Wie heeft er nu tijd voor een islamitische staat?

In de krant lees je wel elke dag iemand die aantoont dat islam gewelddadig is. Men noteert een soera met een bepaalde titel en voilà, het bewijs is daar!

Het gekke is dat ik als ’gewone’ moslim hier niets mee kan: ik ken deze soera’s niet, ik kan ze niet vertalen, ik kan ze niet uitleggen, en daarom kan ik ze ook niet weerleggen. Nog raarder is dat miljoenen moslims ze ook niet kennen. Moslims groeien in het algemeen niet op met de koran. Ze leven eerder volgens ’ de geest van het geloof’ waarin bepaalde regels een belangrijke plaats innemen: geen alcohol drinken, niet al te bloot kleden, niet flirten, niet te laat thuiskomen, je ouders niet tegenspreken, geen seks voor het huwelijk bedrijven, geen varkensvlees eten, alleen halal-vlees nuttigen .

Persoonlijk ken ik weinig mensen in mijn omgeving die de koran pakken en daarin de soera’s zoeken waarin staat dat je een ander mag doden of uitsluiten. Gewone moslims zijn niet actief ’uitsluiters van buitenstaanders’ maar eerder geneigd zich te richten op de versterking van de eigen gemeenschap.

Onder de oudere migranten echter, is de laatste jaren een soort ’zendingswerk’ aan de gang. Ik spreek uit ervaring.

De oudere migrant die vaak werkloos of ziek thuiszit, vindt houvast in het enige wat hem nog overblijft: het geloof. Want al het andere is weggevallen: werk, kinderen, familie, hobby’s. Van mensen die toen ze jong waren nauwelijks de salat (het dagelijkse verplichte gebed) verrichtten, worden het vrome, bijna fanatieke geloofsbelijders. Ze bidden, ze vasten, ze gaan naar koranlezingen en ze kijken via de schoteltelevisie naar alle programma’s over ’de enige ware religie’.

Bleef het maar daar bij. Na deze nieuw verworven frisse kennis en hervonden zelfvertrouwen (het geeft ze eigenwaarde om eindelijk de verplichtingen van hun geloof te kunnen nakomen, het geeft hun dag zin en ritme en vervangt de oude hobby’s zoals naar het theehuis gaan) popelen ze om hun dochters, zonen, nichten, neven, buren deelgenoot te maken van hun verplichtingen jegens de schepper en zijn profeet.

Hoe reageert de jongere generatie hierop? Die vindt het niet altijd leuk om met terugwerkende kracht door de (groot)ouders islamitisch onderricht te krijgen. Het meest irriteert dat de grootouders letterlijk alles weten te relateren aan de islam. Laatst hoorde ik dat alleen olijfolie nog kosjer is, alle andere soorten olie is haram verklaard (met dank aan Saoedi-Arabië). Maar ja, je spreekt ouderen niet tegen, en vooral niet als het om het geloof gaat. Een gebrek aan kennis van de soera’s helpt natuurlijk ook niet echt. Daarom kiezen velen voor de volgende strategie: acteren dat je luistert en gehoorzaamt, maar ondertussen gewoon lekker met je wereldse leven doorgaan.

De toename van de hoofddoek in het straatbeeld moet ook in dat kader worden gezien: de (groot)ouders de mond snoeren en verder lekker je eigen ’ding doen’. Het bewijs? die jonge meiden met hun kleurrijke en modieuze hoofddoeken: van preutsheid is weinig te zien als je ze op straat ziet, ze flirten met jongens waar je bij staat en ze schreeuwen om aandacht met hun strakke outfits en sexy catwalk-loopjes.

Veel PVV-kiezers die bang zijn voor een islamitische staat in Nederland, moeten daarom dit weten: veel moslims willen zo’n staat ook niet. Want ze hebben het veel te druk met studeren, leuke gadgets kopen, sporten voor een atletisch lichaam, de juiste partner zoeken, voor de ouders ambtelijke formulieren vertalen en invullen, en luisteren naar de grootouders die vol van Allah en Mohammed zitten. Zo druk dat ze niet eens een soera uit de koran kunnen opzoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden