Wie heeft hier de regie?

We 'ikken' de hele dag door: Ik ga straks... Ik wil morgen... Maar wie of wat is ik? Filosoof David Hume kon hem niet vinden in de bovenkamer. Neurologen evenmin. Een zelfzoektocht, in twee delen. Deel 1: Een allegaartje van ervaringen.

Op de laatste pagina van 'Zo dicht bij Amsterdam' gaat schrijver Jan Donkers, als elke week, op de koffie bij zijn ouwelui in Noord. Zijn vader en moeder wuiven hem steevast uit, als bus 32 langs hun raam rijdt. Op deze zomeravond zegt hij nog een blokje om te gaan, door de straten van zijn jeugd, en loopt ongemerkt anderhalf uur rond, voor hij de bus terug naar de stad neemt. En daar voor het raam staan ze nog, tussen de opengeslagen gordijnen, hun neuzen tegen het glas. Al die tijd.

Er zijn stapels boeken geschreven, waarin wordt beleden dat er in feite niemand bij ons boven woont. Degene die we 'ik' noemen, is slechts een fictieve beheerder. Toch hebben we sinds het bescheiden cerebrale gepruttel van de hominiden van weleer een kolossaal bouwwerk van ideeën bijeen gedacht. Wie deed dat denken dan?

Je durft Jan Donkers nauwelijks voor te houden dat in die twee voorhoofden tegen het raam niemand huist. Tot ver in de IJ-tunnel zat Donkers nog met de zakdoek te vegen. Hoor op zo'n moment de suggestie vanuit de neurologie dat zijn ouders ook maar een vergaarbak waren van allerhande associaties en emoties, zonder permanente magazijnmeester.

In de kreet 'Ik speel met de gedachte' zit dus een fata morgana verscholen; de gedachten spelen in ons. Maar hoe? Laten we het brein eens beschouwen als een zelfdraaiende pottenbakkersschijf: ooit moeten waarnemingen op de Galapagos en overwegingen uit nevenhoeken van de wetenschap op de draaitafel van Darwin zijn verweven tot een revolutionair idee. Zelf zei hij schatplichtig te zijn aan geologen voor zijn tijd die bij diepe kloven opvallend vaak een waterstroom aantroffen, een landschap dat de Schepper zichtbaar beviel. Tot de geoloog inzag dat Gods vingerknip een tijdspanne van miljoenen jaren besloeg, waarin de rivier kon slijpen.

Hoe is op Darwins draaischijf die kronkel, van het scheppen van een dier in een oogwenk naar een ellenlang evolutionair boetseerproces, tot stand gekomen? Wat je ook leest over zijn sprong in het duister, een logisch denkproces laat zich er niet gemakkelijk uit distilleren. In Einsteins verwaaide hoofd zat evenmin iemand achter de draaitafel, maar vlochten de inzichten zich ineen.

Romanschrijvers knikken wellicht instemmend bij dit zelfknedende idee van gedachten en fantasieën. Misschien kun je zeggen dat denkbeelden, of bijvoorbeeld de fuga's van Bach, zichzelf 'voort-schrijven'. De meerstemmigheid van die fuga's zit immers niet in de aard van Bachs neuronen, maar hij had wel de hersenen waarin zich het klankkarakter van die gestapelde stemmen kon laten horen.

Zoals het scenario de romancier dicteert, zo zouden de verschijnselen in de natuur in Darwins raderen gaandeweg het licht hebben ontstoken dat zicht bood op het mechanisme van natuurlijke selectie.

Maar ja, wat zeg je hier nu precies?

Uit het niets
Hier volgt geen antwoord; we kunnen ons slechts verbazen over de vindingrijke oplossingen van het brein. Soms ogenschijnlijk uit het niets, soms heel dwangmatig. De neuroloog Francois Lhermitte wees op de bedenkelijke rol van de mediale frontale hersenschors. Hij ontdekte dat zijn patiënten leden aan wat nu environmental dependency heet.

Hun hersens reikten in allerhande situaties onmiddellijk het meest geëigende gedrag aan: lag er pen en papier voor hen, dan begonnen ze te schrijven, een appel aten ze ongevraagd op, de pyjama van Lhermitte trokken ze zomaar aan, en zijn zonnebril zetten ze op.

De normale remming in hun brein was stuk, waardoor de hersenen in de vrijstand draaiden en in elke situatie, bij bril of pyjama, direct de passende reactie aanboden. Het brein: voor al uw oplossingen.

Die cerebrale autonomie versluiert het zicht op ons doen en denken, maar niet alleen omdat de luiken naar binnen dicht zitten. Wie namelijk zou dat (in)zicht moeten hebben, als de boodschap nu juist luidde dat we niet echt bestaan als denkende voorzitter binnen de gewelven boven? Tenzij dat een vergissing is, en we toch een 'ik' hebben of zijn?

We keren terug naar toen we vier jaar oud waren en op het punt stonden onszelf los te gaan denken van anderen. Op die leeftijd doen we mee aan een zogeheten false belief-studie. Stel je voor: je vriendje moet even de deur uit en je moeder verstopt de speculaaspop uit blik 1 gauw in blik 2. Nu is de vraag waar jij denkt dat je vriendje straks gaat zoeken. Tot je vierde wijs je dan op blik 2. Pas vanaf die leeftijd ga je inzien dat je onwetende vriendje zeker zal gaan dwalen. Maar heeft dat groeiende inzicht wel echt te maken met het ontwikkelen van een 'eigen zelf' versus 'een ander zelf'? En hoe staan apen hierin: de slimsten lijken ook te redeneren vanuit 'ik' en 'hij' (zie kader).

Maar hoe we ook naar binnen trachten te kijken - met het instrument van de neuroloog of een imaginair geestesoog - de denker van Rodin komen we er niet tegen. Hij beeldde het peinzen zelf uit, de denker denken wij erbij.

Filosoof David Hume wist het: de mens heeft geen echte kern. Ook hij zocht binnen, maar nooit kwam hij er wat anders tegen dan gedachten en emoties, nimmer zag hij er een ik tussen de coulissen wegglippen.

"We zijn een zootje ervaringen", gaf Daniel Dennett laatst mee in Letter&Geest, voortgebracht door een machine van vlees en bloed.

Zijn leermeester Gilbert Ryle was subtieler in het ontmaskeren van de grootregisseur in ons brein. De taal heeft ons de das omgedaan. Hoor het uw boze chef zeggen: "Ik heb niet het idee dat jij deze gedachte al tot je volle bewustzijn hebt laten doordringen." Hier komt een hele cursieve trits voorbij van vluchtige processen, gekleed in 'verzelfstandigde' (voor)naamwoorden.

Die misplaatste 'verdinging' heeft een categoriale zeperd ons dagelijks denken ingeloodst, die Ryle samenvatte in het beeld van 'The ghost in the machine'.

Onvindbaar
De denker bestaat niet als iets of iemand. Hij is volgens Douglas Hofstadter uiteindelijk net zo onvindbaar als de bult in het midden van een stapel enveloppen, die steeds ieler wordt naarmate de berg slinkt en ten slotte oplost.

Niettemin dichten wij onszelf wel zo'n kern, zo'n gestolde identiteit toe. Daarin schuilt volgens filosoof Julian Baggini nu juist The Ego Trick: dat uit het allegaartje van ervaringen en herinneringen dat door de tijd heen met dit lichaam meereist een gevoel of idee van eenheid oprijst. Geen substantiële, maar een functionele eenheid, je kunt er niet in bijten.

Het is anders wel een lastig ik, besefte Gilbert Ryle, totaal ongrijpbaar omdat je, zodra je er iets over wilt beweren, object en subject tegelijk bent. Na 'Ik denk dat ik....' zit je formeel al in de kreukels. Probeer maar eens zonder spiegel in je eigen ogen te kijken, schertst Baggini. Die ik frommelt zich er steeds weer tussen. "Die eenheid die we onszelf noemen, is niet de vormgever van al wat we voelen en denken, maar er het gevolg van." Kortom, we bouwen onszelf op, als etherische roerganger.

Maar hoe vluchtig hij ook moge zijn, we beleven die kapitein wel als echt. Dat proces is allerminste een illusie. Zelfs de nog taalloze homo habilis roffelde zich vermoedelijk naast zijn gedode leeuw glunderend op de borst, net als die trotse Andy Möller van Borussia Dortmund bij elk doelpunt steevast de duimen onder beide oksels haakte: IK!!!

Maar wie zijn we nou? Wie kreeg vroeger van de schoolmeester te horen 'Kereltje, wel je hersentjes gebruiken, hoor.' Volgens meester blijkbaar iemand anders dan die hersenen zelf.

"Je bent je geest", zei psychiater Herman van Praag in Trouw. "Je bent je brein", verzekert neuroloog Dick Swaab. Maar aard en aanleg maken je nog geen Ajax-fan.

Lees de verschrikkelijke rapportages over Roemeense weeshuizen onder het bewind van Nicolae Ceausescu: aan de bedspijlen geketende kinderen met loze geesten, bij wie elke stimulans later nauwelijks nog baattte.

Treuriger kun je hersenen niet behandelen, dan door ze van elke lichtstraal uit de wereld verstoken te laten. Van Praags geest was er bij hen amper in ontstaan.

Die hersenen stelden Van Praag in staat het nazikamp te overleven, en daarna wat van zijn leven te maken. Maar, verzekerde de psychiater in deze krant, de bouwheer van dat grote plan waren ze niet. Dat was zijn zelf dat, gevangen achter de omheining van het kamp, toch in vrijheid dat voornemen kon maken.

Maar zo'n vrije bouwheer boven in het brein bestaat niet. Er is geen ik met zo'n vrijheid van denken dat hij zelf beslist of hij, bij het zien van zijn vader en moeder die hem na anderhalf uur met de neus tegen het raam nog hopen uit te zwaaien, zijn zakdoek zal pakken of niet.

Aap ziet in spiegel een goede kennis
Als twee mannen een resusaap een sapje brengen en de één gooit het voor aaps ogen op de grond terwijl de ander het per ongeluk laat vallen, zal de aap de volgende keer de struikelaar aanklampen, en liever niet die ander, 'die zakkenwasser'.

Kijkend naar het gedrag van apen en andere slimme dieren twijfelen we geen moment: ook zij worden geleid door mentale overwegingen. Of denken we dan voor aap te veel vanuit mens?

In list en bedrog schurken apen tegen ons aan, getuige de vele 'interaapse' lulligheden. Het achterhouden van info over een verscholen banaan, bijvoorbeeld. Maar mogen we ze van ware empathie verdenken?

Ethologen hebben weinig fiducie in kleine apen, maar des te meer in mensapen, én olifanten én dolfijnen. Die hebben hersens die er groot genoeg voor zijn. Maar nimmer konden onderzoekers er een echt ego in ontdekken.

Opvallend is wel dat alleen die 'meevoelers' lijken te beschikken over neuronen, ontdekt in 1929 door Constantin von Economo, die lange verbindingen maken tussen de hogere cognitieve gebieden van voor tot achter in het brein. Die connecties groeien op latere leeftijd nog uit, waardoor meer slimme gebieden tegelijkertijd over een heikele kwestie meepraten. Je durft het als 60-plusser nauwelijks te schrijven: het is, volgens neurologen, een van de redenen is waarom oude mensen wijzer zijn.

Dieren met deze cerebrale uitrusting tonen zich zorgzamer jegens hun mededieren. En ze lijken in de spiegel een goede kennis te zien. Maar niet meer dan dat.

Zelfherkenning moet er recent in zijn geëvolueerd. Duidt dat niet op 'zelf' als een abstracte constructie, een 'zelf' dat pas in deze fase van de evolutie thuisgekomen is?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden