw, zijn binnenhuisarchitectuur... aan alles lag een groot idee ten grondslag. In zijn toneelstukken komt dat ideaal zo mogelijk nog sterker naar voren dan in zijn gebouwen. Wie Berlage als architect wil begrijpen, kan eigenlijk niet om de toneelstukken heen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden